Nederlands grondgebied, Nederlandse religie?

In het kort

De islam speelt in de hedendaagse religiekritiek een grote rol. Een vaak gehoord argument is het idee dat de islam onverenigbaar is met het Nederlandse democratische stelsel en zelfs met de Nederlandse cultuur. Deze religiekritiek herinnert ons aan een oud debat over de noodzaak van een nationale identiteit en daarmee van een bepaalde godsdienstige overtuiging: het beginsel dat elk land zijn eigen religie heeft.



‘De conclusie is dat wij als Tweede Kamer en de minister als dienaar van de Kroon keihard tegen deze organisatie moeten optreden, juist om onze westerse cultuur en onze westerse waarden te beschermen.’

Bron: Machiel de Graaf (PVV): in het 'dertigledendebat' in de Tweede Kamer over de Gülenbeweging, 14 mei 2014.

Over Machiel de Graaf en de ‘islamisering’ van Nederland
In het kamerdebat over de rol van de Gülenbeweging (volgelingen van de omstreden moslimgeleerde Fethulla Gülen, die zowel liberalisering van de islam voorstaat als weerstand biedt aan secularisering) in de Nederlandse samenleving (mei 2014) uit PVV-Kamerlid Machiel de Graaf verschillende vormen van religiekritiek. Zijn religiekritiek beoogt weerstand te bieden aan wat hij ziet als de ‘islamisering’ van Nederland: “een ex-medewerker van Gülen stelt dat de islamisering van de Turkse nationaliteit en de turkisering van de islam het streven is, en het wereldwijde kalifaat. De islamisering van Nederland dendert door, iedere dag.” In het begrotingsdebat in november 2014 gaat zijn kritiek een stap verder en stelt hij een ‘de-islamisering van Nederland’ voor. Niet alleen in het politieke, maar ook in het maatschappelijke debat uit hij kritiek op de rol van de islam in de Nederlandse samenleving. In een opinieartikel op de website van de PVV stelt de Graaf dat “we afglijden naar volledige islamisering van onze samenleving. Stapje voor stapje wordt ons westerse rechtssysteem vervangen door de sharia”.

Analyse
Deze uitspraken laten zien dat De Graaf in zijn kritiek de islam scherp afzet tegen westerse normen en waarden. De islam is volgens hem in strijd met deze normen en waarden. Hiermee uit hij een minder directe vorm van kritiek op het religieus pluralisme in Europa, waarbij verschillende religieuze groepen naast elkaar bestaan binnen een samenleving. Zijn verzet hiertegen wijst erop dat religiekritiek niet voor alle religies op dezelfde wijze geldt en dat de ene religie meer dan de andere overeenstemt met de westerse waarden. Nederland en Europa zijn volgens hem namelijk gestoeld op christelijke, joodse, atheïstische en humanistische tradities. Hij ziet deze uiteenlopende tradities als één geheel, waarschijnlijk met de bedoeling om Europa als een samenhangende cultuur op te kunnen vatten. De islam sluit volgens hem niet aan bij deze traditie en past niet bij de westerse normen en waarden. Er is dus volgens een grens aan religieuze of levensbeschouwelijke verscheidenheid. Dit onderschrijft hij ook in zijn fel bekritiseerde betoog tijdens het begrotingsdebat van 2014 door de gewaagde uitspraak dat “Nederland zonder de islam gevrijwaard zou zijn geweest van maatschappelijke ontwrichting”. De Gülenbeweging was met haar indoctrinerende karakter een bedreiging voor de westerse waarden en westerse eenheid. Hij stelt dat christenen geen begrip hoeven te krijgen voor de islam, maar moslims zouden begrip moeten krijgen voor het christendom, jodendom, atheïsme en humanisme.
In hoeverre de PVV als partij deze denkbeelden in die scherpte onderschrijft is onduidelijk, maar uit uitlatingen in andere debatten komt wel sterk naar voren dat de Nederlandse identiteit volgens de PVV verbonden is met bepaalde religieuze tradities. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in de memorie van toelichting van het ingediende wetsvoorstel voor de Zwarte Piet wet. Hierin stellen de indieners onder meer dat de van oorsprong christelijke traditie van Sint Nicolaas en Zwarte Piet een wezenlijk onderdeel is van de Nederlandse identiteit. Verder stellen zij dat de islam, als ‘andere’ cultuur, een aanslag is op en afbreuk doet aan westerse tradities en waarden. De islam sluit hier niet bij aan en heeft in de ogen van de PVV geen recht van bestaan in Nederland.
De Graaf en de PVV bestempelen de islam hierdoor onherroepelijk tot het ‘andere’. Ondanks dat er vier eeuwen tussen zitten, lijkt deze opvatting op het zestiende eeuwse principe cuius regio, eius religio: wiens gebied, diens godsdienst. Met dit principe werd getracht om de godsdienstoorlogen te stoppen door op een grondgebied één religie toe te staan. Het idee erachter was dat een land één godsdienst nodig had omdat afwijking schadelijk was voor de eenheid van de samenleving. Cuius regio, eius religio wordt in de wetenschap en de politiek nog steeds aangehaald. Sociaal geograaf Hans Knippenberg ziet in de huidige godsdienstkaart van Europa nog steeds de sporen van dit principe. Religie speelt volgens hem nog steeds een belangrijke rol in de politiek, ook al wordt de religie van de staat nu niet meer bepaald door de heerser en zijn de verhouding tussen staat en religie veranderd. Daarnaast spelen globalisering en immigratie van niet-westerse bevolkingsgroepen in de afgelopen decennia een grote rol in het politieke debat. De rol van de islam in de Europese geschiedenis en de huidige Europese samenleving staat daarin ter discussie.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki