Religie op de pijnbank (Pauw & Witteman)

In het kort

In een samenleving waarin steeds minder mensen godsdienstig zijn, hoeft de atheïst zich niet langer te verantwoorden. Degene die afwijkt van de heersende maatstaf, de ‘gelovige’, wordt gewantrouwd en om uitleg gevraagd. Een gesprek is lastig wanneer ‘ongelovigen’ een tribunaal oprichten waarvoor ‘gelovigen’ moeten verschijnen. Een voorbeeld van de wijze waarop deze stijl van religiekritiek op televisie wordt geënsceneerd is afkomstig uit het praatprogramma 'Pauw & Witteman'.



Page was generated in 0.0151 seconds

Bron: Pauw & Witteman 27 maart 2009. Fragment uit een gesprek met Tofik Dibi en Hans Jansen.
Het fimpje hierboven is het tweede deel van het gesprek: https://www.youtube.com/watch?v=hGF_nbwDSPo. Het eerste deel is hier te vinden: https://www.youtube.com/watch?v=sBTNlESs4OA.

Over de ondervraging van Tofik Dibi in ‘Pauw & Witteman’
Bovenstaand filmpje toont een moment in de uitzending van het praatprogramma 'Pauw & Witteman' van 27 maart 2009. Te gast is Tofik Dibi (1980), destijds kamerlid voor GroenLinks en moslim, en Hans Jansen (1942-2015), Arabist, veelgevraagd deskundige op het gebied van de islam en een felle aanklager van deze godsdienst. Wanneer het gesprek op het geloof van Tofik Dibi komt, wordt hij onderworpen aan een kruisverhoor. Dat is te zien in de desbetreffende uitzending, waarin Jansen en Dibi te gast zijn om te spreken over het verschijnen van de film Fitna die de islam in een kwaad daglicht stelt. Er ontstaat onmiddellijk een sfeer waarin Dibi verantwoording moet afleggen namens de moslimgemeenschap, terwijl Jansen – een fel tegenstander van de islam – alle ruimte krijgt om Dibi fel en aanvallend te ondervragen. Jansen confronteert Dibi met citaten uit de Koran en optredens van bepaalde imams, maar laat zijn gespreksgenoot geen ruimte om daar een eigen uitleg aan te geven: “Hoe kan dat nou dat uw God iets zegt waar u het niet mee eens bent?” Dibi probeert duidelijk te maken dat moslims een eigen uitleg kunnen geven van de traditie en de heilige teksten. Hij zegt op een bepaald punt zelfs dat religie niet zonder religiekritiek kan. Evenals in andere uitzendingen staat de uitkomst van het gesprek op voorhand al vast: het gaat om een bevestiging van de overwinning op religie.
Opvallend daarbij is dat de ondervragers uitgaan van een bepaald beeld (vooroordeel) over de islam en moeilijk kunnen geloven dat er een genuanceerder opvatting mogelijk is. Dat beeld van godsdienst draait om orthodoxie, het ene ware geloof, striktheid in de leer. Jansen is ervan overtuigd dat een agressieve, antiwesterse uitleg van de Koran overheerst, en hecht geen waarde aan het feit dat veel moslims waar dan ook ter wereld een andere uitleg voorstaan. Het lijkt erop dat Jansen de islam ziet als een kerkgemeenschap die één leer kent en autoritair wordt geleid. Moslims worden dan eigenlijk niet geloofd of vertrouwd wanneer ze een andere indruk wekken. Achter hun ogenschijnlijke aanpassing moet zich iets verbergen, want de godsdienst die ze aanhangen kan daar niet mee in overeenstemming zijn. Dit voorbeeld is vooral interessant omdat het laat zien dat ook zelfverklaarde ongelovigen aan de mechanismen van identiteit en loyaliteit onderworpen zijn. De televisiebeelden zijn in kleur, maar de inhoud neigt naar zwart-wit.

Analyse
De talkshow op televisie maakt, zoals het woord al zegt, van het gesprek een spektakel. De makers berichten niet zomaar waarheidsgetrouw wat er in de samenleving gebeurt en wat mensen daarvan vinden, maar willen kijkers trekken en vermaken. De bedoeling is weliswaar objectief en neutraal de werkelijkheid weer te geven, maar tegelijk scheppen de makers een kader waarbinnen feiten en meningen een bepaalde inkleuring krijgen. Zendgemachtigden zoals de VARA of de EO dragen bovendien levensbeschouwelijke voorkeuren uit. Ook de religiekritiek die in televisieprogramma’s aan de orde komt, moet aan de wetten van het medium voldoen. Religiekritiek wordt zo gestileerd tot een spel waarin de rijkdom aan menselijke opvattingen is teruggebracht tot vooroordelen bevestigende sjablonen. De uitzendingen bedienen een publiek dat bevestiging van eigen denkbeelden verlangt en de makers voegen zich naar de wensen van de kijkers. De presentatoren trekken bovendien de aandacht naar zich toe door met het masker op van de onpartijdige ondervrager de kijkers de mogelijkheid tot identificatie te bieden die uitgesproken partijdig is.
De aanspraak van media op geloofwaardigheid wordt sterk bekritiseerd door de Franse filosoof Michel de Certeau in zijn beroemde werk L'Invention du quotidien 1. Media geven informatie over wat er in onze leefwereld gebeurt. Die informatie wordt synoniem voor feitelijkheid en het objectief of neutraal weergeven van de werkelijkheid. Het beeld dat door de media wordt weergegeven wordt echter door diezelfde media gefilterd, wat een objectieve weergave van de werkelijkheid onmogelijk maakt. Ook speelt het belang van kijkcijfers sterk mee in dynamiek van media-weergave. De Certeau wijst opvallenderwijs het publiek aan als de veroorzaker van de verminderde relevantie van de waarheidsgetrouwheid van een boodschap. Zelfs al gelooft het publiek de inhoud van een boodschap niet, zij beoordeelt uitsluitend nog de manier waarop de boodschap wordt overgebracht. Politici, presentatoren en andere bekende personen staan zo meer in de spotlight dan de boodschap zelf. Programmamakers spelen hierop in, waardoor een nog groter contrast ontstaat tussen waarheid en werkelijkheid.
Wanneer religie aan bod komt in 'Pauw & Witteman' is de insteek altijd vanuit een anti-houding. De stijl van religiekritiek die veelvuldig voorkomt in 'Pauw & Witteman', voorheen een van de best bekeken Nederlandse talkshows (nu alleen door Jeroen Pauw voortgezet), vertrekt vanuit de vanzelfsprekendheid van de goddeloosheid, die iedere gast die godsdienstig is in het beklaagdenbankje zet. De gast krijgt een rol opgedrongen en krijgt nauwelijks de kans zich daaraan te ontworstelen. Dit verschijnsel wijst ons er vooral op dat de religiekritiek die voorheen binnen en tussen religies bestond, niet noodzakelijk van aard verandert zodra ze van buiten elke religieuze context komt. De kritiek blijft uiteindelijk veroordeling en stigmatisering. Aan tafel ontstaan in dit geval twee kampen – voor en tegen, gelovig en ongelovig, de ‘moderne verlichting’ tegenover de ‘achtergebleven religie’, het ‘vrije westen’ tegenover de ‘islam’. Dat laatste is een beeld dat het op televisie goed doet: een overzichtelijk beeld met een scheiding tussen goed en kwaad. Kritiek op religie in de zin van veroordeling van religie lijkt zo zelf de maatstaf te worden die zichzelf immuun maakt voor kritische vragen.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki