Over de kuisheid (Caritas Pirckheimer)

In het kort

De abdis Caritas Pirckheimer verdedigt tegen de Lutheranen die haar kloooster willen sluiten het vermogen van vrouwen om een kuis leven als non te leiden. Protestantse kritiek op katholieke gebruiken en opvattingen was vaak gebaseerd op het idee dat men terug moest naar de kern van het christelijk geloof. Hiervoor beriep men zich op een nauwkeurige lezing van het Schrift. Als antwoord op deze kritieken probeerden katholieken hun gebruiken en instituties te verdedigen door óók te verwijzen naar de oorspronkelijke teksten.



We geven toe dat het behouden van kuisheid niet aan iedereen gegeven is door God; maar het is ook niet aan iedereen onthouden. Als iemand dit niet kan behouden dan zouden alle vrouwen van wie de man vaak voor een lange tijd weg zijn niet vroom zijn. Dit is niet hoe God het wil. Christus heeft aan onze duidelijke genoeg gemaakt welke staat de betere was. Zoals de woorden van St. Paulus duidelijk zijn dat hij die zijn dochter laat trouwen geen onrecht begaat, maar er beter aan zou doen wanneer hij haar niet zou laten trouwen. […] Christus had zelf ook wel een vrouw kunnen nemen, want het staat een mens terecht vrij wel of niet te trouwen.

Bron: Frumentius Renner (red.), Die Denkwürtigkeiten der Abtissin (1982), blz.46.

Over Caritas Pirckheimer en Die Denkwürdigkeiten
Caritas Pirckheimer (1467-1532) was abdis van het St. Klara klooster te Neurenberg, ten tijde van de Reformatie. Ze streed hevig voor het behoud van haar klooster nadat vele kloosters door lutheraanse overheden hervormd of gesloten werden. In het manuscript Die Denkwürdigkeiten (vermoedelijk door haar geschreven) wordt uitvoerig verslag gedaan van haar strijd om het behoud van het kloosterleven.

Analyse
De religiekritiek die we in Die Denkwürdigkeiten aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen. Hierbij voert de abdis regelmatig het Nieuwe Testament aan als autoriteit ten behoeven van de verdediging van het kloosterleven. Ze laat hiermee zien zich niet minder op de Bijbel te baseren dan de lutheranen zelf doen. Ook in bovenstaande reactie op Linck voert ze het evangelie aan ter verdediging van het kloosterleven. De abdis was ervan overtuigd dat de nonnen probeerden te leven zoals Christus dat graag wilde en dat het kloosterleven dus absoluut niet de zonde was die de lutheranen er in hun polemiek van hadden gemaakt. Ook in bovenstaande reactie op Linck voert ze het evangelie aan ter verdediging van het kloosterleven. Voor Caritas was het duidelijk dat de vrijheid die de Lutheranen haar en de nonnen willen opleggen, namelijk het afwerpen van het habijt en het opheffen van de kloostergeloften, een andere vorm van vrijheid is dan de nonnen zelf verlangen. Zij willen namelijk vrijheid in het belijden van het geloof zoals zij dat verkiezen. Dit verwoordt ze krachtig in een brief aan Nützel waarin ze reageert op een religieuze instructie die de Lutherse theoloog Wenzel Linck (1483-1547), op aanvraag van Nützel, voor de abdis en haar nonnen schreef, in de hoop dat hij hen zou weten te overtuigen. In deze brief zegt ze onder meer: ‘[…] uns will yderman mit dem hor gen himel zyehen.’
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki