De ongerijmdheid van gnostische gebeden (Plotinos)

In het kort

De filosofie is vaak de bron van religiekritiek wanneer zij religieuze praktijken en voorstellingen tegen het licht van een ontologische waarheid houdt: de rangorde in het zijn moet recht worden gedaan. In dit voorbeeld wijst de filosoof Plotinos gnostische christenen op hun vergissing: hun gebeden zullen zonder invloed blijven omdat zij de goddelijke werkelijkheid niet begrijpen.



Vooral nog op een andere manier tasten zij de zuiverheid van de hoogste beginselen aan. Wanneer zij namelijk magische formules noteren, gericht tot gindse wereld, niet slechts tot de Alziel, maar nog daarbovenuit, wat verrichten zij dan anders dan betoveringen, incantaties en magische riten? Zij zeggen dat gindse machten naar hun woord luisteren en zich daardoor laten leiden, naar gelang iemand onder ons over meer oefening beschikt om dat woord op een bepaalde manier uit te spreken: stembuigingen, holle galm, overgeblazen adem en sissend stemgeluid, en al dergelijke dingen waarvan de formule zo is vastgesteld dat men daarmee in gindse wereld kan toveren. Ook al willen ze dat niet ronduit zo zeggen, maar hoe kunnen de onlichamelijke goden door stemgeluid worden beïnvloed? De middelen waarmee ze aan hun eigen woorden de schijn van een hogere macht willen verlenen, zijn precies de middelen waarmee zij, zonder het zelf op te merken, aan de hogere macht van de goden afbreuk doen.

Bron: Th.G. Sinnige (vertaling), Plotinos. Over schouwing & Tegen de Gnostici, Bussum: Wereldvenster, 1981), Enneaden, II, 9, 14, 1-11.

Over Plotinos, de gnostici en hun kosmologie
De filosoof Plotinos (205-270) kan beschouwd worden als de grondlegger van het neoplatonisme. Hij werd geboren in Egypte en studeerde in Alexandrië, onder meer bij de filosoof Ammonios Saccas. In 244 opende hij een school in Rome. De filosoof Porfyrios bezocht zijn school van 263-268. Na Plotinos’ dood verzamelde Porfyrios diens geschriften en gaf ze uit in zes Enneaden (groepen van negen traktaten). Volgens Plotinos is de zichtbare wereld een imitatie van de kosmos noètos, de wereld van Ideeën zoals die in het Intellect vervat is. Deze imitatie doet in tal van opzichten onder voor de eeuwige en onveranderlijke intelligibele werkelijkheid, maar ze is wel de best mogelijke imitatie en wordt door een goede en rechtvaardige voorzienigheid bestuurd. Plotinos construeerde zijn filosofie op basis van exegese van de dialogen van Plato. Kenmerkend voor zijn filosofie is de hiërarchie van metafysische entiteiten en de emanatieleer, die verklaart waarom een hoger principe een lager principe genereert zonder zelf minder te worden. Dit betekent dat de hele werkelijkheid beschouwd kan worden als een ontvouwing van het Goede. Plotinos’ filosofische werk is erop gericht ons mee te nemen in een mystieke terugkeer naar de oorsprong: door ons van begeerten te zuiveren kunnen we tot het niveau van de Wereldziel opstijgen, door het denken kunnen we verbonden worden met het Intellect, en daarbovenuit kan men een mystieke eenwording van zichzelf met het Ene ervaren, die niet in woorden uit te drukken is.

Analyse
Plotinos’ kritiek richt zich in bovenstaand voorbeeld niet op gebed en magie in het algemeen. In Enneade IV 4, 26 stelt hij dat gebedsverhoring en de werking van magie berusten op de verbondenheid van alle dingen met elkaar (sympatheia, een stoïsch concept). Hij wijst het daarmee dus niet af. Zijn kritiek is eerder gericht op het feit dat de gnostici menen ook op het niveau van het Intellect invloed uit te kunnen oefenen door bijzondere geluiden te produceren. Daarmee doen ze afbreuk aan de waardigheid van de goddelijke wereld, die men alleen met het Intellect kan bereiken, niet met klanken. Bovendien heeft het geen zin om de goddelijke wereld te willen beïnvloeden, vanuit Gods voorzienigheid is al duidelijk wat goed is voor de wereld.
Plotinos beweegt zich met deze visie op gebed in een brede Platoonse traditie. Plato keerde zich in de Wetten (X, 905D-907B) al tegen de gedachte dat de goden omgekocht zouden kunnen worden. Dichter bij Plotinos’ eigen tijd schreef de redenaar Maximus van Tyrus een traktaat ‘Of men moet bidden’, waarin hij concludeerde dat “het gebed een gesprek, een tweegesprek met de goden is over de dingen die er zijn, en een bewijs van deugdzaamheid” (Maximus van Tyrus, Oratio 5, 8, in de vertaling van Van der Horst).
In de slotzin van het citaat beschrijft Plotinos wat volgens hem de werkelijke reden is van het bijzondere stemgebruik van de gnostici: ze verlenen aan hun eigen woorden de schijn van een hogere macht. Hij acht het niet mogelijk om het goddelijke Intellect met stoffelijke middelen als de stem te bereiken; bovendien wordt de waardigheid van de goddelijke wereld hiermee aangetast. Daarmee maken de gnostici eerder zichzelf groot dan de goden. Zij doen afbreuk aan de goden door te denken dat ze hen met aardse middelen kunnen bereiken. Er is sprake van kritiek vanuit filosofische hoek, waarbij het de gnostici wordt verweten dat zij de goden een ontvankelijkheid voor hun klanken en gebaren toekennen, die helemaal niet mogelijk is.

Oorspronkelijke tekst:
Μάλιστα δὲ αὐτοὶ καὶ ἄλλως ποιοῦσιν οὐκ ἀκήρατα τὰ ἐκεῖ. Ὅταν γὰρ ἐπαοιδὰς γράφωσιν ὡς πρὸς ἐκεῖνα λέγοντες, οὐ μόνον πρὸς ψυχήν, ἀλλὰ καὶ τὰ ἐπάνω, τί ποιοῦσιν ἢ γοητείας καὶ θέλξεις καὶ πείσεις λέγουσι καὶ λόγῳ ὑπακούειν καὶ ἄγεσθαι, εἴ τις ἡμῶν τεχνικώτερος εἰπεῖν ταδὶ καὶ οὑτωσὶ μέλη καὶ ἤχους καὶ προσπνεύσεις καὶ σιγμοὺς τῆς φωνῆς καὶ τὰ ἄλλα, ὅσα ἐκεῖ μαγεύειν γέγραπται. Εἰ δὲ μὴ βούλονται τοῦτο λέγειν, ἀλλὰ πῶς φωναῖς τὰ ἀσώματα; Ὥστε οἳ σεμνοτέρους αὐτῶν τοὺς λόγους ποιοῦσι φαίνεσθαι, τούτοις λελήθασιν αὑτοὺς τὸ σεμνὸν ἐκείνων ἀφαιρούμενοι.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki