Altijd wat uit te leggen

In het kort

Wie? Thomas Verbogt ({geboren}--{overleden})

Waar en wanneer?
Periode: Heden.
Context: X

Hoe?
Medium: Geschrift.
Positionering: Extern.
Stijlmiddel(en): X.
Genre: X.

Wat?
Voorwerp van kritiek: .
Doel van de kritiek: Negatief.
Grond(en) van kritiek: Humanisme, Kerkvorming.



Het probleem is: ‘In de gereformeerde context heb je altijd wat uit te leggen als homo.’ Ik vraag me af wat dat dan is. Antwoord: zijn identiteit. Het is makkelijk om hier grapjes over te maken, grapjes die van boosheid en onbegrip getuigen. Ik heb ze ook wel paraat, maar ik laat ze maar voor wat ze zijn. Toch zit mijn onbegrip me dwars. Is God het hiermee eens? Mijn vrienden vinden dit een rare vraag, want hoe kun je die stellen als je niet eens weet of God bestaat? Maar de christenen over wie theoloog Derks het heeft, weten dat wel zeker. Moet een goed gevoel zijn, maar waarom maakt het hen zo ijdel. Dat is het immers, als je weet waarover God nadenkt, bijvoorbeeld over de identiteit van een homoseksuele dominee. Heeft God niet iets anders aan zijn hoofd?

Thomas Verbogt, De Gelderlander, 30 oktober 2013.

Over Thomas Verbogt en Marco Derks
Het citaat komt uit een column van de Nederlandse schrijver Thomas Verborgt (1952-heden). Hij debuteerde in 1981 met de verhalenbundel De feestavond. Hij heeft sindsdien meerdere theaterstukken, cabaretstukken, romans en verhalen geschreven. Ook is hij een actieve columnist, zo schrijft hij onder andere voor De Gelderlander en Propria Cures. De uitspraak hierboven is een citaat uit een van zijn columns voor De Gelderlander. Hij heeft de dag ervoor een artikel over Marco Derks in dagblad Trouw gelezen, waarin we het volgende lezen. “Lange tijd zag het ernaar uit dat Marco Derks (33) predikant zou worden. […] Maar er was een onvoorziene omstandigheid. Derks is homo. Zo op het eerste gezicht was er niets aan de hand op de vrijgemaakte universiteit. ‘Er was nooit een keiharde veroordeling. Ik werd er niet met de nek aangekeken, als je dat bedoelt’, zegt hij. Maar normaal werd het ook niet. Want ook al geldt het er niet meer als zo’n erge zonde als pakweg tien, twintig jaar geleden, nog steeds vinden vrijgemaakte gelovigen homoseksualiteit een uiterst heikel onderwerp. Derks: ‘In de gereformeerde context heb je altijd wat uit te leggen als homo.’ Vrijgemaakt-gereformeerde kerken keuren het officieel af als mensen van hetzelfde geslacht een relatie met elkaar aangaan.” Derks heeft besloten uit deze kerkelijke omgeving over te stappen naar de oudkatholieke kerk, waar homoseksualiteit geen probleem is. Hij voelt dit als een bevrijding. Verbogt verbaast zich in zijn stukje over de door Derks geschetste houding van mensen in de orthodox-gereformeerde kerk. Hoewel Verbogt niet gelovig is, stelt hij toch de vraag of het terecht is zich op God te beroepen wat betreft de afwijzende houding jegens homoseksualiteit. Hij vraagt zich af hoe het mogelijk is dat mensen zoals Derks deel kunnen uitmaken van een gemeenschap die hen van hun eigen wezen vervreemdt en hoe mensen het kunnen verantwoorden dat een religieuze gemeenschap tussen God en, in dit geval, de homo zelf in gaat staan. De religiekritiek die vervat ligt in de woorden van Verbogt wijst erop dat als ‘God’ een maatschappelijke vorm aanneemt, God zelf naar de achtergrond kan verdwijnen.

Analyse
Godsdienst kan een sociaal domein zijn dat naast de levenswijze van mensen staat of daarvan één onderdeel is, maar kan ook de kern gaan vormen van de manier waarop mensen (samen) leven. In dat geval hebben voorschriften of verboden voor de wijze van leven een religieuze betekenis. Een gemeenschap behoeft een bepaalde zuiverheid en moet dus vrij zijn van wat religieus gezien afschuw opwekt. Religies verbonden met agrarische samenlevingen leggen vaak sterke nadruk op vruchtbaarheid, voortplanting en familiale verwantschap (waarbij de rollen van man en vrouw strikt zijn geregeld), en verwijst daarmee afwijkend seksueel gedrag naar de sfeer van het taboe. Homoseksualiteit kan zo in de sfeer van het abominabele terechtkomen. In het christendom is – met name onder invloed van gnostische stromingen die sterk ascetisch waren – ook heteroseksualiteit verdacht geworden, gekoppeld aan een afwaardering van alles wat de mens bindt aan het aardse, lijfelijke bestaan. Het christendom heeft hier een compromis gezocht in de scheiding tussen gewone mensen (die mochten trouwen mits in dienst van de voortplanting) en priesters (celibaat en onthouding). Dat alles is in de opkomende stedelijke culturen sterk onder druk komen te staan. Het huidige christendom torst de traditionele teksten met zich mee maar weet er vaak moeilijk raad mee. Een historiserende duiding van deze teksten (de gewoonten van een voorbije tijd die niet meer voor ons gelden) is in zwang maar niet bij alle christenen. Discussie over homoseksualiteit blijkt daarom sterk verbonden met discussie over duiding van de Bijbel. De religiekritiek heeft hier alles te maken met verwerkelijking van godsdienst in de maatschappelijke en politieke sfeer, zowel in het licht van de onaanvaardbaarheid van traditionele religieuze moraal in een moderne, ‘emancipatoire’ maatschappij, als in het licht van een veroordeling van de afzwakking van Bijbelteksten omwille van de aansluiting bij de maatschappij (kritiek van de preciezen of de rekkelijken). Een buitenstaander als Thomas Verbogt kan zich slechts verbazen over de bochten waarin gelovigen zich wringen om de oude teksten en de hedendaagse levenswijze met elkaar te verbinden. Mensen zijn bovenal verstrikt geraakt in wat hun voorouders van de goddelijke openbaring hebben gemaakt en vervolgens hebben overgeleverd als onwrikbare autoriteit.

Ga naar deelproject-LHBT voor meer informatie.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki