Revision [1391]

This is an old revision of Wittgenstein en de aard van religieus geloof made by inhoudenvorm on 2015-01-04 20:44:02.

 

Wittgenstein en de aard van religieus geloof

In het kort

Wie? Ludwig Wittgenstein ({geboren}--{overleden})

Waar en wanneer?
Periode: Moderne tijd.
Context:

Hoe?
Medium: Geschrift.
Positionering: Intern.
Stijlmiddel(en): Dialoog, Onderbouwing.
Genre: Dialoog.

Wat?
Voorwerp van kritiek: Opvattingen, Overtuigingen.
Doel van de kritiek: Onderzoek (inzicht in religie).
Grond(en) van kritiek: Dogmatisme.




Suppose someone were a believer and said: "I believe in a Last Judgment," and I said; "Well, I'm not so sure. Possibly". You would say that there is an enormous gulf between us. If he said "There is a German aeroplane overhead", and I said " Possibly I'm not so sure" you'd say we were fairly near.

Bron: Ludwig Wittgenstein, Lectures on Religious Belief

Inleiding

In 1938 gaf Wittgenstein op Cambridge drie lezingen over Religious Belief. Van deze lezingen is de originele tekst niet overgeleverd. De tekst die nu onder deze titel door het leven gaat, is gebaseerd op de aantekeningen van een drietal van Wittgensteins studenten – Yorick Smithies, Rush Rhees en James Taylor – en niet door Wittgenstein zelf geaccordeerd. Helaas is er geen betere bron waarin Wittgensteins opvattingen over religie hun beslag hebben gekregen. Lezing en duiding van deze tekst zijn altijd sterk vatbaar voor interpretatie en speculatie, niet in het minst vanwege het dubbelzinnige karakter ervan en de onalledaagse opvattingen die er in worden verwoord. Desalniettemin is het mogelijk om met inachtneming van het overige werk van Wittgenstein een aantal hoofdpunten te destilleren en onderbouwen.

In de Lectures on Religious Belief vallen ten minste drie hoofdlijnen te ontwaren. Deze hangen onderling sterk samen. De eerste hoofdlijn behandelt de aard van religieus geloof. De tweede hoofdlijn behandelt de incommensurabiliteit van religieus en niet-religieus geloven. De derde hoofdlijn behandelt de onredelijkheid (of irrationaliteit?) van religieus geloven.

De aard van religieus geloof

Spreekt Wittgenstein in de Lectures on Religious Belief over algemene kenmerken van religieus geloven of gaat het hem om religieus geloof in specifieke contexten – Rooms Katholieke, Protestantse, Boeddhistische et cetera? Voor beide posities lijken argumenten aanwezig te zijn. Wittgenstein stelt nergens dat het hem om een specifiek religieus geloven gaat. Dit lijkt echter in te druisen tegen de aard van zijn latere filosofische werk, waarin hij een positie ontwikkelt die sterk tegen algemene theorieën gekant is. Het lijkt daarom logisch te zijn dat Wittgenstein beargumenteert dat er geen essentiële eigenschappen van religieus geloven bestaan.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki