Revision [855]

This is an old revision of Voorbeeld auteur made by inhoudenvorm on 2014-02-17 00:36:48.

 

Anaxagoras

Naam
Anaxagoras
Pseudoniem
geen
Geboren
500 v.c. te Klazomenai (Ionië)
Overleden
428 v.c. te Lampsakos


Anaxagoras werd geboren in Klazomenai, in Ionië aan de kust van Klein-Azië, waar de natuurfilosofie al ruim een eeuw lang beoefend was (→ ‘Voorsokratische filosofen’). Op de leeftijd van 44 jaar verhuisde Anaxagoras echter naar Athene en was daarmee waarschijnlijk de eerste die de natuurfilosofie in de intellectuele elite van Athene introduceerde (vgl. Clemens van Alexandrië, Stromateis 1.62 [= DK 59 A7]). De beroemde politicus en redenaar Perikles behoorde tot zijn leerlingen. In Athene gaf hij als ‘meteoroloog’ openbare voordrachten over de zon, de maan, kometen en andere verschijnselen. Daarmee wekte hij bewondering en nieuwsgierigheid. Volgens één anekdote verscheen hij eens op de Olympische spelen gehuld in een leren mantel, omdat hij regen voorzag. Toen de bui even later inderdaad losbarstte, prees het volk hem en meende dat hij inzicht had in dingen die goddelijker waren dan wat paste bij de menselijke natuur (Aelianus, De natura animalium 7,8). Maar zijn optreden riep ook weerstand op. Een andere anekdote vermeldt hoe er eens een ram met één hoorn bij Perikles gebracht werd. Een ziener duidde dit als een voorteken dat de macht op één man zou overgaan, namelijk Perikles. Maar Anaxagoras sneed de schedel open en liet zien dat de hersenen van de ram zich ophoopten rond de wortel van de ene hoorn: dit verklaarde dat het beest maar één hoorn had (Plutarchus, Perikles 6,2 [=DK 59 A 16]). Of dit werkelijk gebeurd is, weten we niet zeker, maar duidelijk is dat Anaxagoras met zijn fysische verklaringen de zieners tegen zich in het harnas joeg. In 438/437 schijnt er dan ook door een ziener, Diopeithes, een wetsvoorstel ingediend te zijn tegen degenen die het goddelijke ontkenden of theorieën over de hemel leerden (Plutarchus, Perikles 32,1 [= DK 59 A17]). Een jaar daarop werd hij aangeklaagd wegens goddeloosheid (asebeia): hij leerde dat de zon een gloeiende steenmassa was. Anaxagoras vertrok naar Lampsakos, aan de oostkust van de Hellespont, waar hij enkele jaren later stierf (Diogenes Laërtius 2,12 [= DK 59 A1]).

Anaxagoras’ voordrachten zijn samengebracht in een werk, bestaande uit meerdere boekrollen, dat in de oudheid werd overgeleverd onder de titel ‘Over de natuur’. Het mondelinge, retorische karakter bleef behouden: Anaxagoras argumenteert niet, maar oreert in een bloemrijke, dogmatische en raadselachtige stijl. Ter illustratie een citaat van het begin van zijn werk: “Bijeen waren alle dingen, onbegrensd zowel wat betreft hun aantal als hun kleinheid – want ook het kleine was onbegrensd. En aangezien alle dingen bijeen waren, was er vanwege hun kleinheid niets duidelijk te onderscheiden: want nevel en lucht, beide onbegrensd, bedekten alle dingen. Want deze zijn in alle dingen aanwezig als de grootste zowel naar hun hoeveelheid als naar hun grootte.” (Simplicius, In Physica 155,23 [=DK 59 B1]). Deze stijl, en de zeer fragmentarische overlevering van het werk, hebben tot een grote verscheidenheid aan moderne interpretaties van zijn filosofie geleid. De grondgedachte van zijn filosofie lijkt te zijn geweest, dat, aangezien het onmogelijk is dat iets uit niets ontstaat, ‘zaden’ van alle dingen in een soort oermengsel van materie aanwezig zijn geweest. Daarin heeft een intellect (nous) een cirkelbeweging geïnitieerd die de materie ordende en individuele dingen afzonderde. Dit intellect is een goddelijke kracht, die als de puurste en fijnste stof de werkelijkheid doordringt zonder daarmee gemengd te worden. De cirkelbeweging die het intellect op gang gebracht heeft, heeft ook de zon, de maan en de andere hemellichamen in hun baan gebracht.

Alle fragmenten die van zijn geschrift ‘Over de natuur’ zijn overgeleverd, stammen waarschijnlijk uit het eerste boek, waarin hij met een kosmologische uiteenzetting de basis legt voor de rest van het werk, waarin hij zich waarschijnlijk meer met individuele natuurverschijnselen als maansverduistering bezighield. Expliciete religiekritiek is van hem niet overgeleverd. De aanklacht op grond van goddeloosheid, die tegen hem ingebracht werd, bewijst echter wel dat zijn materialistische wereldbeeld werd ervaren als een aanval op de traditionele godsdienst, waarin de hemellichamen als belichamingen van de goden een belangrijke rol speelden. Als exemplum is daarom de aanklacht tegen Anaxagoras genomen, zoals die overgeleverd is in het werk van Diogenes Laërtius, Over het leven van de beroemde filosofen.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki