Revision [2009]

Last edited on 2016-05-09 08:34:41 by marinterpstra
Additions:
=====De angst voor de goden (Sysifos Fragment)=====
Deletions:
=====Sysifos Fragment=====


Revision [2008]

Edited on 2016-05-04 12:39:36 by marinterpstra
Additions:
lopende_tekst="Het argument dat de goden enkel verzonnen zijn om ervoor te zorgen dat mensen zich aan de regels houden stamt uit de klassieke oudheid. Wanneer dit argument echter geopperd wordt door de hoofdrolspeler uit een satyrspel uit de vijfde eeuw v.Chr. is de betekenis ervan niet eenvoudig te duiden. Wijst dit oordeel over de godendienst op een verwerpelijke of juiste een heilzame leugen?"
Ooit was het leven van de mensen ongeordend, dierlijk en onderworpen aan brute kracht, was er geen enkele prijs voor goede mensen, en ook geen straf voor slechte mensen. Toen, denk ik, stelden de mensen wetten op voor straffen, opdat het recht alleenheerser zou zijn en de hoogmoed als slaaf zou hebben. Wie de fout inging, zou gestraft worden. Maar omdat de wetten hen afhielden van openlijke daden van geweld, begonnen ze die toen in het geheim te doen. Daarop, denk ik, vond een zekere verstandige en intelligente mens voor de mensen de angst voor de goden uit, opdat er een schrikbeeld zou zijn voor slechte mensen, ook als ze in het geheim iets zouden doen, zeggen of denken. Daarom voerde hij dus het goddelijke in, hij zei: “Er is een goddelijke macht, vol van onvergankelijk leven, die met zijn geest hoort en ziet, inzicht heeft in en toeziet op alle dingen. Hij draagt een goddelijke natuur, en is in staat alles te horen wat de mensen zeggen, en alles te zien wat ze doen. Als je in stilte iets slechts beraamt, is dat niet verborgen voor de goden; want het bedenken is in hun macht.” Met dergelijke woorden voerde hij de meest welkome leerstelling in, door met zijn betoog de waarheid door de leugen te verbergen.
Deletions:
lopende_tekst=""
Ooit was het leven van de mensen ongeordend, dierlijk en onderworpen aan brute kracht, was er geen enkele prijs voor goede mensen, en ook geen straf voor slechte mensen. Toen, denk ik, stelden de mensen wetten op voor straffen, opdat het recht alleenheerser zou zijn [enkele woorden ontbreken] en de hoogmoed als slaaf zou hebben; Wie de fout inging, zou gestraft worden.
Maar omdat de wetten hen afhielden van openlijke daden van geweld, begonnen ze die toen in het geheim te doen. Daarop, denk ik, vond een zekere verstandige en intelligente mens voor de mensen de angst voor de goden uit, opdat er een schrikbeeld zou zijn voor slechte mensen, ook als ze in het geheim iets zouden doen, zeggen of denken. Daarom voerde hij dus het goddelijke in, hij zei: “Er is een goddelijke macht, vol van onvergankelijk leven, die met zijn geest hoort en ziet, inzicht heeft in en toeziet op alle dingen. Hij draagt een goddelijke natuur, en is in staat alles te horen wat de mensen zeggen, en alles te zien wat ze doen. Als je in stilte iets slechts beraamt, is dat niet verborgen voor de goden; want het bedenken is in hun macht.” Met dergelijke woorden voerde hij de meest welkome leerstelling in, door met zijn betoog de waarheid door de leugen te verbergen.


Revision [2007]

Edited on 2016-05-04 12:36:09 by marinterpstra
Additions:
Ooit was het leven van de mensen ongeordend, dierlijk en onderworpen aan brute kracht, was er geen enkele prijs voor goede mensen, en ook geen straf voor slechte mensen. Toen, denk ik, stelden de mensen wetten op voor straffen, opdat het recht alleenheerser zou zijn [enkele woorden ontbreken] en de hoogmoed als slaaf zou hebben; Wie de fout inging, zou gestraft worden.
Deletions:
Ooit was het leven van de mensen ongeordend, dierlijk en onderworpen aan brute kracht, was er geen enkele prijs voor goede mensen, en ook geen straf voor slechte mensen. Toen, denk ik, stelden de mensen wetten op voor straffen, opdat het recht alleenheerser zou zijn <enkele woorden ontbreken> en de hoogmoed als slaaf zou hebben; Wie de fout inging, zou gestraft worden.


Revision [2006]

Edited on 2016-05-04 12:35:39 by marinterpstra
Additions:
versie="2016"
lopende_tekst=""
Ooit was het leven van de mensen ongeordend, dierlijk en onderworpen aan brute kracht, was er geen enkele prijs voor goede mensen, en ook geen straf voor slechte mensen. Toen, denk ik, stelden de mensen wetten op voor straffen, opdat het recht alleenheerser zou zijn <enkele woorden ontbreken> en de hoogmoed als slaaf zou hebben; Wie de fout inging, zou gestraft worden.
Maar omdat de wetten hen afhielden van openlijke daden van geweld, begonnen ze die toen in het geheim te doen. Daarop, denk ik, vond een zekere verstandige en intelligente mens voor de mensen de angst voor de goden uit, opdat er een schrikbeeld zou zijn voor slechte mensen, ook als ze in het geheim iets zouden doen, zeggen of denken. Daarom voerde hij dus het goddelijke in, hij zei: “Er is een goddelijke macht, vol van onvergankelijk leven, die met zijn geest hoort en ziet, inzicht heeft in en toeziet op alle dingen. Hij draagt een goddelijke natuur, en is in staat alles te horen wat de mensen zeggen, en alles te zien wat ze doen. Als je in stilte iets slechts beraamt, is dat niet verborgen voor de goden; want het bedenken is in hun macht.” Met dergelijke woorden voerde hij de meest welkome leerstelling in, door met zijn betoog de waarheid door de leugen te verbergen.
Bron: //Kritias// fr. 19 (Snell), in M. Davies, “Sisyphus and the Invention of Religion”, //Bulletin of the Institute of Classical Studies of the Univ. of London//, 36 (1989), blzn.16-32 (Griekse tekst is daar te vinden; vertaling van Arco den Heijer).
==Over Sisyfos==
Sisyfos was het hoofdpersonage uit het gelijknamige 5e eeuwse satyrspel. Satyrspelen werden opgevoerd tijdens het grote toneelfestival ter ere van Dionysos. Ze vormden een luchtige afsluiting van de dag, na de opvoering van drie tragedies. Motieven van bedrog en verleiding speelden een grote rol. Helaas is het satyrspel waar dit fragment een deel van is, verloren gegaan; maar we weten wel dat het fragment waarschijnlijk gesproken werd door de hoofdpersoon van het stuk, Sisyfos. Sisyfos gold als de spreekwoordelijke bedrieger, die vooral bekend is geworden voor de straf die hij voor zijn bedrog heeft gekregen: in de onderwereld mag hij voor altijd een rotsblok omhoog rollen. Is hij bijna boven, dan rolt het rotsblok weer naar beneden en begint hij weer opnieuw.
==Analyse==
Goden zijn een uitvinding van mensen om hen aan de wetten te laten gehoorzamen. Met die stelling behoort dit fragment, afkomstig uit een satyrspel uit het vijfde eeuwse Athene, zeker tot de meer fundamentele religiekritiek uit de oudheid. Maar het heeft iets paradoxaals: men kan moeilijk zeggen dat het leven vóór de uitvinding van de goden zoveel beter was. Door de goden uit te vinden is de mensheid van een gewelddadige wanorde naar een leefbare samenleving ontwikkeld.
De clou voor het begrijpen van deze paradox ligt misschien wel in de context: het fragment is onderdeel van het satyrspel Sisyfos. Waarom ontmaskert juist Sisyfos de leugen die de samenleving leefbaar maakt? Misschien om zelf aan de straf voor zijn bedrog te ontkomen? In dat geval zal dit fragment eerder bedoeld zijn geweest om verontwaardiging op te roepen dan instemming. Het is dan eerder kritisch op religiekritiek dan op religie als zodanig. Dat neemt niet weg dat het idee, dat de goden wel eens met het oog op de wetshandhaving zouden kunnen zijn uitgevonden, dan toch maar geopperd is. Dat idee behelst een zeer fundamentele en tot op de dag van vandaag veel gehoorde kritiek op religie.
Oorspronkelijke tekst:
ἦν χρόνος ὅτ’ ἦν ἄτακτος ἀνθρώπων βίος καὶ θηριώδης ἰσχύος θ’ ὑπηρέτης, ὅτ’ οὐδὲν ἆθλον οὔτε τοῖς ἐσθλοῖσιν ἦν οὔτ’ αὖ κόλασμα τοῖς κακοῖς ἐγίγνετο. κἄπειτά μοι δοκοῦσιν ἅνθρωποι νόμους θέσθαι κολαστάς, ἵνα δίκη τύραννος ᾖ < … > τήν θ’ ὕβριν δούλην ἔχῃ•
ἐζημιοῦτο δ’ εἴ τις ἐξαμαρτάνοι. ἔπειτ’ ἐπειδὴ τἀμφανῆ μὲν οἱ νόμοι ἀπεῖργον αὐτοὺς ἔργα μὴ πράσσειν βίᾳ, λάθρᾳ δ’ ἔπρασσον, τηνικαῦτά μοι δοκεῖ < … > πυκνός τις καὶ σοφὸς γνώμην ἀνήρ <θεῶν> δέος θνητοῖσιν ἐξευρεῖν, ὅπως εἴη τι δεῖμα τοῖς κακοῖσι, κἂν λάθρᾳ πράσσωσιν ἢ λέγωσιν ἢ φρονῶσί <τι>. ἐντεῦθεν οὖν τὸ θεῖον εἰσηγήσατο, ὡς ἔστι δαίμων ἀφθίτῳ θάλλων βίῳ νόῳ τ’ ἀκούων καὶ βλέπων, φρονῶν τε καί προσέχων τε ταῦτα καὶ φύσιν θείαν φορῶν, ὃς πᾶν {μὲν} τὸ λεχθὲν ἐν βροτοῖς ἀκού<σ>εται, <τὸ> δρώμενον δὲ πᾶν ἰδεῖν δυνήσεται. ἐὰν δὲ σὺν σιγῇ τι βουλεύῃς κακόν, τοῦτ’ οὐχὶ λήσει τοὺς θεούς• τὸ γὰρ φρονοῦν ἔνεστι. τ<οιούτ>ους δὲ τοὺς λόγους λέγων διδαγμάτων ἥδιστον εἰσηγήσατο ψευδεῖ καλύψας τὴν ἀλήθειαν λόγῳ.
- [[toelichting_Sisyfos_fragment|Meer informatie over dit exemplum]]
- Voor verantwoording van de gebruikte bronnen en verdere bibliografie klik [[verantwoording_Arco_den_Heijer|hier]].
Deletions:
versie="anco_peeters"
Ooit was het leven van de mensen ongeordend, dierlijk en onderworpen aan brute kracht, was er geen enkele prijs voor goede mensen, en ook geen straf voor slechte mensen.
Toen, denk ik, stelden de mensen wetten op voor straffen, opdat het recht alleenheerser zou zijn <enkele woorden ontbreken> en de hoogmoed als slaaf zou hebben; Wie de fout inging, zou gestraft worden.
Maar omdat de wetten hen afhielden van openlijke daden van geweld, begonnen ze die toen in het geheim te doen. Daarop, denk ik, vond een zekere verstandige en intelligente mens voor de mensen de angst voor de goden uit, opdat er een schrikbeeld zou zijn voor slechte mensen, ook als ze in het geheim iets zouden doen, zeggen of denken.
Daarom voerde hij dus het goddelijke in, hij zei: “Er is een goddelijke macht, vol van onvergankelijk leven, die met zijn geest hoort en ziet, inzicht heeft in en toeziet op
alle dingen. Hij draagt een goddelijke natuur, en is in staat alles te horen wat de mensen zeggen, en alles te zien wat ze doen. Als je in stilte iets slechts beraamt, is dat niet verborgen voor de goden; want het bedenken is in hun macht.”
Met dergelijke woorden voerde hij de meest welkome leerstelling in, door met zijn betoog de waarheid door de leugen te verbergen.
Origineel:
ἦν χρόνος ὅτ’ ἦν ἄτακτος ἀνθρώπων βίος
καὶ θηριώδης ἰσχύος θ’ ὑπηρέτης,
ὅτ’ οὐδὲν ἆθλον οὔτε τοῖς ἐσθλοῖσιν ἦν
οὔτ’ αὖ κόλασμα τοῖς κακοῖς ἐγίγνετο.
κἄπειτά μοι δοκοῦσιν ἅνθρωποι νόμους
θέσθαι κολαστάς, ἵνα δίκη τύραννος ᾖ
< … > τήν θ’ ὕβριν δούλην ἔχῃ•
ἐζημιοῦτο δ’ εἴ τις ἐξαμαρτάνοι.
ἔπειτ’ ἐπειδὴ τἀμφανῆ μὲν οἱ νόμοι
ἀπεῖργον αὐτοὺς ἔργα μὴ πράσσειν βίᾳ,
λάθρᾳ δ’ ἔπρασσον, τηνικαῦτά μοι δοκεῖ
< … > πυκνός τις καὶ σοφὸς γνώμην ἀνήρ
<θεῶν> δέος θνητοῖσιν ἐξευρεῖν, ὅπως
εἴη τι δεῖμα τοῖς κακοῖσι, κἂν λάθρᾳ
πράσσωσιν ἢ λέγωσιν ἢ φρονῶσί <τι>.
ἐντεῦθεν οὖν τὸ θεῖον εἰσηγήσατο,
ὡς ἔστι δαίμων ἀφθίτῳ θάλλων βίῳ
νόῳ τ’ ἀκούων καὶ βλέπων, φρονῶν τε καί
προσέχων τε ταῦτα καὶ φύσιν θείαν φορῶν,
ὃς πᾶν {μὲν} τὸ λεχθὲν ἐν βροτοῖς ἀκού<σ>εται,
<τὸ> δρώμενον δὲ πᾶν ἰδεῖν δυνήσεται.
ἐὰν δὲ σὺν σιγῇ τι βουλεύῃς κακόν,
τοῦτ’ οὐχὶ λήσει τοὺς θεούς• τὸ γὰρ φρονοῦν
ἔνεστι. τ<οιούτ>ους δὲ τοὺς λόγους λέγων
διδαγμάτων ἥδιστον εἰσηγήσατο
ψευδεῖ καλύψας τὴν ἀλήθειαν λόγῳ.
Bron: //Kritias fr. 19 Snell// (eigen vertaling)
====Toelichting====
Goden zijn een uitvinding van mensen om hen aan de wetten te laten gehoorzamen. Met die stelling behoort dit fragment, afkomstig uit een satyrspel uit het 5e eeuwse Athene, zeker tot de meer fundamentele religiekritiek uit de oudheid. Maar het heeft iets paradoxaals: men kan moeilijk zeggen dat het leven vóór de uitvinding van de goden zoveel beter was. Door de goden uit te vinden is de mensheid van een gewelddadige wanorde naar een leefbare samenleving ontwikkeld.
De clue voor het begrijpen van deze paradox ligt misschien wel in de context: het fragment is onderdeel van een satyrspel, genaamd Sisyfos. Satyrspelen werden opgevoerd tijdens het grote toneelfestival ter ere van Dionysos. Ze vormden een luchtige afsluiting van de dag, na de opvoering van drie tragedies. Motieven van bedrog en verleiding speelden een grote rol. Helaas is het satyrspel waar dit fragment een deel van is, verloren gegaan; maar we weten wel dat het fragment waarschijnlijk gesproken werd door de hoofdpersoon van het stuk, Sisyfos. Sisyfos gold als de spreekwoordelijke bedrieger, die vooral bekend is geworden voor de straf die hij voor zijn bedrog heeft gekregen: in de onderwereld mag hij voor altijd een rotsblok omhoog rollen. Is hij bijna boven, dan rolt het rotsblok weer naar beneden en begint hij weer opnieuw.
Waarom ontmaskert Sisyfos de leugen die de samenleving leefbaar maakt? Misschien om zelf aan de straf voor zijn bedrog te ontkomen? In dat geval zal dit fragment eerder bedoeld zijn geweest om verontwaardiging op te roepen dan instemming. Het is dan eerder kritisch op religiekritiek dan op religie als zodanig. Dat neemt niet weg dat het idee, dat de goden wel eens met het oog op de wetshandhaving zouden kunnen zijn uitgevonden, dan toch maar geopperd is. Dat idee zelf is zeer kritisch op religie, en wordt tot vandaag toe gebruikt om religies onder kritiek te stellen.
[[toelichting_Sisyfos_fragment|Meer informatie over dit exemplum]]
Voor verantwoording van de gebruikte bronnen en verdere bibliografie klik [[verantwoording_Arco_den_Heijer|hier]].


Revision [1122]

Edited on 2014-03-28 09:41:58 by arco
Additions:
Maar omdat de wetten hen afhielden van openlijke daden van geweld, begonnen ze die toen in het geheim te doen. Daarop, denk ik, vond een zekere verstandige en intelligente mens voor de mensen de angst voor de goden uit, opdat er een schrikbeeld zou zijn voor slechte mensen, ook als ze in het geheim iets zouden doen, zeggen of denken.
Origineel:
< … > τήν θ’ ὕβριν δούλην ἔχῃ•
τοῦτ’ οὐχὶ λήσει τοὺς θεούς• τὸ γὰρ φρονοῦν
Bron: //Kritias fr. 19 Snell// (eigen vertaling)
Goden zijn een uitvinding van mensen om hen aan de wetten te laten gehoorzamen. Met die stelling behoort dit fragment, afkomstig uit een satyrspel uit het 5e eeuwse Athene, zeker tot de meer fundamentele religiekritiek uit de oudheid. Maar het heeft iets paradoxaals: men kan moeilijk zeggen dat het leven vóór de uitvinding van de goden zoveel beter was. Door de goden uit te vinden is de mensheid van een gewelddadige wanorde naar een leefbare samenleving ontwikkeld.
De clue voor het begrijpen van deze paradox ligt misschien wel in de context: het fragment is onderdeel van een satyrspel, genaamd Sisyfos. Satyrspelen werden opgevoerd tijdens het grote toneelfestival ter ere van Dionysos. Ze vormden een luchtige afsluiting van de dag, na de opvoering van drie tragedies. Motieven van bedrog en verleiding speelden een grote rol. Helaas is het satyrspel waar dit fragment een deel van is, verloren gegaan; maar we weten wel dat het fragment waarschijnlijk gesproken werd door de hoofdpersoon van het stuk, Sisyfos. Sisyfos gold als de spreekwoordelijke bedrieger, die vooral bekend is geworden voor de straf die hij voor zijn bedrog heeft gekregen: in de onderwereld mag hij voor altijd een rotsblok omhoog rollen. Is hij bijna boven, dan rolt het rotsblok weer naar beneden en begint hij weer opnieuw.
Waarom ontmaskert Sisyfos de leugen die de samenleving leefbaar maakt? Misschien om zelf aan de straf voor zijn bedrog te ontkomen? In dat geval zal dit fragment eerder bedoeld zijn geweest om verontwaardiging op te roepen dan instemming. Het is dan eerder kritisch op religiekritiek dan op religie als zodanig. Dat neemt niet weg dat het idee, dat de goden wel eens met het oog op de wetshandhaving zouden kunnen zijn uitgevonden, dan toch maar geopperd is. Dat idee zelf is zeer kritisch op religie, en wordt tot vandaag toe gebruikt om religies onder kritiek te stellen.
[[toelichting_Sisyfos_fragment|Meer informatie over dit exemplum]]
Voor verantwoording van de gebruikte bronnen en verdere bibliografie klik [[verantwoording_Arco_den_Heijer|hier]].
Deletions:
< … > τήν θ’ ὕβριν δούλην ἔχῃ·
τοῦτ’ οὐχὶ λήσει τοὺς θεούς· τὸ γὰρ φρονοῦν
Vertaling: //
Maar omdat de wetten hen afhielden van openlijke daden van geweld, begonnen ze die toen in het geheim te doen. Daarop, denk ik, vond een zekere verstandige en intelligente mens de angst voor de goden uit voor de mensen, opdat er een schrikbeeld zou zijn voor slechte mensen, ook als ze in het geheim iets zouden doen, zeggen of denken.

//
Bron: //Kritias fr. 19 Snell// Eigen vertaling
Zoals zoveel uit de periode, is ook deze tekst slechts overgeleverd als fragment, geciteerd in een veel later werk. In de oudheid wordt het soms aan de tragediedichter [[Euripides]], soms aan Kritias toegeschreven. De laatste is een lid van de Atheense elite die omging met Sokrates en met Sofisten als Gorgias, en later leider was van het oligargische regime van de Dertig, ingesteld na de overwinning van Sparta op Athene in de Peloponnesische oorlog (432-404 v.Chr.). Tot op de dag van vandaag is onzeker wie van beiden de auteur is.
Wel is bekend dat het afkomstig is uit een satyrspel, genaamd Sisyfos. Satyrspelen werden opgevoerd tijdens het grote toneelfestival ter ere van Dionysos. Ze vormden een luchtige afsluiting van de dag, na de opvoering van drie tragedies. Het koor bestond uit satyrs, wilde figuren uit het gezelschap van Dionysos. Motieven van bedrog en verleiding speelden een grote rol hierin. Sisyfos was een geliefd personage in satyrspelen. Hij was spreekwoordelijk voor zijn oplichtingspraktijken, waarvoor hij in de onderwereld de straf had gekregen dat hij voor altijd een rotsblok een helling op moest duwen, die vlak voor de top weer naar beneden rolde.
Helaas weten we van het hierboven weergegeven fragment niet welke plaats het innam in het satyrspel. Zeker als het fragment gesproken werd door Sisyfos, zoals enkele bronnen suggereren, is het maar de vraag hoe serieus we de tekst moeten nemen en in hoeverre het de opvattingen van de auteur zelf weergeeft.
Op zichzelf genomen bevat het fragment echter een grondige aanval op het bestaan van de goden. Zij zijn een uitvinding van mensen, bedacht om de wetten kracht bij te zetten. Het verhaal is een variant op de vele mythen over de uitvinders van bepaalde kunsten. Saillant detail is dat het vaak goden waren die iets voor de mensen uitvonden; hier is het echter een mens die de goden uitvindt.
In het vijfde-eeuwse Athene deden meer verklaringen voor het ontstaan van religie de ronde. Zo meende Prodikos van Theon dat de traditionele goden waren ontstaan doordat de mens dat wat hij voor zijn bestaan nodig had uit bewondering ging vergoddelijken. We zien hier de eerste pogingen om een antropologische verklaring te geven voor het geloof in het bestaan van goden.
In de laatste 16 verzen van het fragment, die ik niet in dit exemplum heb opgenomen, wordt vertelt hoe de uitvinder de goden in de hemel lokaliseerde: dat was de meest ontzagwekkende plaats, daar kwam immers donder en bliksem vandaan. Dit is duidelijk verbonden met de opkomst van de natuurfilosofie in Athene, die de natuurkundige verklaringen gaf voor natuurverschijnselen en ze daarmee hun goddelijk karakter ontnam (-> [[Anaxagoras]]).
Gelijktijdig worden in dit fragment echter ook hele positieve dingen over religie gezegd. Het mag dan wel een leugen zijn, het is wel een leugen die ervoor zorgt dat de mens het harde, primitieve leven achter zich laat en geordende samenlevingen op kan bouwen. In dat opzicht is dit fragment in overeenstemming met iemand als Plato, die het vitale belang van het geloof in de goden voor de moraal benadrukt en voor zijn ideale staat om die reden een wet laat opstellen tegen beledigende opmerkingen over de goden - in reactie op mensen die menen dat zon, maan en sterren slechts “aarde en steen zijn, niet in staat zich te bekommeren om menselijke aangelegenheden, hoezeer ze ook met plausibele redeneringen zijn omkleed” (Plato, Wetten X, 886D).
Eigenlijk erkent de spreker in het Sisyfus-fragment met zoveel woorden dat zijn verklaring voor het ontstaan van religie alleen in het voordeel is van diegenen die in het geheim kwaad willen doen - oftewel, voor aartsbedriegers als Sisyfus zelf. Dat is een belangrijke aanwijzing dat de auteur van dit satyrspel met deze woorden helemaal niet een instemmende reactie wilde uitlokken, maar veeleer verontwaardiging (vgl. Kerferd & Flashar 1998, 83). Dezelfde verontwaardiging die breder gevoeld werd over het optreden van filosofen en sofisten. Daarmee is dit fragment misschien eerder kritisch op religiecritici dan op religie zelf. Maar het is wel een belangrijke getuigenis voor het soort religiekritiek dat blijkbaar wel de ronde deed en dat tot vandaag toe naar voren gebracht wordt: het argument dat religie een uitvinding is van de heersende macht om hun onderdanen tot gehoorzaamheid te dwingen.
//Bibliografie//
M. Davies, “Sisyphus and the Invention of Religion”, Bulletin of the Institute of Classical Studies of the Univ. of London, 36 (1989), 16-32.
D. Sutton, “Critias and Atheism”, The Classical Quarterly 31 (1981), 33-38.
P. O’Sullivan, “Sophistic Ethics, Old Atheism, and ‘Critias’ on Religion”, Classical World, 105,2 (2012), 167-185.
G.B. Kerferd & H. Flashar, “Die Sophistik“, in K. Döring e.a. (red.), Sophistik. Sokrates. Sokratik. Mathematik. Medizin, Philosophie der Antike Bd. 2/1, (Basel: Schwabe & Co, 1998), 1-138, met name 81-84.


Revision [1121]

The oldest known version of this page was created on 2014-03-28 09:37:58 by arco
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki