Revision [1246]

Last edited on 2014-05-05 20:17:09 by arco
Additions:
Lucretius’ religiekritiek richt zich met name op die godsbeelden die bij mensen angst veroorzaken. Vandaar dat hij Epikouros bezingt als een epische held, die de mensheid met zijn natuurfilosofie van de angst voor de goden bevrijd heeft ([[Lucretius_Exemplum_1|exemplum 1]]). Zijn verering van Epikouros neemt daarbij haast religieuze trekken aan. Epikouros’ natuurfilosofie biedt volgens Lucretius een visie op de goden die in overstemming is met de rede. De mythen en riten van de Cybelecultus hier niet mee en veroorzaken angst bij de mensen. Lucretius bekritiseert deze dan ook, al laat hij wel ruimte open om de aarde in overdrachtelijke zin Moeder van de Goden te noemen, omdat ze de wereld voedt met atomen ([[Lucretius_Exemplum_2|exemplum 2]]). Een belangrijk onderdeel van de Epicureïsche theologie is dat de goden onze wereld in het geheel niet kunnen beïnvloeden: de natuur ontwikkelt zich vrij van de heerschappij van de goden. Dit beargumenteert Lucretius in [[Lucretius_Exemplum_3|exemplum 3]]. Tenslotte schetst Lucretius in boek 5 van zijn leerdicht de evolutie van de natuur en van de menselijke beschaving. In die context komt hij ook over het ontstaan van religie te spreken ([[Lucretius_Exemplum_4|exemplum 4]]). Hij staat daarmee in een traditie die teruggaat op de sofisten uit het klassieke Athene (vgl. het [[Sisyfos_Fragment|Sisyfos fragment]]). Hij bekritiseert hier het uitvoeren van religieuze handelingen die gemotiveerd zijn door angst voor de goden. Dat betekent niet dat hij de cultus als zodanig afwijst (vgl. boek 6, 68-79). Wie de goden vereert, moet dat echter doen omdat het eerbiedwaardige wezens zijn, niet om ze gunstig te stemmen. Daarmee is Lucretius in lijn met de Epicureïsche traditie: volgens Philodemos, Epicureïsch filosoof en tijdgenoot van Lucretius, nam Epikouros zelf ook deel aan religieuze feesten en zelfs aan de mysteriegodsdiensten (Philodemos, //Over Vroomheid//, 1.28.785-810 [ed. Obbink]).
Deletions:
Lucretius’ religiekritiek richt zich met name op die godsbeelden die bij mensen angst veroorzaken. Vandaar dat hij Epikouros bezingt als een epische held, die de mensheid met zijn natuurfilosofie van de angst voor de goden bevrijd heeft ([[Lucretius_Exemplum_1|exemplum 1]]). Zijn verering van Epikouros neemt daarbij haast religieuze trekken aan. Epikouros’ natuurfilosofie biedt volgens Lucretius een visie op de goden die in overstemming is met de rede. De mythen en riten van de Cybelecultus hier niet mee en veroorzaken angst bij de mensen. Lucretius bekritiseert deze dan ook, al laat hij wel ruimte open om de aarde in overdrachtelijke zin Moeder van de Goden te noemen, omdat ze de wereld voedt met atomen ([[Lucretius_Exemplum_2|exemplum 2]]). Een belangrijk onderdeel van de Epicureïsche theologie is dat de goden onze wereld in het geheel niet kunnen beïnvloeden: de natuur ontwikkelt zich vrij van de heerschappij van de goden. Dit beargumenteert Lucretius in [[Lucretius_Exemplum_3|exemplum 3]]. Tenslotte schetst Lucretius in boek 5 van zijn leerdicht de evolutie van de natuur en van de menselijke beschaving. In die context komt hij ook over het ontstaan van religie te spreken ([[Lucretius_Exemplum_4|exemplum 4]]). Hij staat daarmee in een traditie die teruggaat op de sofisten uit het klassieke Athene (vgl. het [[Sisyfos_Fragment|Sisyfos fragment]]). Hij bekritiseert hier het uitvoeren van religieuze handelingen die gemotiveerd zijn door angst voor de goden. Dat betekent niet dat hij de cultus als zodanig afwijst (vgl. boek 6, 68-79). Wie de goden vereert, moet dat echter doen omdat het eerbiedwaardige wezens zijn, niet om ze gunstig te stemmen. Daarmee is Lucretius in lijn met de Epicureïsche traditie: volgens Philodemos, Epicureïsch filosoof en tijdgenoot van Lucretius, nam Epikouros zelf ook deel aan religieuze feesten en zelfs aan de mysteriegodsdiensten (Philodemos, Over Vroomheid, 1.28.785-810 [ed. Obbink]).


Revision [1245]

Edited on 2014-05-05 20:16:17 by arco
Additions:
Lucretius’ religiekritiek richt zich met name op die godsbeelden die bij mensen angst veroorzaken. Vandaar dat hij Epikouros bezingt als een epische held, die de mensheid met zijn natuurfilosofie van de angst voor de goden bevrijd heeft ([[Lucretius_Exemplum_1|exemplum 1]]). Zijn verering van Epikouros neemt daarbij haast religieuze trekken aan. Epikouros’ natuurfilosofie biedt volgens Lucretius een visie op de goden die in overstemming is met de rede. De mythen en riten van de Cybelecultus hier niet mee en veroorzaken angst bij de mensen. Lucretius bekritiseert deze dan ook, al laat hij wel ruimte open om de aarde in overdrachtelijke zin Moeder van de Goden te noemen, omdat ze de wereld voedt met atomen ([[Lucretius_Exemplum_2|exemplum 2]]). Een belangrijk onderdeel van de Epicureïsche theologie is dat de goden onze wereld in het geheel niet kunnen beïnvloeden: de natuur ontwikkelt zich vrij van de heerschappij van de goden. Dit beargumenteert Lucretius in [[Lucretius_Exemplum_3|exemplum 3]]. Tenslotte schetst Lucretius in boek 5 van zijn leerdicht de evolutie van de natuur en van de menselijke beschaving. In die context komt hij ook over het ontstaan van religie te spreken ([[Lucretius_Exemplum_4|exemplum 4]]). Hij staat daarmee in een traditie die teruggaat op de sofisten uit het klassieke Athene (vgl. het [[Sisyfos_Fragment|Sisyfos fragment]]). Hij bekritiseert hier het uitvoeren van religieuze handelingen die gemotiveerd zijn door angst voor de goden. Dat betekent niet dat hij de cultus als zodanig afwijst (vgl. boek 6, 68-79). Wie de goden vereert, moet dat echter doen omdat het eerbiedwaardige wezens zijn, niet om ze gunstig te stemmen. Daarmee is Lucretius in lijn met de Epicureïsche traditie: volgens Philodemos, Epicureïsch filosoof en tijdgenoot van Lucretius, nam Epikouros zelf ook deel aan religieuze feesten en zelfs aan de mysteriegodsdiensten (Philodemos, Over Vroomheid, 1.28.785-810 [ed. Obbink]).
Deletions:
Lucretius’ religiekritiek richt zich met name op die godsbeelden die bij mensen angst veroorzaken. Vandaar dat hij Epikouros bezingt als een epische held, die de mensheid met zijn natuurfilosofie van de angst voor de goden bevrijd heeft ([[Lucretius_Exemplum_1|exemplum 1]]). Zijn verering van Epikouros neemt daarbij haast religieuze trekken aan. Epikouros’ natuurfilosofie biedt volgens Lucretius een visie op de goden die in overstemming is met de rede. De mythen die ten grondslag liggen aan de cultus van Cybele (de Grote Moedergodin) stroken hier niet mee en veroorzaken angst bij de mensen. Lucretius bekritiseert deze dan ook, al laat hij wel ruimte open om de aarde in overdrachtelijke zin Moeder van de Goden te noemen, omdat ze de wereld voedt met atomen ([[Lucretius_Exemplum_2|exemplum 2]]). Een belangrijk onderdeel van de Epicureïsche theologie is dat de goden onze wereld in het geheel niet kunnen beïnvloeden: de natuur ontwikkelt zich vrij van de heerschappij van de goden. Dit beargumenteert Lucretius in [[Lucretius_Exemplum_3|exemplum 3]]. Tenslotte schetst Lucretius in boek 5 van zijn leerdicht de evolutie van de natuur en van de menselijke beschaving. In die context komt hij ook over het ontstaan van religie te spreken ([[Lucretius_Exemplum_4|exemplum 4]]). Hij staat daarmee in een traditie die teruggaat op de sofisten uit het klassieke Athene (vgl. het [[Sisyfos_Fragment|Sisyfos fragment]]). Hij bekritiseert hier het uitvoeren van religieuze handelingen die gemotiveerd zijn door angst voor de goden. Dat betekent niet dat hij de cultus als zodanig afwijst (vgl. boek 6, 68-79). Wie de goden vereert, moet dat echter doen omdat het eerbiedwaardige wezens zijn, niet om ze gunstig te stemmen. Daarmee is Lucretius in lijn met de Epicureïsche traditie: volgens Philodemos, Epicureïsch filosoof en tijdgenoot van Lucretius, nam Epikouros zelf ook deel aan religieuze feesten en zelfs aan de mysteriegodsdiensten (Philodemos, Over Vroomheid, 1.28.785-810 [ed. Obbink]).


Revision [1244]

Edited on 2014-05-05 20:15:17 by arco
Additions:
Lucretius’ religiekritiek richt zich met name op die godsbeelden die bij mensen angst veroorzaken. Vandaar dat hij Epikouros bezingt als een epische held, die de mensheid met zijn natuurfilosofie van de angst voor de goden bevrijd heeft ([[Lucretius_Exemplum_1|exemplum 1]]). Zijn verering van Epikouros neemt daarbij haast religieuze trekken aan. Epikouros’ natuurfilosofie biedt volgens Lucretius een visie op de goden die in overstemming is met de rede. De mythen die ten grondslag liggen aan de cultus van Cybele (de Grote Moedergodin) stroken hier niet mee en veroorzaken angst bij de mensen. Lucretius bekritiseert deze dan ook, al laat hij wel ruimte open om de aarde in overdrachtelijke zin Moeder van de Goden te noemen, omdat ze de wereld voedt met atomen ([[Lucretius_Exemplum_2|exemplum 2]]). Een belangrijk onderdeel van de Epicureïsche theologie is dat de goden onze wereld in het geheel niet kunnen beïnvloeden: de natuur ontwikkelt zich vrij van de heerschappij van de goden. Dit beargumenteert Lucretius in [[Lucretius_Exemplum_3|exemplum 3]]. Tenslotte schetst Lucretius in boek 5 van zijn leerdicht de evolutie van de natuur en van de menselijke beschaving. In die context komt hij ook over het ontstaan van religie te spreken ([[Lucretius_Exemplum_4|exemplum 4]]). Hij staat daarmee in een traditie die teruggaat op de sofisten uit het klassieke Athene (vgl. het [[Sisyfos_Fragment|Sisyfos fragment]]). Hij bekritiseert hier het uitvoeren van religieuze handelingen die gemotiveerd zijn door angst voor de goden. Dat betekent niet dat hij de cultus als zodanig afwijst (vgl. boek 6, 68-79). Wie de goden vereert, moet dat echter doen omdat het eerbiedwaardige wezens zijn, niet om ze gunstig te stemmen. Daarmee is Lucretius in lijn met de Epicureïsche traditie: volgens Philodemos, Epicureïsch filosoof en tijdgenoot van Lucretius, nam Epikouros zelf ook deel aan religieuze feesten en zelfs aan de mysteriegodsdiensten (Philodemos, Over Vroomheid, 1.28.785-810 [ed. Obbink]).
Deletions:
Lucretius’ religiekritiek richt zich met name op die godsbeelden die bij mensen angst veroorzaken. Vandaar dat hij Epikouros bezingt als een epische held, die de mensheid met zijn natuurfilosofie van de angst voor de goden bevrijd heeft ([[Lucretius_Exemplum_1|exemplum 1]]. Zijn verering van Epikouros neemt daarbij haast religieuze trekken aan. Epikouros’ natuurfilosofie biedt volgens Lucretius een visie op de goden die in overstemming is met de rede. De mythen die ten grondslag liggen aan de cultus van Cybele (de Grote Moedergodin) stroken hier niet mee en veroorzaken angst bij de mensen. Lucretius bekritiseert deze dan ook, al laat hij wel ruimte open om de aarde in overdrachtelijke zin Moeder van de Goden te noemen, omdat ze de wereld voedt met atomen ([[Lucretius_Exemplum_2|exemplum 2]]). Een belangrijk onderdeel van de Epicureïsche theologie is dat de goden onze wereld in het geheel niet kunnen beïnvloeden: de natuur ontwikkelt zich vrij van de heerschappij van de goden. Dit beargumenteert Lucretius in [[Lucretius_Exemplum_3|exemplum 3]]. Tenslotte schetst Lucretius in boek 5 van zijn leerdicht de evolutie van de natuur en van de menselijke beschaving. In die context komt hij ook over het ontstaan van religie te spreken ([[Lucretius_Exemplum_4|exemplum 4]]). Hij staat daarmee in een traditie die teruggaat op de sofisten uit het klassieke Athene (vgl. het [[Sisyfos_Fragment|Sisyfos fragment]]). Hij bekritiseert hier het uitvoeren van religieuze handelingen die gemotiveerd zijn door angst voor de goden. Dat betekent niet dat hij de cultus als zodanig afwijst (vgl. boek 6, 68-79). Wie de goden vereert, moet dat echter doen omdat het eerbiedwaardige wezens zijn, niet om ze gunstig te stemmen. Daarmee is Lucretius in lijn met de Epicureïsche traditie: volgens Philodemos, Epicureïsch filosoof en tijdgenoot van Lucretius, nam Epikouros zelf ook deel aan religieuze feesten en zelfs aan de mysteriegodsdiensten (Philodemos, Over Vroomheid, 1.28.785-810 [ed. Obbink]).


Revision [1243]

Edited on 2014-05-05 20:12:54 by arco
Additions:
**Titus Lucretius Carus** is de auteur van //Over de aard der dingen// (//De rerum natura//), een leerdicht van zes boeken waarin hij de natuurfilosofie van Epikouros uiteenzet voor een Romeins lezerspubliek. Over het leven van Lucretius is verder vrijwel niets bekend. Zijn leerdicht is echter een belangrijke bron voor onze kennis van de Epicureische filosofie en bovendien een vroeg meesterwerk van Latijnse poëzie. Zijn belang voor de religiekritiek in de oudheid blijkt uit Lucretius’ eigen beschrijving van het doel van zijn werk: “u uit de knellende kluisters van ’t bijgeloof te verlossen” (//artis religionum animum nodis exsolvere//, Lucretius, //Over de aard der dingen// 1.931-932).
====Filosofie====
De basis van de natuurfilosofie van Epikouros en Lucretius is dat alle verschijnselen in de werkelijkheid terug te voeren zijn op atomen die door een lege ruimte bewegen. Er is een oneindig aantal atomen die in een oneindige ruimte naar beneden vallen. Door een toevallig optredende afwijking in hun koers komen ze in botsing. De atomen zijn er in een beperkt aantal verschillende vormen. Doordat atomen in verschillende samenstellingen zich aan elkaar verbinden ontstaan aarde, zee, en hemel met alles zich daarin bevindt. Ook de menselijke ziel bestaat uit atomen van een zeer fijn soort, die door het hele lichaam verspreidt zijn en aangestuurd worden vanuit het denkende deel van de ziel, de geest, die zich in de borstkas bevindt. Waarneming en kennis zijn mogelijk doordat objecten een continue stroom aan atomen uitzenden die de zintuigen binnendringen en daardoor ook de ziel beroeren. Deze leer van het atomisme is in veel opzichten ontleend aan [[Demokritos]].
====Goden====
In tegenstelling tot [[Demokritos]] ontkennen Epikouros en diens volgelingen het bestaan van onvergankelijke goden niet. Mensen hebben immers een duidelijke (antropomorfe) voorstelling van goden. Deze laat zich het best verklaren als het product van afbeeldingen (//eidola//, //simulacra//) van een zeer fijne atoomsoort die in de slaap, wanneer de zintuigen in ruste zijn, direct inwerken op de geest. De afbeeldingen zijn afkomstig van wezens van een zo fijne soort atomen dat ze niet in een wereld kunnen bestaan (in de oneindige ruimte bestaan volgens de Epicureëers meerdere werelden), maar in de lege ruimte tussen werelden. Hier genieten ze een leven van volmaakte rust. Ze houden zich dan ook totaal niet bezig met wat zich op aarde afspeelt.
====Natuurfilosofie als heilsboodschap====
Lucretius presenteert de natuurfilosofie van Epikouros als een boodschap die de mens verlossing brengt: verlossing van de angst voor de goden en de angst voor de dood. Natuurverschijnselen als donder en bliksem zijn geen straffen van de goden, maar ontstaan door de toevallige botsingen van groepen atomen. Ook na de dood hoeft de mens geen lijden te vrezen: de atomen van ziel en lichaam vallen uit elkaar, zodat er geen bewustzijn meer overblijft. Omdat er geen hogere orde in de werkelijkheid zit, kan de mens zich het beste richten op dat wat hem of haar genot verschaft en pijn zoveel mogelijk vermijden. Dit is overigens geen aansporing tot een losbandig leven: “Doch als de mens als verstandige stuurman zijn leven wil richten, / dan is de kostlijkste rijkdom: met weinig tevreden te leven / want er is nimmer gebrek aan ’t geringe!” (//quod siquis vera vitam ratione gubernet, / divitiae grandes homini sunt vivere parce / aequo animo; neque enim est umquam penuria parvi.// Lucretius, //Over de aard der dingen// 5.1117-1119).
====Religie====
Lucretius’ religiekritiek richt zich met name op die godsbeelden die bij mensen angst veroorzaken. Vandaar dat hij Epikouros bezingt als een epische held, die de mensheid met zijn natuurfilosofie van de angst voor de goden bevrijd heeft ([[Lucretius_Exemplum_1|exemplum 1]]. Zijn verering van Epikouros neemt daarbij haast religieuze trekken aan. Epikouros’ natuurfilosofie biedt volgens Lucretius een visie op de goden die in overstemming is met de rede. De mythen die ten grondslag liggen aan de cultus van Cybele (de Grote Moedergodin) stroken hier niet mee en veroorzaken angst bij de mensen. Lucretius bekritiseert deze dan ook, al laat hij wel ruimte open om de aarde in overdrachtelijke zin Moeder van de Goden te noemen, omdat ze de wereld voedt met atomen ([[Lucretius_Exemplum_2|exemplum 2]]). Een belangrijk onderdeel van de Epicureïsche theologie is dat de goden onze wereld in het geheel niet kunnen beïnvloeden: de natuur ontwikkelt zich vrij van de heerschappij van de goden. Dit beargumenteert Lucretius in [[Lucretius_Exemplum_3|exemplum 3]]. Tenslotte schetst Lucretius in boek 5 van zijn leerdicht de evolutie van de natuur en van de menselijke beschaving. In die context komt hij ook over het ontstaan van religie te spreken ([[Lucretius_Exemplum_4|exemplum 4]]). Hij staat daarmee in een traditie die teruggaat op de sofisten uit het klassieke Athene (vgl. het [[Sisyfos_Fragment|Sisyfos fragment]]). Hij bekritiseert hier het uitvoeren van religieuze handelingen die gemotiveerd zijn door angst voor de goden. Dat betekent niet dat hij de cultus als zodanig afwijst (vgl. boek 6, 68-79). Wie de goden vereert, moet dat echter doen omdat het eerbiedwaardige wezens zijn, niet om ze gunstig te stemmen. Daarmee is Lucretius in lijn met de Epicureïsche traditie: volgens Philodemos, Epicureïsch filosoof en tijdgenoot van Lucretius, nam Epikouros zelf ook deel aan religieuze feesten en zelfs aan de mysteriegodsdiensten (Philodemos, Over Vroomheid, 1.28.785-810 [ed. Obbink]).
Deletions:
====Levensloop====
Anaxagoras werd geboren in Klazomenai, in Ionië aan de kust van Klein-Azië, waar de natuurfilosofie al ruim een eeuw lang beoefend was (zie het overzichtsartikel [[Voorsokratische_filosofen|Voorsokratische Filosofen]]). Op de leeftijd van 44 jaar verhuisde Anaxagoras echter naar Athene en was daarmee waarschijnlijk de eerste die de natuurfilosofie in de intellectuele elite van Athene introduceerde (vgl. Clemens van Alexandrië, Stromateis 1.62 [= DK 59 A7]). De beroemde politicus en redenaar Perikles behoorde tot zijn leerlingen. In Athene gaf hij als ‘meteoroloog’ openbare voordrachten over de zon, de maan, kometen en andere verschijnselen. Daarmee wekte hij bewondering en nieuwsgierigheid. Volgens één anekdote verscheen hij eens op de Olympische spelen gehuld in een leren mantel, omdat hij regen voorzag. Toen de bui even later inderdaad losbarstte, prees het volk hem en meende dat hij inzicht had in dingen die goddelijker waren dan wat paste bij de menselijke natuur (Aelianus, De natura animalium 7,8). Maar zijn optreden riep ook weerstand op. Een andere anekdote vermeldt hoe er eens een ram met één hoorn bij Perikles gebracht werd. Een ziener duidde dit als een voorteken dat de macht op één man zou overgaan, namelijk Perikles. Maar Anaxagoras sneed de schedel open en liet zien dat de hersenen van de ram zich ophoopten rond de wortel van de ene hoorn: dit verklaarde dat het beest maar één hoorn had (Plutarchus, Perikles 6,2 [=DK 59 A 16]). Of dit werkelijk gebeurd is, weten we niet zeker, maar duidelijk is dat Anaxagoras met zijn fysische verklaringen de zieners tegen zich in het harnas joeg. In 438/437 schijnt er dan ook door een ziener, Diopeithes, een wetsvoorstel ingediend te zijn tegen degenen die het goddelijke ontkenden of theorieën over de hemel leerden (Plutarchus, Perikles 32,1 [= DK 59 A17]). Een jaar daarop werd hij aangeklaagd wegens goddeloosheid (asebeia): hij leerde dat de zon een gloeiende steenmassa was. Anaxagoras vertrok naar Lampsakos, aan de oostkust van de Hellespont, waar hij enkele jaren later stierf (Diogenes Laërtius 2,12 [= DK 59 A1]).
====Werk en denken====
Anaxagoras’ voordrachten zijn samengebracht in een werk, bestaande uit meerdere boekrollen, dat in de oudheid werd overgeleverd onder de titel ‘Over de natuur’. Het mondelinge, retorische karakter bleef behouden: Anaxagoras argumenteert niet, maar oreert in een bloemrijke, dogmatische en raadselachtige stijl. Ter illustratie een citaat van het begin van zijn werk: “Bijeen waren alle dingen, onbegrensd zowel wat betreft hun aantal als hun kleinheid – want ook het kleine was onbegrensd. En aangezien alle dingen bijeen waren, was er vanwege hun kleinheid niets duidelijk te onderscheiden: want nevel en lucht, beide onbegrensd, bedekten alle dingen. Want deze zijn in alle dingen aanwezig als de grootste zowel naar hun hoeveelheid als naar hun grootte.” (Simplicius, In Physica 155,23 [=DK 59 B1]). Deze stijl, en de zeer fragmentarische overlevering van het werk, hebben tot een grote verscheidenheid aan moderne interpretaties van zijn filosofie geleid. De grondgedachte van zijn filosofie lijkt te zijn geweest, dat, aangezien het onmogelijk is dat iets uit niets ontstaat, ‘zaden’ van alle dingen in een soort oermengsel van materie aanwezig zijn geweest. Daarin heeft een intellect (nous) een cirkelbeweging geïnitieerd die de materie ordende en individuele dingen afzonderde. Dit intellect is een goddelijke kracht, die als de puurste en fijnste stof de werkelijkheid doordringt zonder daarmee gemengd te worden. De cirkelbeweging die het intellect op gang gebracht heeft, heeft ook de zon, de maan en de andere hemellichamen in hun baan gebracht.
====Religiekritiek====
Alle fragmenten die van zijn geschrift ‘Over de natuur’ zijn overgeleverd, stammen waarschijnlijk uit het eerste boek, waarin hij met een kosmologische uiteenzetting de basis legt voor de rest van het werk, waarin hij zich waarschijnlijk meer met individuele natuurverschijnselen als maansverduistering bezighield. Expliciete religiekritiek is van hem niet overgeleverd. De aanklacht op grond van goddeloosheid, die tegen hem ingebracht werd, bewijst echter wel dat zijn materialistische wereldbeeld werd ervaren als een aanval op de traditionele godsdienst, waarin de hemellichamen als belichamingen van de goden een belangrijke rol speelden. Als [[Anaxagoras_Exemplum_1|exemplum]] is daarom de aanklacht tegen Anaxagoras genomen, zoals die overgeleverd is in het werk van Diogenes Laërtius, Over het leven van de beroemde filosofen.


Revision [1242]

Edited on 2014-05-05 20:00:00 by arco
Additions:
======Lucretius======
naam="Titus Lucretius Carus"
geboren="ca. 98 v.C."
geboren_te="Onbekend"
overleden="44 v.C."
overleden_te="Rome?"
nationaliteit="Romein"
Deletions:
======Anaxagoras======
naam="Anaxagoras"
geboren="500 v.c."
geboren_te="Klazomenai (Ionië)"
overleden="428 v.c."
overleden_te="Lampsakos"
nationaliteit=""


Revision [1241]

The oldest known version of this page was created on 2014-05-05 19:43:23 by arco
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki