Revision [2013]

Last edited on 2016-05-09 08:57:50 by marinterpstra
Additions:
De kritiek die in deze prent wordt geuit op godsdienstige praktijken van katholieken, is verwant aan en komt voort uit de kritiek op de aflatenhandel, bijvoorbeeld aan de kaak gesteld door Hans Holbein. Er wordt namelijk niet alleen kritiek geleverd op de aflatenhandel zelf, maar op verschillende andere manieren waarop de katholieke geestelijkheid winst wist te halen uit de dood van geloofsgenoten. Hierin ligt namelijk de belangrijkste kritiek op de aflatenhandel: uit angst voor de dood en hun straf in het vagevuur zijn mensen geneigd om aflaten te kopen, offerandes waarmee strafvermindering werd bereikt. Maar ook andere katholieke gebruiken waar clerici geld uit wisten te slaan worden bekritiseerd, zoals het houden van de dodenmis, het laten instellen van vicarieën om personen na hun dood te gedenken, en het vergeven van de zonden, eventueel van een overledene, in ruil voor schenkingen. Veel protestanten meenden - overigens in navolging van eerdere stromingen binnen de kerk zelf - dat de kerk te veel met wereldlijke zaken en macht bezig was en te weinig met de geestelijke beleving van het geloof. De priester is daarbij het belangrijkste mikpunt van deze kritiek, aangezien deze kerkelijke functionarissen de goddelijke sfeer in deze wereld vertegenwoordigen. Dat vereist een waardig optreden waarbij het onderscheid tussen de geestelijke en de wereldlijke, of de sacrale en de profane, kant duidelijk moet blijven. Het weerwoord van katholieke zijde luidt daarentegen dat juist in dit soort beelden de kerk als een louter wereldlijke zaak wordt voorgesteld (door alleen de misstanden te zien) en de protestanten juist geen oog hadden voor de geestelijke inhoud van de kerk.
Deletions:
De kritiek die in deze prent wordt geuit op godsdienstige praktijken van katholieken, is verwant aan en komt voort uit de kritiek op de aflatenhandel, bijvoorbeeld aan de kaak gesteld door Hans Holbein. Er wordt namelijk niet alleen kritiek geleverd op de aflatenhandel zelf, maar op verschillende andere manieren waarop de katholieke geestelijkheid winst wist te halen uit de dood van geloofsgenoten. Hierin ligt namelijk de belangrijkste kritiek op de aflatenhandel: uit angst voor de dood en hun straf in het vagevuur zijn mensen geneigd om aflaten te kopen, offerandes waarmee strafvermindering werd bereikt. Maar ook andere katholieke gebruiken waar clerici geld uit wisten te slaan worden bekritiseerd, zoals het houden van de dodenmis, het laten instellen van vicarieën om personen na hun dood te gedenken, en het vergeven van de zonden, eventueel van een overledene, in ruil voor schenkingen. Veel protestanten meenden - overigens in navolging van eerdere stromingen binnen de kerk zelf - dat de kerk te veel met wereldlijke zaken en macht bezig was en te weinig met de geestelijke beleving van het geloof. De priester is daarbij het belangrijkste mikpunt van deze kritiek, aangezien deze kerkelijke functionarissen de goddelijke sfeer in deze wereld vertegenwoordigen. Dat vereist een waardig optreden waarbij het onderscheid tussen de geestelijke en de wereldlijke, of de sacrale en de profane, kant duidelijk moet blijven. Het weerwoord van katholieke zijde luidt daarentegen dat juist in dit soort beelden de kerk als een louter wereldlijke zaak wordt voorgesteld en de protestanten juist geen oog hadden voor de geestelijke inhoud.


Revision [2012]

Edited on 2016-05-09 08:56:40 by marinterpstra
Additions:
lopende_tekst="De handel in aflaten was een belangrijk onderwerp van de protestantse kritiek die vooral het wereldlijke karakter van de kerk aan de kaak wil stellen. Priesters verdienen dik aan het (bij)geloof van mensen in de aflaten: de giften waarmee zij hopen de doden te helpen in hun vooruitzicht op het het eeuwige leven. Dat roept de voorstelling op dat de clerus van de lijken van de overleden leven ('de één zijn dood ...'), zoals in bijgaande prent van een onbekende kunstenaar: 'De lijkenvreters'. Toneelstukken, prenten en pamfletten werden gebruikt om deze praktijk bij het gewone volk in diskrediet te brengen."
Deletions:
lopende_tekst="De handel in aflaten was een belangrijk onderwerp van de protestantse kritiek die vooral het wereldlijke karakter van de kerk aan de kaak wil stellen. Priesters verdienen dik aan het (bij)geloof van mensen in de aflaten: de giften waarmee zij hopen de doden te helpen in hun vooruitzicht op het het eeuwige leven. Dat roept de voorstelling op dat de clerus van de lijken van de overleden leven ('de één zijn dood ...'), zoals in bijgaande prent van een onbekende kunstenaar: 'De lijkenvreter'. Toneelstukken, prenten en pamfletten werden gebruikt om deze praktijk bij het gewone volk in diskrediet te brengen."


Revision [2011]

Edited on 2016-05-09 08:55:52 by marinterpstra
Additions:
Hoewel de kunstenaar onbekend is, is deze prent te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door Pamphilius Gengenbach en Niklaus Manuel, beiden getiteld //die Todten Fresser//. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft in elk geval gediend als titelpagina van Gengenbachs toneelstuk, maar kan daarnaast heel goed ook los verspreid zijn.
==Analyse==
De kritiek die in deze prent wordt geuit op godsdienstige praktijken van katholieken, is verwant aan en komt voort uit de kritiek op de aflatenhandel, bijvoorbeeld aan de kaak gesteld door Hans Holbein. Er wordt namelijk niet alleen kritiek geleverd op de aflatenhandel zelf, maar op verschillende andere manieren waarop de katholieke geestelijkheid winst wist te halen uit de dood van geloofsgenoten. Hierin ligt namelijk de belangrijkste kritiek op de aflatenhandel: uit angst voor de dood en hun straf in het vagevuur zijn mensen geneigd om aflaten te kopen, offerandes waarmee strafvermindering werd bereikt. Maar ook andere katholieke gebruiken waar clerici geld uit wisten te slaan worden bekritiseerd, zoals het houden van de dodenmis, het laten instellen van vicarieën om personen na hun dood te gedenken, en het vergeven van de zonden, eventueel van een overledene, in ruil voor schenkingen. Veel protestanten meenden - overigens in navolging van eerdere stromingen binnen de kerk zelf - dat de kerk te veel met wereldlijke zaken en macht bezig was en te weinig met de geestelijke beleving van het geloof. De priester is daarbij het belangrijkste mikpunt van deze kritiek, aangezien deze kerkelijke functionarissen de goddelijke sfeer in deze wereld vertegenwoordigen. Dat vereist een waardig optreden waarbij het onderscheid tussen de geestelijke en de wereldlijke, of de sacrale en de profane, kant duidelijk moet blijven. Het weerwoord van katholieke zijde luidt daarentegen dat juist in dit soort beelden de kerk als een louter wereldlijke zaak wordt voorgesteld en de protestanten juist geen oog hadden voor de geestelijke inhoud.
Zie voor de teksten van de Vastenavond-spelen:
- [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/439/1|Pamphilius Gengenbach]]
- [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/3406/11|Niklaus Manuel]]
Deletions:
Hoewel de kunstenaar onbekend is, is deze prent te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/439/1|Pamphilius Gengenbach]] en [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/3406/11|Niklaus Manuel]], beiden getiteld die Todten Fresser. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan daarnaast heel goed ook los verspreid zijn.
Analyse
De kritiek die in deze prent wordt geuit op het katholicisme, is verwant aan en komt voort uit de kritiek op de aflatenhandel, bijvoorbeeld aan de kaak gesteld door Hans Holbein. Er wordt namelijk niet alleen kritiek geleverd op de aflatenhandel zelf, maar op verschillende andere manieren waarop de katholieke geestelijkheid winst wist te halen uit de dood van geloofsgenoten. Hierin ligt namelijk de belangrijkste kritiek op de aflatenhandel.: het is uit angst voor de dood en hun straf in het vagevuur immers dat mensen geneigd waren om aflaten te kopen. Maar ook andere katholieke gebruiken waar clerici geld uit wisten te slaan worden bekritiseerd, zoals het houden van de dodenmis, het laten instellen van vicarieën om personen na hun dood te gedenken, en het vergeven van de zonden, eventueel van een overledene, in ruil voor schenkingen.
De kritiek die in deze prent wordt geuit op het katholicisme, is verwant aan en komt voort uit de kritiek op de aflatenhandel, bijvoorbeeld [[Hans_Holbein_Ware_en_Valse_Vergeving|aan de kaak gesteld door Hans Holbein]]. Er wordt namelijk niet alleen kritiek geleverd op de aflaathandel zelf, maar op verschillende andere manieren waarop de katholieke geestelijkheid winst wist te halen uit de dood van geloofsgenoten. Hierin ligt de kritiek op de aflaathandel, omdat mensen uit angst voor de dood en hun straf in het vagevuur immers geneigd waren om aflaten te kopen. Maar ook andere katholieke gebruiken waar clerici vaak geld uit wisten te slaan worden bekritiseerd, zoals het houden van de dodenmis, het laten instellen van vicarieën om personen na hun dood te gedenken, en het vergeven van de zonden, eventueel van een overledene, in ruil voor schenkingen.
Op het eerste oog is die kritiek misschien niet heel duidelijk, door de lugubere manier waarop ze is vormgegeven. Katholieke geestelijken, onder wie de paus, een bisschop, een paus en een non zitten aan een feestelijke maaltijd, waar ook onheilspellende, duivelse figuren bij aanwezig zijn. Het gruwelijke hoofdgerecht van het feest is een opengesneden lijk. Hiermee maakt de prentmaker dus een satirische toespeling op het uitbuiten van de doden, en wil hij niet impliceren dat katholieken letterlijk kannibalen zijn (hoewel het, met het oog op de discussie over de transsubstantiatie en het wel of niet letterlijk consumeren van Christus lichaam, voor ingewijden misschien wel een schertsende verwijzing is naar het katholieke standpunt).
De kritiek in de prent wordt nog duidelijker wanneer we kijken naar de ontstaanscontext. De prent is namelijk te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/439/1|Pamphilius Gengenbach]] en [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/3406/11|Niklaus Manuel]], beiden getiteld //die Todten Fresser//. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan daarnaast heel goed ook los verspreid zijn. Beide media, prent en toneelstuk, waren in elk geval toegankelijk en aansprekend voor het gewone volk en konden met hun kritiek dus een groot publiek bereiken.


Revision [2010]

Edited on 2016-05-09 08:43:02 by marinterpstra
Additions:
=====De verderfelijke aflatenhandel (Todtenfresser)=====
versie="2016"
lopende_tekst="De handel in aflaten was een belangrijk onderwerp van de protestantse kritiek die vooral het wereldlijke karakter van de kerk aan de kaak wil stellen. Priesters verdienen dik aan het (bij)geloof van mensen in de aflaten: de giften waarmee zij hopen de doden te helpen in hun vooruitzicht op het het eeuwige leven. Dat roept de voorstelling op dat de clerus van de lijken van de overleden leven ('de één zijn dood ...'), zoals in bijgaande prent van een onbekende kunstenaar: 'De lijkenvreter'. Toneelstukken, prenten en pamfletten werden gebruikt om deze praktijk bij het gewone volk in diskrediet te brengen."
==Over de "Todtenfresser"==
Hoewel de kunstenaar onbekend is, is deze prent te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/439/1|Pamphilius Gengenbach]] en [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/3406/11|Niklaus Manuel]], beiden getiteld die Todten Fresser. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan daarnaast heel goed ook los verspreid zijn.
Analyse
De kritiek die in deze prent wordt geuit op het katholicisme, is verwant aan en komt voort uit de kritiek op de aflatenhandel, bijvoorbeeld aan de kaak gesteld door Hans Holbein. Er wordt namelijk niet alleen kritiek geleverd op de aflatenhandel zelf, maar op verschillende andere manieren waarop de katholieke geestelijkheid winst wist te halen uit de dood van geloofsgenoten. Hierin ligt namelijk de belangrijkste kritiek op de aflatenhandel.: het is uit angst voor de dood en hun straf in het vagevuur immers dat mensen geneigd waren om aflaten te kopen. Maar ook andere katholieke gebruiken waar clerici geld uit wisten te slaan worden bekritiseerd, zoals het houden van de dodenmis, het laten instellen van vicarieën om personen na hun dood te gedenken, en het vergeven van de zonden, eventueel van een overledene, in ruil voor schenkingen.
Op het eerste oog is die kritiek misschien niet heel duidelijk, door de lugubere manier waarop ze is vormgegeven. Katholieke geestelijken, onder wie de paus, een bisschop, een paus en een non zitten aan een feestelijke maaltijd, waar ook onheilspellende, duivelse figuren bij aanwezig zijn. Het gruwelijke hoofdgerecht van het feest is een opengesneden lijk. Hiermee maakt de prentmaker dus een satirische toespeling op het uitbuiten van de doden, en wil hij niet impliceren dat katholieken letterlijk kannibalen zijn (hoewel het, met het oog op de discussie over de transsubstantiatie en het wel of niet letterlijk consumeren van Christus’ lichaam, misschien ook wel een schertsende verwijzing is naar de katholieke leer). De kritiek in de prent wordt nog duidelijker wanneer we kijken naar de ontstaanscontext. Beide media, prent en toneelstuk, waren in elk geval toegankelijk en aansprekend voor het gewone volk. Protestantse critici konden via deze media dus een groot publiek bereiken.
Deletions:
=====Todtenfresser=====
versie="anco_peeters"


Revision [1010]

Edited on 2014-03-20 16:08:29 by Melina
Additions:
periode="Renaissance"
Deletions:
periode="Middeleeuwen"


Revision [1009]

Edited on 2014-03-20 16:08:10 by Melina
Additions:
context=""
genre="algemeen"
stijlmiddel="satire"
positionering="interne religiekritiek"
doel_van_kritiek="beoordeling, zuivering"
voorwerp_van_kritiek="praktijk, ambtsbekleders"
gronden="Priesterdom/priesterbedrog/antiklerikalisme, dogmatisme, heilige geschriften"
Deletions:
context="X"
genre="X"
stijlmiddel="X"
positionering="X"
doel_van_kritiek="X"
voorwerp_van_kritiek="X"
gronden="X"


Revision [973]

Edited on 2014-03-06 18:01:57 by inhoudenvorm
Additions:
{{image class="center" url="images/exempla/Todtenfresser.jpg" link="images/exempla/Todtenfresser.jpg" title="Todtenfresser" alt="Todtenfresser" height="400"}}
De kritiek in de prent wordt nog duidelijker wanneer we kijken naar de ontstaanscontext. De prent is namelijk te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/439/1|Pamphilius Gengenbach]] en [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/3406/11|Niklaus Manuel]], beiden getiteld //die Todten Fresser//. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan daarnaast heel goed ook los verspreid zijn. Beide media, prent en toneelstuk, waren in elk geval toegankelijk en aansprekend voor het gewone volk en konden met hun kritiek dus een groot publiek bereiken.
Deletions:
""
{{image url="url" title="Onbekende allegorische afbeelding" alt="Onbekende allegorische afbeelding"}}
AFBEELDING HIER ALS AUTEURSRECHT GEREGELD IS
(lees meer) De kritiek in de prent wordt nog duidelijker wanneer we kijken naar de ontstaanscontext. De prent is namelijk te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/439/1|Pamphilius Gengenbach]] en [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/3406/11|Niklaus Manuel]], beiden getiteld //die Todten Fresser//. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan daarnaast heel goed ook los verspreid zijn. Beide media, prent en toneelstuk, waren in elk geval toegankelijk en aansprekend voor het gewone volk en konden met hun kritiek dus een groot publiek bereiken.


Revision [936]

Edited on 2014-03-06 16:24:34 by inhoudenvorm
Additions:
versie="anco_peeters"
auteur="Onbekend"
werk="Todtenfresser"
context="X"
medium="prent"
genre="X"
stijlmiddel="X"
positionering="X"
doel_van_kritiek="X"
voorwerp_van_kritiek="X"
gronden="X"
soorten_argumenten="X"
Deletions:
auteur="..."
werk=""
stijl="..."


Revision [827]

Edited on 2014-02-10 22:17:54 by Melina
Additions:
Op het eerste oog is die kritiek misschien niet heel duidelijk, door de lugubere manier waarop ze is vormgegeven. Katholieke geestelijken, onder wie de paus, een bisschop, een paus en een non zitten aan een feestelijke maaltijd, waar ook onheilspellende, duivelse figuren bij aanwezig zijn. Het gruwelijke hoofdgerecht van het feest is een opengesneden lijk. Hiermee maakt de prentmaker dus een satirische toespeling op het uitbuiten van de doden, en wil hij niet impliceren dat katholieken letterlijk kannibalen zijn (hoewel het, met het oog op de discussie over de transsubstantiatie en het wel of niet letterlijk consumeren van Christus lichaam, voor ingewijden misschien wel een schertsende verwijzing is naar het katholieke standpunt).
Deletions:
Op het eerste oog is die kritiek misschien niet heel duidelijk, door de lugubere manier waarop ze is vormgegeven. Katholieke geestelijken, onder wie de paus, een bisschop, een paus en een non zitten aan een feestelijke maaltijd, waar ook onheilspellende, duivelse figuren bij aanwezig zijn. Het gruwelijke hoofdgerecht van het feest is een opengesneden lijk. Hiermee maakt de prentmaker dus een satirische toespeling op het uitbuiten van de doden, en wil hij niet impliceren dat katholieken daadwerkelijk kannibalen zijn (hoewel het, met het oog op de discussie over de transsubstantiatie en het wel of niet letterlijk consumeren van Christus lichaam, voor ingewijden misschien wel een schertsende verwijzing is naar het katholieke standpunt).


Revision [826]

Edited on 2014-02-10 18:10:42 by Melina
Additions:
(lees meer) De kritiek in de prent wordt nog duidelijker wanneer we kijken naar de ontstaanscontext. De prent is namelijk te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/439/1|Pamphilius Gengenbach]] en [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/3406/11|Niklaus Manuel]], beiden getiteld //die Todten Fresser//. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan daarnaast heel goed ook los verspreid zijn. Beide media, prent en toneelstuk, waren in elk geval toegankelijk en aansprekend voor het gewone volk en konden met hun kritiek dus een groot publiek bereiken.
Deletions:
(lees meer) De kritiek in de prent word nog duidelijker wanneer we kijken naar de ontstaanscontext. De prent is namelijk te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/439/1|Pamphilius Gengenbach]] en [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/3406/11|Niklaus Manuel]], beiden getiteld //die Todten Fresser//. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan daarnaast heel goed ook los verspreid zijn. Beide media, prent en toneelstuk, waren in elk geval toegankelijk en aansprekend voor het gewone volk en konden met hun kritiek dus een groot publiek bereiken.


Revision [818]

Edited on 2014-02-07 15:36:08 by Melina
Additions:
(lees meer) De kritiek in de prent word nog duidelijker wanneer we kijken naar de ontstaanscontext. De prent is namelijk te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/439/1|Pamphilius Gengenbach]] en [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/3406/11|Niklaus Manuel]], beiden getiteld //die Todten Fresser//. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan daarnaast heel goed ook los verspreid zijn. Beide media, prent en toneelstuk, waren in elk geval toegankelijk en aansprekend voor het gewone volk en konden met hun kritiek dus een groot publiek bereiken.
Deletions:
====Uitleg en analyse====
De kritiek in de prent word nog duidelijker wanneer we kijken naar de ontstaanscontext. De prent is namelijk te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/439/1|Pamphilius Gengenbach]] en [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/3406/11|Niklaus Manuel]], beiden getiteld //die Todten Fresser//. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan daarnaast heel goed ook los verspreid zijn. Beide media, prent en toneelstuk, waren in elk geval toegankelijk en aansprekend voor het gewone volk en konden met hun kritiek dus een groot publiek bereiken.


Revision [816]

Edited on 2014-02-07 15:29:50 by Melina
Additions:
Bron: Onbekende kunstenaar, ca. 1520, houtsnede, afmetingen onbekend
Deletions:
Bron: Nog invullen


Revision [811]

Edited on 2014-02-07 12:58:51 by Melina
Additions:
De kritiek die in deze prent wordt geuit op het katholicisme, is verwant aan en komt voort uit de kritiek op de aflatenhandel, bijvoorbeeld [[Hans_Holbein_Ware_en_Valse_Vergeving|aan de kaak gesteld door Hans Holbein]]. Er wordt namelijk niet alleen kritiek geleverd op de aflaathandel zelf, maar op verschillende andere manieren waarop de katholieke geestelijkheid winst wist te halen uit de dood van geloofsgenoten. Hierin ligt de kritiek op de aflaathandel, omdat mensen uit angst voor de dood en hun straf in het vagevuur immers geneigd waren om aflaten te kopen. Maar ook andere katholieke gebruiken waar clerici vaak geld uit wisten te slaan worden bekritiseerd, zoals het houden van de dodenmis, het laten instellen van vicarieën om personen na hun dood te gedenken, en het vergeven van de zonden, eventueel van een overledene, in ruil voor schenkingen.
Op het eerste oog is die kritiek misschien niet heel duidelijk, door de lugubere manier waarop ze is vormgegeven. Katholieke geestelijken, onder wie de paus, een bisschop, een paus en een non zitten aan een feestelijke maaltijd, waar ook onheilspellende, duivelse figuren bij aanwezig zijn. Het gruwelijke hoofdgerecht van het feest is een opengesneden lijk. Hiermee maakt de prentmaker dus een satirische toespeling op het uitbuiten van de doden, en wil hij niet impliceren dat katholieken daadwerkelijk kannibalen zijn (hoewel het, met het oog op de discussie over de transsubstantiatie en het wel of niet letterlijk consumeren van Christus lichaam, voor ingewijden misschien wel een schertsende verwijzing is naar het katholieke standpunt).
De kritiek in de prent word nog duidelijker wanneer we kijken naar de ontstaanscontext. De prent is namelijk te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/439/1|Pamphilius Gengenbach]] en [[http://gutenberg.spiegel.de/buch/3406/11|Niklaus Manuel]], beiden getiteld //die Todten Fresser//. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan daarnaast heel goed ook los verspreid zijn. Beide media, prent en toneelstuk, waren in elk geval toegankelijk en aansprekend voor het gewone volk en konden met hun kritiek dus een groot publiek bereiken.
Deletions:
De kritiek die in deze prent wordt geuit op het katholicisme, is verwant aan en komt voort uit de kritiek op de aflatenhandel, bijvoorbeeld [[Hans_Holbein_Ware_en_Valse_Vergeving|aan de kaak gesteld door Hans Holbein]]. Er wordt namelijk niet alleen kritiek geleverd op de aflaathandel zelf, maar op verschillende andere manieren waarop de katholieke geestelijkheid winst wist te halen uit de dood van geloofsgenoten. Hierin ligt de kritiek op de aflaathandel, omdat mensen uit angst voor de dood en hun straf in het vagevuur immers geneigd waren om aflaten te kopen. Maar ook andere katholieke gebruiken waar clerici vaak geld uit wisten te slaan, zoals het houden van de dodenmis, het laten instellen van vicarieën om personen na hun dood te gedenken, en het vergeven van de zonden, eventueel van een overledene, in ruil voor schenkingen.
Op het eerste oog is die kritiek misschien niet heel duidelijk, door de lugubere manier waarop ze is vormgegeven. Katholieke geestelijken, onder wie de paus, een bisschop, een paus en een non zitten aan een feestelijke maaltijd, waar ook onheilspellende, duivelse figuren bij aanwezig zijn. Het gruwelijke hoofdgerecht van het feest is een opengesneden lijk. Hiermee maakt de prentmaker dus een satirische toespeling op het uitbuiten van de doden, en wil hij niet impliceren dat katholieken kannibalen zijn (hoewel het, met het oog op de discussie over de transsubstantiatie en het wel of niet letterlijk consumeren van Christus lichaam, voor ingewijden misschien wel een schertsende verwijzing is naar het katholieke standpunt).
De kritiek in de prent word nog duidelijker wanneer we kijken naar de ontstaanscontext. De prent is namelijk te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door Pamphilius Gengenbach en Niklaus Manuel, beiden getiteld //die Todten Fresser//. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft waarschijnlijk gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan heel goed ook los verspreid zijn. Beide media, prent en toneelstuk, waren in elk geval toegankelijk en aansprekend voor het gewone volk en konden met hun kritiek dus een groot publiek bereiken.


Revision [810]

Edited on 2014-02-06 16:15:49 by Melina
Additions:
De kritiek die in deze prent wordt geuit op het katholicisme, is verwant aan en komt voort uit de kritiek op de aflatenhandel, bijvoorbeeld [[Hans_Holbein_Ware_en_Valse_Vergeving|aan de kaak gesteld door Hans Holbein]]. Er wordt namelijk niet alleen kritiek geleverd op de aflaathandel zelf, maar op verschillende andere manieren waarop de katholieke geestelijkheid winst wist te halen uit de dood van geloofsgenoten. Hierin ligt de kritiek op de aflaathandel, omdat mensen uit angst voor de dood en hun straf in het vagevuur immers geneigd waren om aflaten te kopen. Maar ook andere katholieke gebruiken waar clerici vaak geld uit wisten te slaan, zoals het houden van de dodenmis, het laten instellen van vicarieën om personen na hun dood te gedenken, en het vergeven van de zonden, eventueel van een overledene, in ruil voor schenkingen.
Op het eerste oog is die kritiek misschien niet heel duidelijk, door de lugubere manier waarop ze is vormgegeven. Katholieke geestelijken, onder wie de paus, een bisschop, een paus en een non zitten aan een feestelijke maaltijd, waar ook onheilspellende, duivelse figuren bij aanwezig zijn. Het gruwelijke hoofdgerecht van het feest is een opengesneden lijk. Hiermee maakt de prentmaker dus een satirische toespeling op het uitbuiten van de doden, en wil hij niet impliceren dat katholieken kannibalen zijn (hoewel het, met het oog op de discussie over de transsubstantiatie en het wel of niet letterlijk consumeren van Christus lichaam, voor ingewijden misschien wel een schertsende verwijzing is naar het katholieke standpunt).
De kritiek in de prent word nog duidelijker wanneer we kijken naar de ontstaanscontext. De prent is namelijk te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door Pamphilius Gengenbach en Niklaus Manuel, beiden getiteld //die Todten Fresser//. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft waarschijnlijk gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan heel goed ook los verspreid zijn. Beide media, prent en toneelstuk, waren in elk geval toegankelijk en aansprekend voor het gewone volk en konden met hun kritiek dus een groot publiek bereiken.
Deletions:
De kritiek die in deze prent wordt geuit op het katholicisme, is verwant aan en komt voort uit de kritiek op de aflatenhandel, bijvoorbeeld [[Hans_Holbein_Ware_en_Valse_Vergeving|aan de kaak gesteld door Hans Holbein]]. Er wordt namelijk niet alleen kritiek geleverd op de aflaathandel zelf, maar op verschillende andere manieren waarop de katholieke geestelijkheid winst wist te halen uit de dood van geloofsgenoten. Hierin ligt de kritiek op de aflaathandel, omdat mensen uit angst voor de dood en hun straf in het vagevuur immers geneigd waren om aflaten te kopen. Maar ook andere katholieke gebruiken waar clerici vaak geld uit wisten te slaan, zoals het houden van de dodenmis, het laten instellen van vicarieën om personen na hun dood te gedenken, en het geven van absolutie en absoutes worden bekritiseerd.
Op het eerste oog is die kritiek misschien niet heel duidelijk, door de lugubere manier waarop ze is vormgegeven. Katholieke geestelijken, onder wie de paus, een bisschop, een paus en een non zitten aan een feestelijke maaltijd, waar ook onheilspellende, duivelse figuren bij aanwezig zijn. Het gruwelijke hoofdgerecht van het feest is een opengesneden lijk. Hiermee maakt de prentmaker dus een satirische toespeling op het uitbuiten van de doden, en wil hij dus niet impliceren dat katholieken kannibalen zijn (hoewel het, met het oog op de discussie over de transsubstantiatie en het wel of niet letterlijk consumeren van Christus lichaam, misschien wel een humoristische verwijzing is naar het katholieke standpunt).
De kritiek in de prent word nog duidelijker wanneer we kijken naar de ontstaanscontext. De prent is namelijk te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door Pamphilius Gengenbach en Niklaus Manuel, beiden getiteld die Todten Fresser. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft waarschijnlijk gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan heel goed ook los verspreid zijn. Beide media, prent en toneelstuk, waren in elk geval toegankelijk en aansprekend voor het gewone volk en konden met hun kritiek dus een groot publiek bereiken.


Revision [798]

Edited on 2014-02-06 15:03:49 by Melina
Additions:
Op het eerste oog is die kritiek misschien niet heel duidelijk, door de lugubere manier waarop ze is vormgegeven. Katholieke geestelijken, onder wie de paus, een bisschop, een paus en een non zitten aan een feestelijke maaltijd, waar ook onheilspellende, duivelse figuren bij aanwezig zijn. Het gruwelijke hoofdgerecht van het feest is een opengesneden lijk. Hiermee maakt de prentmaker dus een satirische toespeling op het uitbuiten van de doden, en wil hij dus niet impliceren dat katholieken kannibalen zijn (hoewel het, met het oog op de discussie over de transsubstantiatie en het wel of niet letterlijk consumeren van Christus lichaam, misschien wel een humoristische verwijzing is naar het katholieke standpunt).
De kritiek in de prent word nog duidelijker wanneer we kijken naar de ontstaanscontext. De prent is namelijk te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door Pamphilius Gengenbach en Niklaus Manuel, beiden getiteld die Todten Fresser. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft waarschijnlijk gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan heel goed ook los verspreid zijn. Beide media, prent en toneelstuk, waren in elk geval toegankelijk en aansprekend voor het gewone volk en konden met hun kritiek dus een groot publiek bereiken.
Deletions:
Op het eerste oog is die kritiek misschien niet heel duidelijk, door de lugubere manier waarop ze is vormgegeven. Katholieke geestelijken, onder wie de paus, een bisschop, een paus en een non zitten aan een feestelijke maaltijd, waar ook onheilspellende, duivelse figuren bij aanwezig zijn. Het gruwelijke hoofdgerecht van het feest is een opengesneden lijk. Hiermee wil de prentmaker waarschijnlijk niet direct impliceren dat katholieken kannibalen zijn, hoewel het, met het oog op de discussie over de transsubstantiatie en het wel of niet letterlijk consumeren van Christus lichaam, misschien wel een humoristische verwijzing is.
De prent is echter te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door Pamphilius Gengenbach en Niklaus Manuel, beiden getiteld die Todten Fresser. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft waarschijnlijk gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan heel goed ook los verspreid zijn. Beide media, prent en toneelstuk, waren in elk geval toegankelijk en aansprekend voor het gewone volk en konden met hun kritiek dus een groot publiek bereiken.


Revision [797]

Edited on 2014-02-06 14:57:56 by Melina
Additions:
De kritiek die in deze prent wordt geuit op het katholicisme, is verwant aan en komt voort uit de kritiek op de aflatenhandel, bijvoorbeeld [[Hans_Holbein_Ware_en_Valse_Vergeving|aan de kaak gesteld door Hans Holbein]]. Er wordt namelijk niet alleen kritiek geleverd op de aflaathandel zelf, maar op verschillende andere manieren waarop de katholieke geestelijkheid winst wist te halen uit de dood van geloofsgenoten. Hierin ligt de kritiek op de aflaathandel, omdat mensen uit angst voor de dood en hun straf in het vagevuur immers geneigd waren om aflaten te kopen. Maar ook andere katholieke gebruiken waar clerici vaak geld uit wisten te slaan, zoals het houden van de dodenmis, het laten instellen van vicarieën om personen na hun dood te gedenken, en het geven van absolutie en absoutes worden bekritiseerd.
Op het eerste oog is die kritiek misschien niet heel duidelijk, door de lugubere manier waarop ze is vormgegeven. Katholieke geestelijken, onder wie de paus, een bisschop, een paus en een non zitten aan een feestelijke maaltijd, waar ook onheilspellende, duivelse figuren bij aanwezig zijn. Het gruwelijke hoofdgerecht van het feest is een opengesneden lijk. Hiermee wil de prentmaker waarschijnlijk niet direct impliceren dat katholieken kannibalen zijn, hoewel het, met het oog op de discussie over de transsubstantiatie en het wel of niet letterlijk consumeren van Christus lichaam, misschien wel een humoristische verwijzing is.
De prent is echter te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door Pamphilius Gengenbach en Niklaus Manuel, beiden getiteld die Todten Fresser. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft waarschijnlijk gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan heel goed ook los verspreid zijn. Beide media, prent en toneelstuk, waren in elk geval toegankelijk en aansprekend voor het gewone volk en konden met hun kritiek dus een groot publiek bereiken.
Deletions:
De kritiek die in deze prent wordt geuit op het katholicisme, is verwant aan en komt voor uit de kritiek op de aflatenhandel, bijvoorbeeld [[Hans_Holbein_Ware_en_Valse_Vergeving|aan de kaak gesteld door Hans Holbein]]. Katholieke geestelijken, onder wie de paus, een bisschop, een paus en een non zitten aan een feestelijke maaltijd, waar ook onheilspellende, duivelse figuren bij aanwezig zijn. Het gruwelijke hoofdgerecht van het feest is een opengesneden lijk. Hiermee wil de prentmaker niet direct impliceren dat katholieken kannibalen zijn. Er wordt verwezen naar de verschillende manieren waarop katholieken winst wisten te halen uit de dood van geloofsgenoten. Hierin ligt de kritiek op de aflaathandel, omdat mensen uit angst voor de dood en hun straf in het vagevuur immers geneigd waren om aflaten te kopen. Maar ook andere katholieke gebruiken waar clerici vaak geld uit wisten te slaan, zoals het houden van de dodenmis, het laten instellen van vicarieën om personen na hun dood te gedenken, en het geven van absolutie en absoutes worden bekritiseerd.
Op het eerste oog is die kritiek misschien niet heel duidelijk, door de lugubere manier waarop ze is vormgegeven. De prent is echter te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door Pamphilius Gengenbach en Niklaus Manuel, beiden getiteld die Todten Fresser. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft waarschijnlijk gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan heel goed ook los verspreid zijn. Beide media, prent en toneelstuk, waren in elk geval toegankelijk en aansprekend voor het gewone volk en konden met hun kritiek dus een groot publiek bereiken.


Revision [747]

Edited on 2014-01-20 16:54:40 by Melina
Additions:
De kritiek die in deze prent wordt geuit op het katholicisme, is verwant aan en komt voor uit de kritiek op de aflatenhandel, bijvoorbeeld [[Hans_Holbein_Ware_en_Valse_Vergeving|aan de kaak gesteld door Hans Holbein]]. Katholieke geestelijken, onder wie de paus, een bisschop, een paus en een non zitten aan een feestelijke maaltijd, waar ook onheilspellende, duivelse figuren bij aanwezig zijn. Het gruwelijke hoofdgerecht van het feest is een opengesneden lijk. Hiermee wil de prentmaker niet direct impliceren dat katholieken kannibalen zijn. Er wordt verwezen naar de verschillende manieren waarop katholieken winst wisten te halen uit de dood van geloofsgenoten. Hierin ligt de kritiek op de aflaathandel, omdat mensen uit angst voor de dood en hun straf in het vagevuur immers geneigd waren om aflaten te kopen. Maar ook andere katholieke gebruiken waar clerici vaak geld uit wisten te slaan, zoals het houden van de dodenmis, het laten instellen van vicarieën om personen na hun dood te gedenken, en het geven van absolutie en absoutes worden bekritiseerd.
Deletions:
De kritiek die in deze prent wordt geuit op het katholicisme, is verwant aan en komt voor uit de kritiek op de aflatenhandel, bijvoorbeeld [[Hans_Holbein_de_Jongere|aan de kaak gesteld door Hans Holbein]]. Katholieke geestelijken, onder wie de paus, een bisschop, een paus en een non zitten aan een feestelijke maaltijd, waar ook onheilspellende, duivelse figuren bij aanwezig zijn. Het gruwelijke hoofdgerecht van het feest is een opengesneden lijk. Hiermee wil de prentmaker niet direct impliceren dat katholieken kannibalen zijn. Er wordt verwezen naar de verschillende manieren waarop katholieken winst wisten te halen uit de dood van geloofsgenoten. Hierin ligt de kritiek op de aflaathandel, omdat mensen uit angst voor de dood en hun straf in het vagevuur immers geneigd waren om aflaten te kopen. Maar ook andere katholieke gebruiken waar clerici vaak geld uit wisten te slaan, zoals het houden van de dodenmis, het laten instellen van vicarieën om personen na hun dood te gedenken, en het geven van absolutie en absoutes worden bekritiseerd.


Revision [627]

Edited on 2013-12-11 13:13:48 by inhoudenvorm
Additions:
=====Todtenfresser=====
auteur="..."
Bron: Nog invullen
====Uitleg en analyse====
De kritiek die in deze prent wordt geuit op het katholicisme, is verwant aan en komt voor uit de kritiek op de aflatenhandel, bijvoorbeeld [[Hans_Holbein_de_Jongere|aan de kaak gesteld door Hans Holbein]]. Katholieke geestelijken, onder wie de paus, een bisschop, een paus en een non zitten aan een feestelijke maaltijd, waar ook onheilspellende, duivelse figuren bij aanwezig zijn. Het gruwelijke hoofdgerecht van het feest is een opengesneden lijk. Hiermee wil de prentmaker niet direct impliceren dat katholieken kannibalen zijn. Er wordt verwezen naar de verschillende manieren waarop katholieken winst wisten te halen uit de dood van geloofsgenoten. Hierin ligt de kritiek op de aflaathandel, omdat mensen uit angst voor de dood en hun straf in het vagevuur immers geneigd waren om aflaten te kopen. Maar ook andere katholieke gebruiken waar clerici vaak geld uit wisten te slaan, zoals het houden van de dodenmis, het laten instellen van vicarieën om personen na hun dood te gedenken, en het geven van absolutie en absoutes worden bekritiseerd.
Op het eerste oog is die kritiek misschien niet heel duidelijk, door de lugubere manier waarop ze is vormgegeven. De prent is echter te koppelen aan twee Vastenavond-spelen die in de vroege jaren 1520 werden uitgebracht in Augsburg en Bern door Pamphilius Gengenbach en Niklaus Manuel, beiden getiteld die Todten Fresser. In deze stukken wordt op satirische wijze dezelfde kritiek geuit op de geestelijken, die zelf aan het woord zijn tijdens de huiveringwekkende maaltijd. De prent heeft waarschijnlijk gediend als titelpagina van in elk geval Gengenbachs toneelstuk, maar kan heel goed ook los verspreid zijn. Beide media, prent en toneelstuk, waren in elk geval toegankelijk en aansprekend voor het gewone volk en konden met hun kritiek dus een groot publiek bereiken.
Deletions:
=====Anonieme Prent=====
auteur="onbekend"
Bron: Onbekende kunstenaar, ca. 1530, houtsnede, 37 x 50 cm
====Uitleg prent ====
De ingewikkelde voorstelling op de prent, die met verklarende bijschriften voor de 16e eeuwse lezer waarschijnlijk wel te begrijpen was, is in zijn geheel op te vatten als een allegorie van de strijd tussen het ware geloof en de valse geestelijkheid. Daarnaast is in de prent op subtiele wijze kritiek verwerkt op de vervolging van religieuze dissidenten, bijvoorbeeld in de tekst rechtsboven: ‘Hier machme[n] tvervolch der Christe[nen] aensien/van die godlose Jagers met grooten hope[n]/Daer moghe[n] si toe die fonteyne vlien/Soe sullen si alle quade[n] wel ontlope[n]. De geestelijkheid heeft op deze prent verschillende gedaantes gekregen, naast de menselijke gedaante zijn ze ook afgebeeld als vossen, honden, zwijnen en in de achtergrond als meute wilde dieren. Personificaties van Eygenbaet en Onweten gaan een Hert te lijf dat het Oude en Nieuwe Testament symboliseert. De Naeckte Waerheyd, met een helm van Hoop, een schild van Geloof en het Zwaard van de Geest beschermt het Hert, dat drinkt uit de fontein van Gods woord.
====Analyse====
Vanaf het begin van de 16e eeuw kwam er van verschillende humanistische denkers steeds meer kritiek op de dogma’s van de katholieke kerk, bijvoorbeeld dat van de Eucharistie. Hervormers vonden dat het geloof puur gebaseerd moest zijn op wat er in de Bijbel zelf stond. Op deze prent wordt dezelfde kritiek geuit in een wat ingewikkelde beeldtaal. De Naeckte Waerhyd verwijst naar Christus’ waarheid, ontdaan van alle dogmatische interpretaties. Hij beschermt het Hert, dat het Oude en Nieuwe Testament symboliseert. Door het Hert van het Oude en Nieuwe Testament te laten drinken uit de fontein van Gods woord, wordt in de prent dus de kritiek geuit dat enkel in de Heilige Schrift Gods woord staat.
De kritiek op de vervolging van religieuze dissidenten door het katholieke gezag blijkt niet alleen uit de tekst rechtsboven maar ook uit de jacht die wordt gemaakt op het Hert van het Oude en Nieuwe Testament, en vooral ook uit de weergave van twee honden bij het Hert met een zwarte kap en het bijschrift Criters. Dit was een spotnaam voor monniken van de Dominicaner orde, die bekend en gevreesd waren om hun actieve rol bij de inquisitie. De naam dominicaan kan vanuit het Latijn vertaald worden naar ‘hond van God’ en vaak worden dominicanen dan ook spottend als honden afgebeeld.
Het is in deze prent echter niet alleen de vervolgende rol van de Dominicanen die aan de kaak wordt gesteld: de gehele geestelijkheid komt er slecht vanaf. Het zwijn in de boom, met bijschrift valsche geestelicheyd hengelt naar beneden met een heidens aandoende rozenkrans. De vossen, die de onbetrouwbare geestelijkheid symboliseren, trekken het monster van de Apocalyps voort en dragen als vaandel een aflaat. In de verte is te zien hoe ook zij op het Hert jagen. Clerici worden in deze prent makkelijk weggezet met een vaak voorkomende handgreep, door ze af te beelden als beesten, maar er ligt onderbouwde kritiek aan ten grondslag. Ze hangen immers het verkeerde geloof aan omdat ze door hun dogma’s helemaal zijn afgedwaald van het woord van God, en daarnaast zijn ze ook nog eens betrokken bij de zeer kwalijke aflatenverkoop, die door de hervormers sterk werd veroordeeld.


Revision [626]

The oldest known version of this page was created on 2013-12-11 13:12:11 by inhoudenvorm
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki