Plato

Naam
Plato
Pseudoniem
geen
Geboren
428/427 of 424/423 voj te Athene, Griekenland
Overleden
348/347 voj te Athene, Griekenland

Plato is de eerste filosoof van wie veel geschriften zijn overgeleverd. Zijn teksten zijn grotendeels opgetekende dialogen rond de hoofdfiguur van Sokrates, een illustere wijsgeer die als publiek persoon optrad in Athene en in 399 voj ter dood werd veroordeeld vanwege vermeende religiekritiek. Plato maakt van Sokrates iemand die de denkbeelden van zijn medeburgers kritisch onderzoekt en langs deze weg tot een dieper inzicht in de werkelijkheid komt. Plato benadrukt in deze dialogen dat een samenleving - zoals alles in de wereld - moet berusten op ideeën en alleen tot volmaaktheid komt wanneer deze ideeën in de samenleving worden uitgedragen en verwerkelijkt door kundige leiders - het liefst filosofen. Deze idealistische politieke filosofie noopt Plato om een lans te breken voor de godsdienst als belangrijk onderdeel van de inrichting van een staat of polis. Atheïsme leidt volgens Plato, zo blijkt uit zijn dialoog Nomoi, tot een hedonistische levenshouding die de politieke gemeenschap ondermijnt. Het leidt ook tot een materialistische opvatting van de kosmos, alsof deze de uitkomst is van toevallig bewegende atomen. De kosmos is volgens Plato juist geordend volgens vaste beginselen die van goddelijke aard zijn. Dezelfde grond bracht Plato er eerder toe de dichters uit zijn ideale staat aan banden te leggen. De godenverhalen van Homeros en Hesiodos, gemeengoed in Plato's tijd, waren geen geschikte voorbeelden voor de burgers - ze riepen op tot onenigheid, bedrog, verraad en andere asociaal gedrag. Plato is - voor zover bekend - de eerste die het begrip 'theologie' gebruikt en wel in de Politeia (379a): typoi peri theologias. (In veel teksten uit de oudheid worden de dichters als theologoi onderscheiden van de filosofoi, terwijl veel van wat de filosofen schreven veel dichter komt bij wat wij vandaag onder theologie zouden verstaan.) Plato pleit voor bepaalde patronen (typoi) waar de dichters in zijn staat zich aan moeten houden wanneer ze over de goden spreken (theologia = spreken over de goden): dat goden goed zijn en niet de oorzaak van het kwaad; en dat goden zich niet anders voordoen dan ze zijn maar onveranderlijk volmaakt zijn.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki