De kruiswegstaties van Aad de Haas

Naam
Kruiswegstaties
Auteur
Aad de Haas
Periode
Wederopbouw na WO II

Kunstenaar Aad de Haas (1920-1972) maakte in de jaren 1946-47 een kruisweg voor de Sint Cunibertuskerk te Wahlwiller. Deze week behoorlijk af van wat gebruikelijk was in zijn tijd. De Haas was erg begaan met de armen en onderdrukten. Dit verbeeldde hij in zijn schilderijen, waar hij de nadruk legde op de menselijkheid van Christus. In plaats van een verlosser van de mensheid, die heldhaftig heeft gestreden, was Christus in De Haas' schilderijen mens onder de mensen.

Alledaags
De kunstenaar wilde niet uitbeelden wat er daadwerkelijk gebeurde in Jeruzalem toen Christus zijn kruisweg ging, maar laten zien dat Zijn lijden nu nog doorgaat. Met alledaagse elementen plaatste hij het lijdensverhaal in de actualiteit. Maria draagt een hoedje, er staat een vrouw met een paraplu in de hand, en op sommige staties is er een hondje te zien. Ook de bomen spelen een rol in het lijdensverhaal: afhankelijk van de gebeurtenis op het schilderij hangen zij treurend naar beneden of staan zij jubelend en fier rechtop.
Opvallend is de grootte van de mensen, in de meeste gevallen zijn zij kleiner dan Christus. Alleen de mensen die Hem helpen, Simon van Syrene en Veronica, zijn even groot als Hij (respectievelijk statie 6 en 7). Vermoedelijk bedoelde de kunstenaar hiermee dat de mens klein is - laag bij de grond - omdat hij het lijden mede veroorzaakt of toekijkt zonder in te grijpen. Ook de gezichten van de mensen vallen op; ze zijn onmenselijk, omdat wat er gebeurde onmenselijk was.

Hoop
In plaats van de gebruikelijke veertien kruiswegstaties, schilderde De Haas er zestien. Aan het begin en aan het eind voegde hij een statie toe, respectievelijk het verraad van Judas en de verrijzenis van Christus. Mede door de wreedheden die hij tijdens de oorlog had meegemaakt, was hij zich er erg van bewust welk lijden mensen elkaar aan kunnen doen. Misschien heeft hij daarom het verraad van Judas aan zijn kruisweg toegevoegd. Het kan ook zijn, dat dit een praktische redenen had (bij 16 staties pasten er telkens 4 staties tussen 2 pilaren). In ieder geval was het lijden van Christus voor hem een symbool voor het menselijk lijden; een verschijnsel van alle tijden. En om dit lijden te kunnen verdragen, diende er voor De Haas een hoopgevend element in zijn kruisweg aanwezig zijn. Daarom eindigde hij niet met de graflegging (statie 15) maar met de verrijzenis (statie 16). Hij wilde laten zien dat Christus niet voor niets is gestorven aan het kruis. Met subtiele kleurnuances werkt hij naar deze verrijzenis toe. Gedurende Christus' lijdensweg verandert het grauwe geel van de eerste staties in een uitbundig geel in de laatste statie. Dit benadrukt hij nog extra door zijn kruisweg niet vooraan links te beginnen - zoals gebruikelijk - maar rechts. Zo schijnt het licht tijdens het middaguur precies op de laatste statie, waardoor de verrijzenis van Christus nog beter uit de verf komt.
Aad de Haas geeft met zijn kruisweg zin en betekenis aan het lijden van Christus: hij laat zien dat er na de dood weer nieuw leven volgt.

Statie 1 - Christus wordt door Judas verraden
Christus verschijnt voor Pilatus
In de rechtszaal van Pontius Pilatus is er voor het eerst een hondje te zien (het komt in totaal vier keer voor). Als de mensen Christus in de steek hebben gelaten - het spreekgestoelte waarachter zijn verdediger zou moeten staan is leeg - is het hondje er nog. Voor De Haas staat dit dier symbool voor trouw. Een klein mens (een onmenselijke mens) houdt de schaal met water vast waarin Pilatus zijn handen in onschuld wast. Opvallend is dat Jezus hoger staat dan de zittende Pilatus, gangbaar is dat de zetel van laatstgenoemde een paar treden hoger is zodat de veroordeelde Jezus naar hem opkijkt.

Statie 3 - Christus begint aan de kruisweg
Christus begint aan de kruisweg
Wanneer Jezus het kruis waaraan hij zal sterven op zijn schouders neemt, staat er een klein mens met de handen op de rug te kijken zonder hulp te bieden. Waar de mensen het echter laten afweten, blijft het hondje aan Zijn zijde. Dit hondje, De Haas' symbool voor trouw, kan gezien worden als een stil verwijt aan de christenen die Christus, net als zijn leerlingen deden, lieten vallen op het moment dat het moeilijk werd.

Statie 4 - Christus valt voor de eerste maal
Christus valt voor de eerste maal
Christus valt onder het kruis, bezwijkend onder het gewicht van zijn lijden. De vogels in de verte doen denken aan gieren: 'waar een aas ligt, daar verzamelen zich de gieren', wordt wel eens gezegd. De Haas zag de beulen als aasgieren. In statie 8 en 10 zijn deze vogels ook te zien, de tweede en derde keer dat Hij valt. De figuren kijken toe, met hun handen op de rug. Christus wordt aan zijn lot overgelaten.

Statie 5 - Christus ontmoet zijn moeder Maria
Christus ontmoet zijn moeder Maria
Christus ontmoet zijn moeder, gekleed in alledaagse kledij, zoals het hoedje wat vrouwen in die tijd in de kerk droegen. De man achter Christus lijkt het kruis mee te dragen, maar als je goed kijkt, zie je dat hij het naar beneden drukt. Het trouwe hondje is er weer bij; de boom hang treurend naar beneden. Links is echter een opnieuw uitlopende boomstronk te zien: een hoopgevend teken van nieuw leven? Hierover zijn geen duidelijke uitspraken van de kunstenaar bekend.

Statie 6 - Christus krijgt hulp van Simon van Syrene
Christus krijgt hulp van Simon van Syrenee
Wanneer Simon van Syrene Christus helpt met het dragen van het kruis, richt de boom zijn takken verheugd op. Het is echter éen boom, en niet vijf, zoals bij de volgende statie waarbij Veronica Christus te hulp schiet. Waar Veronica spontaan helpt, werd Simon daartoe gedwongen. De twee toeschouwers staan als kleine mensen toe te kijken en steken geen hand uit. De boomstronk linksonder heeft nieuwe uitlopers.

Statie 7 - Christus wordt liefdevol bejegend door Veronica
Christus wordt liefdevol bejegend door Veronica
In tegenstelling tot de ene boom bij de vorige statie, staan hier vijf bomen jubelend rechtop wanneer Veronica Christus spontaan te hulp schiet. Zij is de enige die op gelijke hoogte van Hem komt. Veronica maakt Christus' woord waar: "Wie onder U de grootste wil zijn moet dienaar of dienares van allen zijn." Zij is de dienares van de lijdende Heer en wordt zo een heel grote vrouw. Dit staat in schril contrast met de onbehulpzame toeschouwer rechts; een kleine mens met de armen op de rug.

Statie 8 - Christus valt voor de tweede maal
Christus valt voor de tweede maa
Waar Hij bij Zijn eerste val (statie 4) nog onder het kruis valt - bezwijkend onder het gewicht van zijn lijden - valt hij nu op het kruis: 'hij omhelst het en kust het' . Zijn verzet tegen de dood lijkt gebroken. Het is alsof De Haas wil laten zien dat Christus zich met zijn kruisdood verzoend heeft.
De linker toeschouwer steekt geen hand uit, de soldaat rechts komt dichterbij. De boom staat rechtop, niet treurend, maar ook niet in jubelstemming.
Net als in statie 4 is hier een vogel te zien, een aasgier volgens de kunstenaar.

Statie 9 - Christus spreekt de wenende vrouwen toe
Christus spreekt de wenende vrouwen toe
Hier biedt Christus troost aan de wenende vrouwen. De boom buigt zijn tak beschermend over Hem heen.
De vrouw achter Hem heeft een gesloten paraplu in de hand. Een open paraplu is het symbool voor de machtigen en de rijken, een teken van bescherming. Hier is de paraplu echter gesloten, voor de kunstenaar het teken van de kleinen en de machtelozen. De vrouwen van Jeruzalem hadden Christus graag geholpen, maar ze waren klein en machteloos. Ook de boomstronk rechtsonder heeft geen nieuwe uitlopers.

Statie 10 - Christus valt voor de derde maal
Christus valt voor de derde maal
De derde keer dat Christus valt, ontbreekt het kruis. Hier heeft De Haas de aardse vernedering verbeeld: Christus is geen mens meer, maar een worm . Hij is volkomen verlaten, ook het hondje is hier niet aan zijn zijde. De treurende bomen en de aasgieren benadrukken zijn verlatenheid.

Statie 11 - Christus wordt ontkleed
Christus wordt ontkleed
In tegenstelling tot wat er in de Bijbel staat, wordt er hier eerst gedobbeld om Zijn kleren voordat Hij gekruisigd wordt. Wanneer de beul Christus ontdoet van zijn kleren, wordt Zijn kwetsbaarheid onverbloembaar zichtbaar. Er zijn geen bomen meer die met Hem meeleven, slechts twee stompen van wat ooit bomen zijn geweest. Het figuurtje links is volstrekt onverschillig over het lot van Christus, hij heeft alleen nog maar aandacht voor de opbrengst van het dobbelspel.

Statie 12 - Christus wordt gekruisigd
Christus wordt gekruisigd
De boom laat zijn bladeren vallen wanneer Christus gekruisigd wordt. Hij ligt daar naakt en weerloos, in tegenstelling tot de geharnaste en gewapende beul. Deze kijkt vanuit zijn veilige positie toe terwijl Christus aan het kruis wordt genageld. De persoon aan Zijn voeten heeft een onmenselijk gezicht. Christus kijkt ons aan, alsof hij wil zeggen: 'kijk eens waar de mensen toe in staat zijn'.

Statie 13 - Christus sterft aan het kruis
Christus sterft aan het kruis
Wanneer Christus aan het kruis hangt, is te zien hoe lang Hij is en hoe lang Zijn armen zijn. Met deze armen redt Hij de gehele mensheid. De Haas herinnert ons eraan dat Christus het kruis uit liefde voor ons droeg. Onder het kruis staan Maria en apostel Johannes. Christus kijkt Zijn moeder aan. Wat wil Hij zeggen? Het is alsof Hij Maria en Johannes met elkaar verbindt.

Statie 14 - Christus wordt van het kruis afgenomen
Christus wordt van het kruis afgenomen
Wanneer Christus van het kruis af wordt genomen, staan de figuren vol eerbied om Hem heen. Maria draagt een hoedje. Ook het hondje is weer aanwezig (voor het laatst te zien in statie 5), alsof het ons wil herinneren aan alle keren dat we niet aanwezig waren bij het leed van anderen, terwijl dit voor troost en steun zou hebben gezorgd. Aan het kruis hangen de koorden waarmee het rechtop werd getrokken, het herinnert aan wat hier voltrokken is.

Statie 15 - Christus wordt ter aarde besteld
Christus wordt ter aarde besteld
In plaats van een rotsgraf, zoals in het Evangelie vermeld staat, wordt Christus' lichaam hier in de aarde begraven. Er wordt herinnerd aan de woorden van Jezus: "Als een graankorrel niet in de akkergrond sterft, blijft hij onvruchtbaar. Maar hij moet sterven, alleen dan brengt hij rijke vruchten voort." (Joh. 12,24). 'Jezus is de graankorrel, die door te sterven nieuw leven brengt.' Vol eerbied wordt Christus ter aarde besteld. Twee figuren kijken toe, gebogen over het graf. Na twee staties afwezig te zijn geweest, zijn hier de bomen weer aanwezig. Langzaam richten zij zich weer op.

Statie 16 - Christus verrijst uit het graf
Christus verrijst uit het graf
In deze laatste statie verrijst Christus uit de dood. Zijn lijden krijgt zin en betekenis. De soldaten lijken te buigen voor het mysterie wat zich hier voltrekt. De bomen staan fier rechtop, jubelend om deze gebeurtenis.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki