Meer over de eidola-theorie van Demokritos


Waar komen de eidola eigenlijk vandaan? Volgens Cicero (Over het wezen van de goden 1.12.29) beschouwde Demokritos het wezen dat de afbeeldingen uitzond ook als god. Ook het hierboven weergegeven citaat, uit een werk van Sextos Empeirikos ontkent niet dat een soort godheid de oorsprong is van de afbeeldingen. Zowel Cicero als Sextos benadrukken dat het echter geen onvergankelijke goden zijn: ze bestaan net zozeer als mensen uit atomen en zijn dus vergankelijk.

Wil Demokritos het bestaan van goden nu wel of niet ontkennen? Er is niets wat erop wijst dat Demokritos de eidola niet als een soort godheden beschouwde. Ze kunnen immers ook de toekomst voorspellen en goed- of kwaadaardig zijn. Zijn eidola-theorie probeert enkele kenmerkende eigenschappen van de traditionele religie, zoals antropomorfisme en goed- of kwaadaardige invloed op de mensen, te incorporeren in een naturalistische en materialistische theorie (Taylor 1999, 215). Maar het meest karakteristieke onderscheid tussen mensen en goden, hun onsterfelijkheid, ging daarbij verloren. Dat liet in de oudheid uiteindelijk toch de indruk over dat Demokritos “het goddelijke zo volledig elimineert dat er geen ruimte overblijft om erin te geloven” (Cicero, Over het wezen van de goden 1.12.29 check vertaling). Dat was misschien niet helemaal Demokritos’ intentie; maar wel een haast onontkoombaar gevolg van zijn strikte naturalisme.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki