Meer informatie over de religiekritiek in het Evangelie van Judas


Het Evangelie van Judas is een tekst die afkomstig is uit de stroming van de gnostici. Deze gnostici werden in de tweede eeuw heftig bestreden door de christelijke bisschop Irenaeus van Lyon, die hen beschouwde als (christelijke) dwaalleraars. Sinds 1945 kennen we hen ook uit Koptische teksten die bij Nag Hammadi opgegraven zijn. Over de definitie van het begrip ‘gnostiek’ en over de herkomst van deze beweging is in de wetenschap veel discussie. Het Evangelie van Judas behoort in ieder geval duidelijk tot een christelijke groepering. De kern van hun godsdienst bestond in de overtuiging dat Jezus was gezonden om de mens inzicht te geven in de geestelijke werkelijkheid en hen zo te verlossen uit de materiële wereld. Een kenmerkend verschil met andere christenen is hun overtuiging dat de materiële wereld het product is van een onwetende, kwaadwillende godheid, door hen geïdentificeerd met de God van de Joodse Bijbel. In dat licht krijgen veel bijbelverhalen een radicale herinterpretatie. De gnostici identificeren zich bijvoorbeeld met de inwoners van Sodom en Gomorra, die volgens Genesis door God onder vuur en zwavel werden bedolven vanwege hun immoreel gedrag.

Dit impliceert een radicale breuk met het Jodendom, maar in het gegeven exemplum blijkt dat de gnostici zich ook zeer bewust zijn van de breuk met andere christenen. Jezus lacht zijn leerlingen uit terwijl ze dankzeggen over het brood (een verwijzing naar de eucharistie) en zegt dat geen van hun volgelingen hem zal kennen: zij beschouwen hem immers als de zoon van de Joodse scheppergod (“jullie God” in de tekst van het exemplum). Alleen Judas, die Jezus zal overleveren om gekruisigd te worden, weet dat Jezus gezonden is vanuit de hogere geestelijke wereld.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki