Het ongehoorzame volk (Jesaja)

In het kort

De profeet Jesaja, die we in het gelijknamige Bijbelboek leren kennen, leefde ongeveer van 750 tot 700 v.Chr. In dit voorbeeld verwoordt hij een veel voorkomend motief van interne religiekritiek: God heeft zich weliswaar geopenbaard aan zijn volk, maar het laatste begrijpt Hem verkeerd of luistert niet langer. Zo raakt de godsdienst in verval en roept het volk onheil over zich af.



Priester en profeet verdwalen door de drank en zijn verward door de wijn; ze waggelen van de drank, en bij hun visioenen staan ze te slingeren, ze wankelen op hun benen bij hun beslissingen. Alle tafels zijn met walgelijk braaksel bedekt, geen plekje is er nog vrij. ‘Wie* wil hij toch onderrichten, aan wie wil hij zijn boodschap verklaren? Aan zuigelingen die pas gespeend zijn, aan kinderen, de borst pas ontwend? Zo van: saw lasaw, saw lasaw, qaw laqaw, qaw laqaw, kleintje hier, kleintje daar!’ Inderdaad, door mensen met een onverstaanbare* tongval, en in een vreemde taal, richt de heer zich tot dit volk. Eens heeft Hij hun gezegd: ‘Hier is rust, laat de vermoeiden wat rusten, hier is verademing.’ Maar zij hebben niet willen luisteren.

Bron: het Bijbelboek Jesaja, hoofdstuk 28. verzen 11-12.

Over Jesaja
Jesaja (een naam die zoveel betekent als “Jahweh is redding”), de zoon van Amoz, is een oudtestamentische profeet. Zijn vader is niet te verwarren met de profeet van het gelijknamige boek Amos. De profeet Jesaja werd geroepen door God in het jaar van het overlijden van de Koning Uzzia (Jesaja, 6:1) in het jaar 740 v. Chr. Het woord profeet is afkomstig uit het Grieks ( προφήτης) en betekent in het Grieks zoveel als uitlegger, waarzegger, verkondiger . In het Hebreeuws wordt een profeet navi (נְבִיא) genoemd, hetgeen nagenoeg hetzelfde betekent, de term navi komt van niv sefatayim, hetgeen letterlijk betekent ‘vrucht der lippen’ (uit Jesaja, 57:19)
Jesaja zou geprofeteerd hebben tijdens het bewind van de koningen Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia, allen koningen van Juda (Jesaja, 1:1). In het Bijbelboek Jesaja wordt uitvoerig verslag gedaan van zijn spreken en handelen. Jesaja was getrouwd met een profetes met wie hij twee kinderen kreeg (Jesaja, 8:3). Volgens de joodse overlevering en een waarschijnlijk vroegchristelijk pseudepigrafisch boek zou Jesaja tijdens het bewind van Menasse zijn gedood doordat hij in tweeën werd gezaagd. De Bijbel zelf refereert naar een soortgelijke gebeurtenis omtrent een profeet die niet met naam en toenaam wordt genoemd (Hebreeën, 11:37). Over het algemeen wordt het boek Jesaja gesplitst in drie hoofdgedeelten. Het voorbeeld hierboven komt uit het eerste deel, dat hoofdstuk één tot en met negenendertig omvat. Met betrekking tot het eerste deel van het boek Jesaja ( Hst. 1 - 39) zijn de meeste geleerden het er over eens dat het stamt uit de achtste eeuw voor Christus, de tijd van het rijk van de Assyriërs. Wanneer men hoofdstuk 1 leest dan valt meteen op dat de profeet niet zozeer refereert naar historisch traceerbare zaken of gebeurtenissen. De profeet geeft een beschrijving van het ‘morele landschap’ van Israël, Judah en Jeruzalem.

Analyse
Bovenstaande tekst spreekt uit dat een voorspelling is uitgekomen: God zal het volk straffen dat Hem niet heeft gehoorzaamd. De voorspelling is te vinden in het Bijbelboek Deuteronomium, hoofdstuk 28, verzen 45-50: "Al deze vervloekingen komen op u neer, en zullen u achtervolgen en treffen tot u bent vernietigd, omdat u niet hebt gehoorzaamd aan de heer uw God, en de geboden en bepalingen die Hij u gaf, niet hebt onderhouden. Bij u en uw nakomelingen zullen die vervloekingen voor altijd een teken en een waarschuwing zijn. Omdat u in de tijd van overvloed de heer uw God niet met vreugde en blij van geest hebt gediend, daarom zult u in honger, dorst en naaktheid, in gebrek aan alles, dienstbaar zijn aan de vijanden die de heer op u afstuurt. Een ijzeren juk zal Hij op uw nek leggen tot Hij u heeft vernietigd. De heer zal van verre, van de grenzen van de aarde, een volk op u afsturen dat neerschiet als een arend, een volk waarvan u de taal niet verstaat, een wreed volk, dat de oude mensen niet ontziet en geen medelijden heeft met de jeugd.". Religie die op openbaring van Gods Woord berust, moet zich voortdurend afvragen of ze nog trouw is aan de oorspronkelijke boodschap - te meer daar mensen dit woord op verschillende manieren kunnen uitleggen.
Deze religiekritiek wil gelovigen duidelijk maken dat ze op de verkeerde weg zijn. De profeet is bij uitstek de figuur die zich van deze taak kwijt. De profeet Jesaja beschrijft hier in karikaturale stijl de staat waarin de geestelijkheid van Judah en Jeruzalem verkeren (7-8) en in vers 12 verwijst Jesaja naar een eerdere raadgeving die niet was opgevolgd en beschrijft de gevolgen hiervan voor het geloofsleven van de weerspannige lieden. De tafel met braaksel dient als beeld om de kwaliteit van de uitspraken en inzichten van de geestelijkheid te duiden. En de retorische vraag wordt gesteld wie dan de woorden van God nog kan begrijpen, degenen die geestelijk nog onvolgroeid zijn? Het gevolg is dat de wet niet meer in overeenstemming met de Geest van het Woord wordt geïnterpreteerd. Het Woord zal als gevolg daarvan door hen anders worden ervaren, anders worden gehoord als gevolg van de vreemde toonzetting in de uitlegging van het Woord. Doordat men de klemtoon legt op bepaalde facetten van het Woord, wordt het Woord een verstrikking. Een denktrant waarin de mens de gehele tijd bezig is op basis van een interpretatie van het Woord de wereld en het menselijk handelen te beoordelen op een soort van muggenzifterige wijze. Het is te vergelijken met iemand die verstrikt raakt in zijn eigen woorden.
De verschillende manieren waarop het Woord van God kan worden benaderd ofwel verstaan, worden ook wel talen/tongen genoemd. Volgens de overlevering zijn er 70 verschillende talen waarmee de Bijbel geïnterpreteerd kan worden. Let wel, hiermee worden dus geen letterlijke landstalen mee bedoeld. De Apostel Paulus verwijst met betrekking tot glossolalie in zijn brieven naar deze tekst. Het spreken in tongen heeft dus iets anders te betekenen dan dat het hedendaagse fenomeen van tongentaal doet vermoeden. De stijl is beschrijvend en bewijzend inzake de stand van zaken ten gevolge van het gedrag van degenen die ongelovig waren toen God hen de ‘plek’ wees waar de rust was (vers 12).
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki