Gemeenschappelijke grond van godsdiensten (Lessing)

In het kort

In dit voorbeeld verwoordt de achttiende eeuwse schrijver Gotthold Ephraim Lessing een belangrijke gedachte in de moderne religiekritiek: religies gaan alle terug op een gemeenschappelijke kern. Strijd tussen de religies gaat daarom vooral over bijzaken. Gezien de gemeenschappelijke grond zouden religies elkaar moeten kunnen verdragen. In het toneelstuk 'Nathan der Weise' uit 1779 voert Lessing vertegenwoordigers van de drie monotheïstische godsdiensten op in een dialoog waaruit impliciet de boodschap van verdraagzaamheid spreekt.



SALADIN: […] Speel geen spelletje met me! Ik zou toch menen dat de godsdiensten die ik je heb genoemd wel degelijk te onderscheiden zijn, tot aan kleding, spijzen en drank toe! NATHAN: En slechts ten aanzien van hun gronden niet. Wortelen ze immers niet alle in geschiedenis? In geschreven vorm of in mondelinge overlevering!

Bron: Gotthold Ephraim Lessing, 'Nathan der Weise', in Werke 1778-1780, Herausgegeben von Klaus Bohnen und Arno Schilson, Deutscher Klassiker Verlag, Frankfurt a/M 1993, III/7, blz.557.

Over Lessings religiekritiek
Gotthold Ephraim Lessing (1729-1781) was een Duitse schrijver en filosoof en een vooraanstaande vertegenwoordiger van de Verlichting. Veel van Lessings werk staat in het teken van verdraagzaamheid, waarvan het toneelstuk Nathan de Wijze (1779) het meest sprekende voorbeeld is. Lessing benadrukt in zijn werk de overeenkomsten tussen de verschillende gevestigde religies als een soort natuurlijke religie en pleit voor verdraagzaamheid tussen de aanhangers van de verschillende geloven, daar iedere religie als kern dezelfde overtuiging heeft: mensenliefde.
Het toneelstuk Nathan de Wijze gaat over de ontmoeting tussen de drie voornaamste westerse religies: het jodendom, het christendom en de islam. Het toneelstuk is een pleidooi voor verdraagzaamheid, wat het een instantie van positieve interne religiekritiek maakt. Lessing doorbreekt daarmee de overtuiging dat van de drie monotheïstische godsdiensten slechts één de ware kan zijn (Saladin in Nathan, III/5, blz.553). In het toneelstuk worden in verschillende hoofdpersonen de religies vertegenwoordigd: er is de jood Nathan, zijn geadopteerde christelijke dochter Daja, een christelijke tempelier, de islamitische sultan Saladin en diens zuster Sittah. De religiekritiek die in dit toneelstuk zit, wordt gepresenteerd als een versleutelde boodschap. Dat wil zeggen dat de boodschap dat aanhangers van de verschillende religies verdraagzamer tegenover elkaar moeten zijn, niet expliciet wordt overgebracht. Lessing laat zijn karakters praten over de religies middels een parabel, zonder zelf expliciet de vertaalslag te maken naar deze religies of naar de verhouding tussen de religies in zijn eigen tijd.

Analyse
De impliciete kritiek in dit fragment richt zich tegen de onverdraagzaamheid die het gevolg is van de door mensen gemaakte verschillen in godsdienstige opvattingen en praktijken. Middels een parabel, verteld door Nathan aan Saladin, maakt het toneelstuk duidelijk wat Lessings opvatting is over de religies: hoewel deze in uiterlijkheden van elkaar verschillen, is de kern van iedere religie hetzelfde. Welke religie je aanhangt is puur een kwestie van je opvoeding, niet van een verschil in geloof of in ethische overtuigingen. Daar alle religies aan elkaar verwant zijn – zowel historisch als wat kerngeloof betreft – moeten de aanhangers van de verschillende religies elkaar verdragen en zich houden aan de kernboodschap van al deze religies: ‘houd van uw naaste zoals u van uzelf houdt’. Deze gedachtegang legt een geloof in een natuurlijke religie bloot, ofwel de gedachte dat er één pure kernreligie is die ten grondslag ligt aan alle geloofsbelijdenissen.
Veel Verlichtingsdenkers richten hun pijlen niet zozeer op de godsdienst (het christendom met name) als zodanig, maar op de wijze waarop godsdienst tot een maatschappelijke werkelijkheid wordt. Godsdienst is prima mits deze niet ten koste gaat van het samen leven van mensen die bovendien op godsdienstig gebied niet hetzelfde denken. Deze denkers geven zich er bovenal rekenschap van dat er godsdienstige pluraliteit bestaat: een verscheidenheid aan religieuze overtuigingen en praktijken die vaak onverenigbaar zijn. Wil de samenleving in die omstandigheden nog een beetje leefbaar zijn, dan moeten godsdienstige mensen geen ijveraars worden die anderen hun zienswijze en levenswijze opleggen. Fanatisme is schadelijk voor de samenleving. En godsdienstige mensen moet leren elkaars bestaan te verdragen: tolerantie bevordert samenwerking. Deze religiekritiek hoeft zich geenszins tegen de religie als zodanig te keren omdat de bekende godsdiensten voldoende elementen bevatten die zich keren tegen fanatisme en die tolerantie bevorderen. Een gesprek tussen de godsdiensten en zelfs overeenstemming over gemeenschappelijke omgangsvormen ondanks de verschillen is denkbaar. De religiekritiek treft vooral de scherpslijpers en pilaarbijters. Onderscheidingen zijn weliswaar belangrijk voor groepen (godsdiensten), maar niet alle onderscheidende kenmerken zijn essentieel; niet voor elke identiteitskenmerk hoeft fel gestreden te worden. Tussen alle verschillen zitten ook veel gemeenschappelijke elementen die onderscheiden groepen samenbrengen.

Oorspronkelijke tekst:
“Saladin: […] Spiele nicht mit mir! – Ich dächte, dass die Religionen, die ich dir genannt, doch wohl zu unterscheiden wären. Bis auf die Kleidung; bis auf Speis und Trank! Nathan: Und nur von Seiten ihrer Gründe nicht. – Denn gründen alle sich nicht auf Geschichte? Geschrieben oder überliefert!”
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki