Antropomorfe godenbeelden (Xenofanes)

In het kort

Een oude vorm van religiekritiek stamt al uit de Griekse Oudheid en is bekend als de kritiek op het antropomorfisme: mensen stellen zich de goden voor als gelijkend op henzelf. Als paarden of runderen hun goden zouden kunnen afbeelden, zo luidt de ironisch geformuleerde kritiek, zouden ze er als paarden of runderen uitzien. Het argument zal in de moderne tijd tot een religiekritiek leiden die alle godenvoorstellingen als menselijke projecties ziet.



Terecht voegt ook Xenofanes van Colofon toe, wanneer hij leert dat God één en zonder lichaam is: “Eén god is onder goden en mensen de grootste, In gestalte noch denken de stervelingen in iets gelijk.” En: “Maar de mensen menen dat goden geboren worden, Dat ze menselijke kleding, stem en gestalte hebben.” En: “Maar wanneer runderen of leeuwen handen hadden, Zodat ze met hun handen konden schilderen en beeldhouwwerken konden maken als de mensen, Dan zouden paarden paardachtige, en runderen rundachtige gestalten van goden geschilderd hebben en precies zulke lichamen maken als de gestalte die ze ieder ook zelf hadden.”

Bron: Clemens van Alexandrië, Stromata, 5.14.109 (= DK 21 B 23; B14; B15).

Over de religiekritiek van Xenofanes
Xenofanes (ca 570 v.C – 475 v.C) werd geboren in Kolofon, een Griekse stad in Ionië, de westkust van het huidige Turkije, gelegen tussen Efeze en Smyrna. Op zijn vijfentwintigste heeft hij zijn geboortestad verlaten en is naar Sicilië getrokken, waar hij als rondtrekkend dichter op verschillende plaatsen gewerkt heeft. In zijn tijd waren er verschillende dichters die hun gedichten openbaar voordroegen en daarmee hun geld verdienden. Xenofanes’ werk is slechts in fragmenten overgeleverd. In sommige fragmenten zien we hem uithalen naar andere dichters, die hij klaarblijkelijk als rivalen ziet (DK 21 B 21). In dezelfde satirische stijl schrijft hij ook over decadente inwoners van Kolofon (DK 21 B 3) en over atleten, die zich op hun lichamelijke kracht in plaats van op hun wijsheid laten voorstaan (DK 21 B 2).
Het bekendst is Xenofanes echter vanwege zijn kritiek op de mythes van de dichters Homeros en Hesiodos, die de goden beschreven als mensen, zowel in hun uiterlijk als in hun gedrag. De kritiek richt zich dus zowel op antropomorfisme als op de immoraliteit van de traditionele goden. Dat wil niet zeggen dat hij het bestaan van de goden als zodanig afwijst. Voor de betreffende citaten (waaronder het bovenstaande citaat) moeten we ons baseren op het werk van Clemens van Alexandrië (2de, begin 3de eeuw n.Chr.), een christelijk theoloog die passages uit het werk van Xenofanes citeert in zijn Stromata.

Analyse
Clemens van Alexandrië zocht steun voor de christelijke theologie bij de pagane filosofie. In deze passage citeert hij passages uit gedichten van Xenofanes die verder niet overgeleverd zijn. Het zijn drie losse citaten, het eerste en laatste een gedicht in hexameters, het tweede in een jambische trimeter. Ze komen waarschijnlijk uit hetzelfde werk, getiteld ‘Silloi’ (‘Spotgedichten’) of ‘Parodieën’, een lang gedicht in hexameters (het metrum waarin epische dichters als Homerus schreven), waarin Xenofanes af en toe jambische verzen invoegt. Daarmee doorbreekt hij de hoge stijl van de epische poëzie: alleen al in de vorm van zijn gedichten uit hij dus kritiek op de grote Griekse dichters.
Clemens citeert eerst Xenofanes’ eigen opvatting, dat er één grootste god is die totaal anders is dan de mensen. Hiermee lijkt hij het bestaan van andere goden niet uit te sluiten, maar die zijn wel duidelijk ondergeschikt aan de ene hoogste god. In de traditionele Griekse mythologie is Zeus weliswaar eveneens oppergod, maar deze heeft nog wel te kampen met allerlei intriges van andere goden en godinnen die hij niet altijd helemaal de baas is. Xenofanes bekritiseert deze antropomorfe godenverhalen en is daarmee de eerste die een meer filosofisch godsbeeld heeft dat later zeer invloedrijk zou zijn in de platoonse traditie en in de christelijke theologie.
De stijl van Xenofanes’ religiekritiek is met name in het derde citaat duidelijk satirisch: hij maakt antropomorfe godenbeelden belachelijk door de absurde voorstelling dat runderen, leeuwen of paarden hun eigen godenbeelden zouden maken. Runderen zouden ze de gestalte van een rund geven, leeuwen van een leeuw en paarden van een paard.
De godenverhalen uit de traditionele mythologie berusten op dergelijke mentale waanbeelden die Xenofanes afzet tegen een filosofisch godsbeeld. Deze mentale waanbeelden vormen de inspiratie voor tastbare godenbeelden. In dit opzicht is hier dus naast kritiek op mentale verbeelding ook sprake van kritiek op letterlijke verbeelding.

Oorspronkelijke tekst:
Εὖ γοῦν καὶ Ξενοφάνης ὁ Κολοφώνιος, διδάσκων ὅτι εἷς καὶ ἀσώματος ὁ θεός, ἐπιφέρει• εἷς θεός, ἔν τε θεοῖσι καὶ ἀνθρώποισι μέγιστος, οὔ τι δέμας θνητοῖσιν ὁμοίιος οὐδὲ νόημα. καὶ πάλιν• ἀλλ’ οἱ βροτοὶ δοκοῦσι γεννᾶσθαι θεούς, τὴν σφετέρην δὲ ἐσθῆτα ἔχειν φωνήν τε δέμας τε. καὶ πάλιν• ἀλλ’ εἴ τοι χεῖρας <γ’> εἶχον βόες ἠὲ λέοντες, ὡς γράψαι χείρεσσι καὶ ἔργα τελεῖν ἅπερ ἄνδρες, ἵπποι μέν θ’ ἵπποισι, βόες δέ τε βουσὶν ὁμοίας καί <κε> θεῶν ἰδέας ἔγραφον καὶ σώματ’ ἐποίουν τοιαῦθ’ οἷόν περ καὶ αὐτοὶ δέμας εἶχον ὁμοῖον.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki