Religiekritiek in de Bacchanten van Euripides


Een kort overzicht van de verhaallijn van de Bacchanten laat zien hoe ambigu de religiekritiek in deze tragedie van Euripides is. De tragedie is, zoals gebruikelijk, gesitueerd in het mythische verleden en opent met een rede van Dionysos, die verhaalt over zijn wonderlijke geboorte uit Zeus en over hoe hij zijn goddelijke vorm heeft afgelegd om als mens de wereld rond te trekken om zijn godsdienst te verbreiden. Na door allerlei oosterse landen gezworven te hebben, heeft hij nu Thebe, in Griekenland, bereikt. Met hem mee komt een koor van Bacchanten, vrouwelijke volgelingen die het geluk bezingen dat Dionysos brengt met zijn gaven van wijn en levensvreugde. Hij brengt alle vrouwen van Thebe in extase, die zingend en dansend de bergen intrekken. Van de mannen zijn het echter alleen de oude ziener Teiresias en de stichter van Thebe, Kadmos, die zich bekransen met klimop om eveneens de bergen in te trekken. Zoals Teiresias stelt, “wij houden ons niet bezig met theologische haarkloverijen. Het geloof, dat wij van onze vaderen hebben geërfd, en dat even oud is als de tijd zelf, wordt niet aan het wankelen gebracht door vitterijen van spitsvondige geesten” (199-203, vert. Courteax & Claes).

Dan komt Pentheus op, kleinzoon van Kadmos en de huidige heerser van Thebe. Hij wordt geschetst als een tiran, die vastberaden is om de stad te behoeden voor de nieuwe godsdienst, die alleen maar losbandigheid en ordeloosheid brengt. Het koor reageert ontzet op Pentheus’ goddeloosheid, en ook Teiresias en Kadmos geven hem de raad om Dionysos als god te erkennen vanwege de troost van de wijn die hij de mensen geeft.

Pentheus luistert niet en laat Dionysos geboeid naar zijn paleis brengen. Hij ondervraagt hem en laat hem opsluiten, maar Dionysos’ laatste woorden zijn onheilspellend: “Dionysos, in wie u niet gelooft, zal deze schanddaad wreken” (516-517, vert. Courteax & Claes). Pentheus denkt Dionysos veilig opgesloten te hebben, maar dat blijkt een illusie: al snel staat hij weer voor hem. Een herder komt berichten over de vrouwen in de bergen, die eerst in harmonie met de natuur genoten van wijn, melk en honing, maar toen de herders besloten Pentheus’ moeder Agave mee te nemen, uitzinnig werden en een spoor van vernieling door de natuur trokken. Het is een duidelijk blijk van de macht van de god, maar voor Pentheus een extra reden om snel met zijn leger de vrouwen tot orde te brengen. Dionysos overreedt hem echter om eerst als vrouw verkleed op verkenning te gaan. Hij klimt in een grote boom om ongezien de vrouwen te bespieden, maar Dionysos vestigt de aandacht van de vrouwen op hem. Ze worden furieus, halen Pentheus uit de boom en verscheuren hem als een beest. Pentheus’ moeder Agave keert triomfantelijk en nog steeds in extase terug naar Thebe met het hoofd van Pentheus op haar thyrsus-staf. Daar treft ze Kadmos aan, die haar tot de realiteit doet terugkeren. Vol ontzetting ontdekt ze dat ze haar zoon heeft gedood.

Het toneelstuk zit vol ambiguïteiten. We moeten niet vergeten dat het opgevoerd werd op de Grote Dionysiaca, een jaarlijks feest ter ere van Dionysos. Bij aanvang van het stuk wordt Pentheus geschetst als de tiran die met zijn verlichte ideeën de levensvreugde bij de mensen weg wil nemen. Daar wordt hij echter hard voor gestraft; te hard, zo lijkt het. Het is moeilijk hier niet een kritische noot richting religieus fanaticisme in te horen. Hoe dan ook, de Dionysische godsdienst verschijnt in haar oncontroleerbaarheid als een gevaar voor de maatschappij – vrouwen dienen hun huiselijke plichten te vervullen en niet als gekken de bergen in te trekken – dat echter niet eenvoudigweg te onderdrukken valt. In de lijn van Tiresias en Kadmos lijkt een gematigde acceptatie van Dionysos de beste weg. Toch wordt de dood van Pentheus ook getekend als een straf van Dionysos voor Cadmus: de god eist volledige toewijding en niet de halfslachtigheid die spreekt uit het exemplum.

De tragedie heeft in het onderzoek van de laatste twee eeuwen allerlei interpretaties gekregen. Volgens de één zou Euripides zich aan het eind van zijn leven ‘bekeerd’ hebben tot een traditionele visie op de goden, volgens de ander zou Pentheus staan voor de rationele mens die tragisch ten onder gaat aan religieus fanatisme. Beide uitersten doen echter tekort aan de tragedie, die juist zo indrukwekkend is vanwege haar complexiteit en ambiguïteit.

Voor verantwoording van de gebruikte bronnen en verdere bibliografie klik hier.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki