Wiki source for Theologische kritiek op het optimisme


Show raw source

======Theologische kritiek op het optimisme======
[[Stijlen]]

{{stijl
titel="Theologische kritiek op het optimisme"
kort="Theologische kritiek op het optimisme is een instantie van religiekritiek. Deze kritiek richt zich op een theologische verklaring van het kwaad in de wereld en dus in feite een reactie op de optimistische theodicee."
}}
Theologische kritiek op het optimisme is een instantie van religiekritiek zoals vertegenwoordigd door Voltaires Candide en in het lemma ‘Goed (Alles is goed)’ van het Filosofisch woordenboek. Deze kritiek richt zich op een theologische verklaring van het kwaad in de wereld en dus in feite een reactie op de optimistische theodicee.

===Het optimisme van Gottfried Leibniz===
De invloedrijke Duitse filosoof en wiskundige Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716) heeft gedurende zijn ruim vijftig jarige carrière als filosoof een immens oeuvre opgebouwd, waarin de theologische doctrine van het optimisme slechts één klein aspect vervult.
Leibniz’ godsbeeld houdt in dat God bij de schepping zowel de materiële wereld (die wordt ‘bestuurd’ door de natuurwetten) en de immateriële wereld schiep. Deze immateriële wereld, die Leibniz gevuld heeft met ‘monaden’, heeft geen directe invloed op de materiële wereld, maar verloopt wel in exacte harmonie met de gebeurtenissen in de materiële wereld. Deze metafysica resulteert in een ethiek die de menselijke vrije wil centraal plaatst, wat betekent dat al het slechte in de wereld een resultaat is van menselijke ondeugd of nalatenschap. Natuurrampen, die door God zijn vastgelegd bij de schepping, zijn in feite bestraffingen voor ethische dwaling.
Deze vorm van theodicee, die het kwaad in de wereld verklaart door het te koppelen aan menselijk handelen, is al zo oud als de mensheid zelf. Thomas van Aquino en Augustinus voor hem hebben al soortgelijke antwoorden gegeven op ‘het probleem van het kwaad’.
===[[Voltaire]]s kritiek op het optimisme===
Voltaire voelde zich aan het begin van zijn schrijverscarrière enigszins getrokken door het optimisme, zoals bijvoorbeeld blijkt uit een brief gericht aan de toekomstige Pruisische koning, Frederik de Grote, waarin Voltaire schrijft dat het leven vooral uit genietingen bestaat en dat slechte dingen die wel gebeuren het gevolg zijn van menselijke ondeugd. Tevens publiceert Voltaire in deze tijd werken waaruit zijn geloof in een rechtvaardige en deugdzame God blijkt.
Later in zijn leven verandert Voltaire van mening, een omwenteling die voltooid is geraakt na de aardbeving in Lissabon van 1755. Voltaire kan na deze immense natuurramp, waar naar schatting tussen de 10,000 en 100,000 Portugezen het leven lieten, niet meer geloven dat dergelijke gebeurtenissen goddelijke straffen zijn voor menselijke ondeugd. In een in 1756 gepubliceerd gedicht vraagt Voltaire zich af hoe sommige filosofen nog steeds kunnen zeggen “alles is goed zo” en aan deze filosofen vraagt hij of alle gestorven vrome, biddende vrouwen en kinderen (zij waren aan het bidden omdat de aardbeving plaatsvond tijdens het ochtendgebed op Allerheiligen) deze dood verdienden en aan zichzelf te wijten hadden. In [[Candide]] is de aardbeving van Lissabon één van de vele decors.
In Candide bereikt Voltaires kritiek op het optimisme haar hoogtepunt. Dit werk is uitdrukkelijk geschreven om het liebniziaanse optimisme aan te vallen. Voltaire doet dit door op satirische wijze de jonge optimist Candide allerlei beproevingen te laten doorstaan, die zijn geloof in de deugdelijkheid van de schepping en in de overtuiging van alle kwaad afkomstig is van menselijke ondeugd op losse schroeven zet. Het verhaal eindigt dan ook veelzeggend met een passage waarin Candide, na talloze omzwervingen en immense tegenslag, een boerderijtje koopt samen met zijn – op Leibniz gebaseerde – leermeester en rasoptimist, Pangloss. Wanneer Pangloss voor de zoveelste keer het lot dankt en aangeeft dat dit de beste van alle mogelijke werelden is, antwoordt Candide: dat kan wel zijn, maar we moeten ons land verbouwen.
In het lemma ‘Goed (Alles is goed)’ van het Filosofisch woordenboek maakt Voltaire hetzelfde punt. In dit lemma geeft hij een korte geschiedenis van verschillende theodiceeën, zoals die doorheen de geschiedenis zijn verwoord. Op satirische wijze passeren Leibniz, Lactantius, Basilides, Simon, de klassieke mythe van Pandora, Indische mythologie, Syrische mythologie, Bolingbroke, Pope en Shaftesbury allemaal de revue, maar geen van hen heeft een bevredigend antwoord op de vraag: waar komt het kwaad in de wereld vandaan? Voltaire concludeert dat de stelling dat alles goed is, en dat dit de beste van alle mogelijke werelden is, geen enkele troost biedt. Hij eindigt dit lemma met een op de conclusie van Candide gelijkende aporie: laten we dergelijke vraagstukken beantwoorden met een ‘non liquet’: dit is niet duidelijk (p. 295).
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki