God heeft de mens niet geschapen voor het kloosterleven (Luther)

In het kort

De reformatie begon als een interne kritiek op religieuze opvattingen en praktijken binnen de christelijke kerk waarbij vooral de instituties van de kerk het moesten ontgelden. De hervorming moest de godsdienst teruggeven aan de mensen in hun dagelijkse leven en beter aansluiten bij de oorspronkelijke openbaring van Gods woord. Luther meende dat de Bijbel geen enkele grond voor toetreding tot een klooster bevat en dat ook het celibaat louter een uitvinding van de kerk was. Gods scheppingsorde vereist een ander soort leven.



[…], God zei tegen de mensen nadat zij waren geschapen, “Wees vruchtbaar en vermenigvuldigt u!” Deze uitspraak is een klap in het gezicht van de wet van de paus en stelt alle geestelijken, monniken en nonnen vrij om in het huwelijk te treden. Want net zoals de zon moet schijnen en zichzelf niet kan bedwingen – want dit is ingebed in de natuur door God’s woord en bevel- zo is het ook ingebed in de natuur van mensen, of ze nu jongens of meisjes zijn, om vruchtbaar te zijn. […] Geen gelofte hiertegen is van enkele waarde; want het ligt al vast: niemand kan weerstand bieden aan een daad door God gecreëerd. Hoe zou het zijn wanneer de zon een gelofte aflegde niet te schijnen? Het zou hetzelfde zijn als wanneer jij de gelofte af zou leggen niet vruchtbaar te zijn, noch kinderen groot te brengen of kinderen te dragen.

Bron: Maarten Luther, 'Preek over Genesis', hoofdstuk 1, 1527, WA XXIV, blzn.52-57.

Luthers religiekritische beschouwing over de vrouw
De Augustijner monnik Maarten Luther (1483-1546) trad in de openbaarheid door 95 stellingen aan de deur van de Schlosskirche in Wittenberg te nagelen. Dat gebeurde op op 31 oktober 1517. Met deze 95 stellingen leverde hij kritiek op onder anderen de katholieke aflaathandel. Dit was het startsein voor vele anderen om te gaan twijfelen aan het gezag van de kerk en koers te zetten richting hervorming. De geschiedenis leert dat hervorming tot afsplitsing en godsdiensttwist werd. Een andere zaak waar Luther kritiek op had, was het celibaat waar monniken en nonnen zich aan dienden te houden. Bovenstaand citaat gaat hier dieper op in.
Toen Luthers ideeën zich in de eerste helft van de zestiende eeuw verspreidde en Duitse steden zich bij de Reformatie aansloten, leidde dit ertoe dat steeds meer Lutheraanse stadsraden de kloosters in hun steden wilden zien sluiten. Toch kwam het in veel gevallen niet tot onmiddellijke sluiting. Mede omdat veel van deze vrouwenkloosters (waaronder ook het St. Klara klooster in Neurenberg) vrouwen uit vooraanstaande families herbergden, wat de kloosters een bepaald aanzien en prestige gaf. Ook waren de families van de nonnen lang niet altijd blij met het idee om de relatief hoge kosten van een bruidsschat te moeten betalen om hun dochters die uit het klooster kwamen een huwelijk te kunnen laten sluiten. Sommige nonnen omarmden de Lutherse leer vrijwillig en verlieten het klooster. Ook waren er nonnen die zich bekeerden, maar wel in een gemeenschap bleven leven, bijvoorbeeld in de zogenoemde Damenstiften. Er waren echter ook kloosterbewoners die zich tegen de sluiting van hun klooster verzetten. Zo ook in het geval van het St. Klaraklooster in Neurenberg waar Caritas Pirckheimer abdis was. Dergelijk verzet had soms tot gevolg dat onmiddellijke sluiting van het klooster voorkomen kon worden, maar het uiteindelijke uitsterven van het klooster meestal niet.

Analyse
Luther gebruikt hier de Bijbel als gezaghebbende bron om kritiek te uiten op het bestaan van kloosters voor vrouwen. Deze vrouwen volgen niet de door God bedoelde bestemming van de vrouw. Deze religiekritiek bleef niet staan bij woorden alleen. De Protestantse Reformatie had in veel gevallen verstrekkende gevolgen voor vrouwen die voor het kloosterleven gekozen hadden. Zoals in het bovenstaande citaat uit een preek van Maarten Luther uit 1527 naar voren komt, verwierp hij het celibaat en het afleggen van kloostergeloften. Deze twee elementen vormden echter een cruciaal onderdeel van het kloosterleven. Volgens Luther was echte kuisheid praktisch onmogelijk en zouden juist nonnen en monniken zich uiteindelijk schuldig maken aan de zonde van ontucht. Het verwerpen van het celibaat zorgde ervoor dat de kuise non, die als bruid van Christus haar leven aan God wijdde, van haar voetstuk viel.
Luther meende dat man en vrouw zich niet in het klooster moesten opsluiten in een, vaak tevergeefse, poging hun kuisheid te behouden, maar dat zij samen het huwelijk aan moesten gaan, zoals God het bedoeld had. De religieuze instelling van het klooster wordt hier dus bekritiseerd vanuit Luthers idee van Gods wil die we leren kennen door naar de natuur te kijken. Geluiden over misstanden binnen religieuze gemeenschappen, en zo ook in vrouwenkloosters, bestonden al lang voor Luther zijn ideeën hierover uitdroeg. Zij werden tijdens de gehele Middeleeuwen gehoord en hadden onder andere geleid tot de religieuze hervormingen van de vijftiende eeuw. Nu versterkten deze geluiden de Lutherse opvattingen met betrekking tot het kloosterleven.Daarmee hing ook de Lutherse opvatting over de ideale rol voor de vrouw samen. Hij zag het baren van kinderen als de voornaamste lotsbestemming voor vrouwen: hun lichaam was immers voor dit doel door God geschapen. Voor protestanten werd de ideale rol van de vrouw bovenal die van de gehuwde moeder en huisvrouw. Het intreden in het klooster als een bruid van Christus was in de ogen van veel Lutheranen niet langer een geschikte levensinvulling voor een vrouw.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki