De gnostische stijl van religiekritiek (Plotinos)

In het kort

Kritiek op religie kan verschillende vormen aannemen. De criticus kan zich bijvoorbeeld argumenterend, schertsend of ironisch uitlaten over het bekritiseerde object. Een klassiek argument is dat alleen de eerste vorm van (religie)kritiek het waard is serieus genomen te worden. Zo betoogt Plotinus (205-270 n.Chr) dat de gnostici niet erg geneigd zijn hun afwijkende meningen met redenen te onderbouwen.



De mensen met wie zij [de gnostici] van mening willen verschillen, worden door geen enkele vijandigheid geleid wanneer zij zeggen dat de gnostici niet in het belachelijk maken en vernederen van de Griekse denkers bij de toehoorders een bevestiging moeten zoeken voor hun eigen opvattingen, maar dat zij uit de innerlijke kracht van hun opvattingen moeten aantonen dat deze juist zijn, telkens in die punten waarin zij eigen meningen willen volgen in afwijking van die van de vroegere denkers. Welwillend en in wijsgerige geest zouden zij die meningen in het midden moeten brengen, met eerlijkheid jegens hen zelf en jegens degenen met wie zij van mening verschillen, zich richtend naar de waarheid, en niet jacht makend op roem. Deze roem zou dan moeten berusten op laatdunkend spreken over denkers die van oudsher in het oordeel van niet de geringsten hoog staan aangeschreven, en op de mededeling dat zij zelf veel beter zijn dan die vroegere denkers.

Bron: Th.G. Sinnige (vertaling), Plotinos. Over schouwing & Tegen de Gnostici, Bussum: Wereldvenster, 1981), Enneaden, II, 9, 6, 42-52.

Over Plotinus
Plotinos (205-270 n.Chr), was de grondlegger van het neoplatonisme. Hij werd geboren in Egypte en studeerde in Alexandrië, onder meer bij de filosoof Ammonios Saccas. In 244 opende hij een school in Rome. De filosoof Porfyrios bezocht zijn school van 263-268 n.Chr. Na Plotinos’ dood verzamelde Porfyrios diens geschriften en gaf ze uit in zes Enneaden (groepen van negen traktaten). Ook schreef hij een biografie van Plotinos als inleiding op zijn werk. Aan het eind van zijn leven trok Plotinos zich terug naar Campania, waar hij stierf.

Analyse
In deze passage laakt Plotinos de wijze waarop de gnostici hun eigen religieuze systeem propageren. Ze gebruiken geen deugdelijke argumentatie, maar maken slechts de oude Griekse denkers belachelijk en staan niet open voor kritiek. Wanneer mensen hen oproepen hun leer met argumenten te onderbouwen, worden ze door hen beticht van vijandigheid (of: jaloezie, φθόνος). Een persoonlijke frustratie klinkt hier door: Plotinos schrijft elders in het tractaat dat er ook onder zijn eigen leerlingen gnostici waren die hardnekkig weigerden zich door hem te laten overtuigen (Enneade II, 9, 10).


Oorspronkelijke tekst:
Οἷς θέλουσι διαφωνεῖν φθόνος οὐδεὶς λεγόντων, οὐδ’ ἐν τῷ τοὺς Ἕλληνας διασύρειν καὶ ὑβρίζειν τὰ αὐτῶν ἐν συστάσει παρὰ τοῖς ἀκούουσι ποιεῖν, ἀλλ’ αὐτὰ παρ’ αὐτῶν δεικνύναι ὀρθῶς ἔχοντα, ὅσα ἴδια αὐτοῖς ἔδοξε παρὰ τὴν ἐκείνων δόξαν λέγειν, εὐμενῶς καὶ φιλοσόφως αὐτὰς τὰς δόξας τιθέντας αὐτῶν καὶ οἷς ἐναντιοῦνται δικαίως, πρὸς τὸ ἀληθὲς βλέποντας, οὐ τὴν εὐδοκίμησιν θηρωμένους ἐκ τοῦ [πρὸς] ἄνδρας κεκριμένους ἐκ παλαιοῦ οὐ παρὰ φαύλων ἀνδρῶν ἀγαθοὺς εἶναι ψέγειν, λέγοντας ἑαυτοὺς ἐκείνων ἀμείνους εἶναι.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki