Knielen op een bed violen

Naam
Knielen op een bed violen
Auteur
Jan Siebelink
Periode
Heden


Inleiding

Knielen op een bed violen (2005) volgt Hans Sievez, afkomstig uit een arm gezin in Lathum, die zijn zwaar religieuze vader ontvlucht en in Den Haag bij een kwekerij gaat werken. Daar komt hij voor het eerst in contact met Jozef Mieras, die lid is van een piëtistische geloofsgemeenschap.(1) Als Hans, inmiddels getrouwd met zijn jeugdliefde Margje, later zelf een kwekerij heeft komt hij Jozef Mieras weer tegen. Na een openbaringsvisioen raakt Hans via Mieras steeds dieper betrokken bij de geloofsgemeenschap. Dat ligt binnen het gezinsleven niet erg goed, en ook financieel levert het problemen op. Het wordt Margje uiteindelijk te benauwend, waarop ze Hans tijdelijk verlaat. Door deze gebeurtenis trekt Hans zich wat meer terug uit de geloofsgemeenschap en besteedt hij meer tijd aan zijn gezin. Wanneer Hans echter op sterven ligt en daarin door de predikers wordt begeleid, blijkt dat hij nooit echt is ontsnapt uit de bedrukkende greep van het geloof.

Analyse

Volgens literatuurcriticus Rob Schouten is dit een verhaal over de godsdienstverslaving van Hans, een verslaving waar het gehele gezin in wordt betrokken. Hij stelt dat Knielen op een bed violen aandoet als een boek over een martelaar, "eindeloos beproefd door de duivel en door de wereld, ieder mens zou allang zijn bezweken, maar deze niet." (2)

De religieuze groepering wordt in het boek nooit specifiek benoemd en blijft in alle opzichten onduidelijk. De enige leden van de groep die bekend worden gemaakt zijn de predikers, die stuk voor stuk flink bekritiseerd worden door de verteller. Ondanks de geringe hoeveelheid informatie in het boek kan er wel degelijk wat meer over de groep worden gezegd.

Zo noemen de predikers zichzelf 'oefenaars' (3), een term die afkomstig is uit het piëtisme.(4) Ook uit de ideeën die de predikers uitdragen en de manier waarop de groep samenkomt (of juist niet) blijkt dat het hier om een stroming van het piëtisme te gaan. Deze fictieve groepering is gebaseerd op een stroming van het piëtisme die daadwerkelijk heeft bestaan. Dat is niet verwonderlijk gezien het autobiografische karakter van het boek. De stroming komt uitvoeriger aan bod op de pagina over Piëtisme, waar ook de relatie tussen de werkelijke en de fictieve stroming wordt uitgediept.

De religiekritiek in het boek wordt vrijwel uitsluitend door Margje en door de verteller geuit. Daarop zijn slechts enkele uitzonderingen. (5)

Bronnen

(1). Rob Schouten, En had de liefde niet, beschouwingen over Knielen op een bed violen, De Bezige Bij, Amsterdam, 2006, p. 154.

(2). Rob Schouten, En had de liefde niet, beschouwingen over Knielen op een bed violen, De Bezige Bij, Amsterdam, 2006, p. 10 & 13-14.

(3). "Jozef [Mieras] zei: 'Het is zeker dat uw man naar ons uitkijkt. Oefenaar Steffen moet van ver komen, maar zal zich bij ons voegen in de loop van de avond. (...).'"in: ...Jan Siebelink, Knielen op een bed violen, p. 423.

(4). Rob Schouten, En had de liefde niet, beschouwingen over Knielen op een bed violen, De Bezige Bij, Amsterdam, 2006, p. 154.

(5). Tegen het einde van het boek laat ook Hans' jongste zoon zijn afkeer van de religie blijken, en een enkele keer is ook Hans zelf kritisch geweest tegenover zijn geloof. Zie De predikers.
leren we hoe een handdoek genoeg is om het universum mee te verkennen. Het is een duidelijke sf-klassieker.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki