Lettre Sur Les Aveugles

Naam
Lettre Sur Les Aveugles
Auteur
Denis Diderot
Periode
Verlichting


« Imaginez donc, si vous voulez, que l'ordre qui vous frappe a toujours subsisté ; mais laissez-moi croire qu'il n'en est rien ; et que si nous remontions à la naissance des choses et des temps, et que nous sentissions la matière se mouvoir et le chaos se débrouiller, nous rencontrerions une multitude d'êtres informes pour quelques êtres bien organisées.»

Vertaling: “Denkt u het zich dan in, als u wilt, dat de ordelijkheid die u opvalt altijd al heeft bestaan; maar laat mij geloven dat het niet zo is ; en dat indien we terugkeren naar de geboorte van de dingen en de tijd, en wanneer we de materie zouden voelen bewegen en waarnemen dat de chaos verduidelijkt wordt, dat we dan een verzameling mismaakte wezens zouden tegenkomen ten overstaande van enkele die goed gelukt zijn.”

Met La Lettre sur les aveugles à l'usage de ceux qui voient, een essay waaruit het bovenstaande citaat afkomstig is, verschuift Diderot van de deïstische positie die hij nog verdedigde in Les Pensées Philosophiques naar een atheïstische positie. Dit doet hij door een argument te ontkrachten dat hij in eerste werk nog aanvoerde als verdediging van het Deïsme. Het argument dat Diderot tracht te ontkrachten luidt als volgt: de intelligente manier waarop de natuur in elkaar zit vereist een schepper.

Het bovenstaande citaat is afkomstig uit een dialoog tussen een blinde man en een minister, M. Gervaise Holmes. Ter discussie staat het bestaan van God. De blinde zegt dat de minister, indien hij hem wil laten geloven in God, hij hem deze zal moeten laten voelen (p.307). Immers kan hij de ordelijke manier waarop de natuur is georganiseerd is niet zien. De achtergrond van deze uitspraak van de blinde is een fundamenteel probleem met het Lockeaanse paradigma dat de basis van alle ideeën in de zintuigen legt en zich verzet tegen het bestaan van aangeboren ideeën. Toch, zo schrijft Diderot, hadden ook blinden ideeën over onder andere het bestaan van God en moraliteit. Daar is geen zintuigelijke input voor nodig.

Evenmin kan worden vastgesteld, zoals in het bovenstaande citaat naar voren komt, hoe lang de ordelijkheid die nu waargenomen wordt al bestaat, en of hij niet misschien altijd al bestaan heeft, wat een Schepper overbodig maakt. Dit laatste probleem geldt voor zienden. Niet alleen de blinden, die de huidige orde niet kunnen waarnemen, stuiten dus op een probleem. Tenslotte bevestigt het bestaan van monsters, die de zienden kunnen waarnemen, het idee dat de orde die wordt waargenomen eerder willekeurig is dan noodzakelijk, aangezien men in de natuur veel mismaakte wezens tegenkomt. Dit argument vinden we ook al bij Lucretius in zijn De Natura Rerum (Mason, 45).


There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki