Wiki source for Theologisch-politiek traktaat


Show raw source

======Theologisch-politiek traktaat======
{{werk
naam="Theologisch-politiek traktaat"
auteur="Benedictus de Spinoza"
periode="Vroege Verlichting"
}}
Spinoza schreef dit boek als antwoord op beschuldigingen vooral vanuit de hoek van protestante theologen, dat hij een ‘atheïst’ zou zijn. Atheïsme betekent iets ander dan alleen het loochenen van het bestaan van God. Het duidt veeleer op het verwerpen van de orthodoxe godsdienstige leer en het verwerpen van de godsdienstige grondslag van de maatschappelijke en politieke orde. De beschuldiging is vergelijkbaar met wat wij vandaag als ‘radicalisme’ of ‘extremisme’ aanduiden: het ondermijnen van de bestaande orde. Spinoza beweert zelf dat hij geen atheïst is: hij ontkent het bestaan van God niet (integendeel: in de //[[Ethica]]// bewijst hij het bestaan van God) en zijn levenswandel is deugdzaam (goddeloosheid daarentegen staat gelijk aan zedeloosheid). Hij meent echter dat het in het openbaar verdedigen van een natuurlijke theologie oftewel de wijsbegeerte geen schade berokkent aan de staat en niet strijdig is met de godsdienst. Hij pleit voor vrijheid van denken, letterlijk: vrijheid om filosofie te beoefenen. Filosofie omvat ook de natuurwetenschap.

Wat Spinoza uiteindelijk probeert te bewijzen is dat zijn natuurlijke theologie heel wel een bestendige maatschappelijke en politieke orde kan opleveren, zelfs in tegenstelling tot allerlei vormen van bijgeloof die slechts leiden tot religieuze twisten tussen mensen. Hij doet dat in twee stappen. Allereerst geeft hij een uitleg van de heilige teksten van de joodse en christelijke godsdiensten vanuit zijn eigen theologische uitgangspunten (God is hetzelfde als de natuur). Deze teksten moeten we begrijpen als natuurverschijnselen, in het bijzonder als de wijze waarop mensen zich ontologisch en ethisch bewust worden van hun eigen bestaan. De teksten laten zien dat ze zijn geschreven door mensen zonder veel kennis van de natuur maar wel met enige levenswijsheid. Houden we vast aan deze levenswijsheid (het liefdesgebod: bemin God en de medemensen), dan is godsdienst ook zonder adequate kennis van de natuur in praktisch opzicht heilzaam voor de samenleving. Verliest men deze wijsheid uit het oog en neemt men de Bijbel letterlijk als ‘brief van God aan de mensen’, dan blijft de mens bijgelovig. Dat is oorzaak van onenigheid en dus weinig heilzaam voor de samenlevingen. Kortom, Spinoza onderscheidt //philosophia//, //religio// (of //pietas//), en //superstitio//. De laatste wordt verworpen op epistemologische en praktisch-politieke gronden, de tweede alleen op epistemologische gronden. Een samenleving hoeft niet te steunen op adequate kennis en kan dit ook niet, aangezien de meeste mensen geen wetenschappers zijn.

Spinoza’s religiekritiek is dus deels intern (hij blijft zijn natuurlijke theologie een religie noemen: zie exemplum), deels interreligieus (vanuit zijn natuurlijke theologie beziet hij de voorstellingswereld van de godsdiensten en meent dat deze tekortschieten), deels buitenreligieus (volledige verwerping van bijgeloof: onwetenschappelijk en schadelijk). Spinoza zuivert de theologische leer van de godsdiensten tot alleen de wijsgerige kern is overgebleven en zuivert de praktijk van de godsdienst tot alleen een deugdzame levenswandel resteert. Ironisch genoeg beschouwt Spinoza de meeste gelovigen juist als godloochenaars: de ware God kennen zij niet. Hij heeft de beschuldiging van ‘atheïsme’ eenvoudig omgekeerd. Blijkbaar heeft hij dat niet op overtuigende wijze gedaan, aangezien hij tot de dag van vandaag door velen nog steeds als atheïst wordt beschouwd, terwijl men nog steeds wie bijgelovig is in Spinoza’s zin religieus noemt.

Noot over de totstandkoming en uitgave van het //Theologisch-politiek traktaat//. Spinoza begon in 1665 aan het schrijven van deze verhandeling. Het boek verscheen anoniem bij een gefingeerde uitgeverij in 1670. Het werd met een storm van protest ontvangen. Een verbod op verkoop van het boek in enkele van de gewesten heeft weinig uitgehaald, evenals de opname van de tekst op de Roomse index. Ondergronds verspreidt het boek zich over heel Europa, vaak in uitgaven die een selectie bevatten van de meest radicale passages. Zo wordt het boek het voorbeeld van een ‘atheïstische’ filosofie, waarmee men zich pas aan het einde van de achttiende eeuw, de tijd van de Verlichting, durfde te associëren. Spinozist zijn was tot dan toe gevaarlijk en zich afzetten tegen het spinozisme een ‘bewijs van goed gedrag’.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki