Verdere toelichting op het Sisyfos fragment


Deze pagina geeft extra achtergronden bij het exemplum uit het Sisyfos Fragment.

Auteurschap

Zoals zoveel uit de periode, is ook deze tekst slechts overgeleverd als fragment, geciteerd in een veel later werk. In de oudheid wordt het soms aan de tragediedichter Euripides, soms aan Kritias toegeschreven. De laatste is een lid van de Atheense elite die omging met Sokrates en met Sofisten als Gorgias, en later leider was van het oligargische regime van de Dertig, ingesteld na de overwinning van Sparta op Athene in de Peloponnesische oorlog (432-404 v.Chr.). Tot op de dag van vandaag is onzeker wie van beiden de auteur is.

Religie verklaard

Op zichzelf genomen bevat het fragment een grondige aanval op het bestaan van de goden. Zij zijn een uitvinding van mensen, bedacht om de wetten kracht bij te zetten. Het verhaal is een variant op de vele mythen over de uitvinders van bepaalde kunsten. Saillant detail is dat het vaak goden waren die iets voor de mensen uitvonden; hier is het echter een mens die de goden uitvindt.

In het vijfde-eeuwse Athene deden meer verklaringen voor het ontstaan van religie de ronde. Zo meende Prodikos van Theon dat de traditionele goden waren ontstaan doordat de mens dat wat hij voor zijn bestaan nodig had uit bewondering ging vergoddelijken. We zien hier de eerste pogingen om een antropologische verklaring te geven voor het geloof in het bestaan van goden.

Relatie tot de natuurfilosofie

In de laatste 16 verzen van het fragment, die ik niet in dit exemplum heb opgenomen, wordt verteld hoe de uitvinder de goden in de hemel lokaliseerde: dat was de meest ontzagwekkende plaats, daar kwam donder en bliksem vandaan. Dit is duidelijk verbonden met de opkomst van de natuurfilosofie in Athene, die natuurkundige verklaringen gaf voor natuurverschijnselen en ze daarmee hun goddelijk karakter ontnam (Anaxagoras).

Relatie tot Plato

Gelijktijdig worden in dit fragment echter ook hele positieve dingen over religie gezegd. Het mag dan wel een leugen zijn, het is wel een leugen die ervoor zorgt dat de mens het harde, primitieve leven achter zich laat en geordende samenlevingen op kan bouwen. In dat opzicht is dit fragment in overeenstemming met iemand als Plato, die het vitale belang van het geloof in de goden voor de moraal benadrukt en voor zijn ideale staat om die reden een wet laat opstellen tegen beledigende opmerkingen over de goden - in reactie op mensen die menen dat zon, maan en sterren slechts “aarde en steen zijn, niet in staat zich te bekommeren om menselijke aangelegenheden, hoezeer ze ook met plausibele redeneringen zijn omkleed” (Plato, Wetten X, 886D).

Conclusie

Eigenlijk erkent de spreker in het Sisyfos-fragment met zoveel woorden dat zijn verklaring voor het ontstaan van religie alleen in het voordeel is van diegenen die in het geheim kwaad willen doen - oftewel, voor aartsbedriegers als Sisyfos zelf. Dat is een belangrijke aanwijzing dat de auteur van dit satyrspel met deze woorden helemaal niet een instemmende reactie wilde uitlokken, maar veeleer verontwaardiging (vgl. Kerferd & Flashar 1998, 83). Dezelfde verontwaardiging die breder gevoeld werd over het optreden van filosofen en sofisten. Het geeft ons daarmee een eigen perspectief op hoe de religiekritiek van de Sofisten in Athene in allerlei vormen verwerkt werd.

Voor verantwoording van de gebruikte bronnen en verdere bibliografie klik hier.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki