De Verlichting

Periode
1650 tot 1750


De Verlichting is een periode in de westerse geschiedenis die begon in de 17e eeuw en die eindigde met de Franse revolutie (1789). De Verlichting kan beschouwd worden als een omwenteling in het filosofische denken, waarbij de nadruk door velen gelegd werd op de rede, die als uitgangspunt genomen dient te worden in het denken over en het handelen in de wereld. De stelregel van de Verlichting zou als volgt kunnen worden samengevat: ‘wat niet rijmt met de rede, moet worden verworpen.’

Dat de rede centraal kwam te staan, had als gevolg dat middels traditie overgeleverde religieuze overtuigingen in twijfel werden getrokken en, doorgaans, werden verworpen. Dit leidde tot een afname van religiositeit en een toename van atheïsme en deïsme. Hierdoor was de Verlichting een periode die bol stond van religiekritiek, waarbij meestal de katholieke kerk op de korrel werd genomen, doch er werden ook positieve interne vormen van religiekritiek geformuleerd, zoals pleidooien voor verdraagzaamheid of ideeën over natuurlijke religie.

Verlichtingsdenkers die in belangrijke mate hebben bijgedragen aan de traditie van religiekritiek zijn o.a. Voltaire, Denis Diderot, Baron d’Holbach, Jean-Jacques Rousseau, Gotthold Ephraim Lessing en John Locke.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki