Het rechte pad is goed doen niet bidden (Jesaja)

In het kort

De profeet Jesaja, die we in het gelijknamige Bijbelboek leren kennen, leefde ongeveer van 750 tot 700 v.Chr. In dit voorbeeld verwoordt hij een veel voorkomend motief van interne religiekritiek: godsdienst is er niet alleen voor de schone schijn, maar moet tot uiting komen in een levenswandel die op rechtvaardigheid uit is. Alleen bidden is niet voldoende, goede daden zijn vereist.



Wanneer jullie je handen opheffen, wend ik mijn ogen af, ook als je aanhoudend bidt, luister ik niet. Aan jullie handen kleeft bloed! Was je, reinig je, maak een eind aan je misdaden, ik kan ze niet meer zien. Vermijd alle kwaad en leer goed te doen. Zoek het recht, houd tirannen in toom, bied wezen bescherming, sta weduwen bij.

Bron: het Bijbelboek Jesaja, hoofdstuk 1. verzen 15-17.

Over Jesaja
Jesaja (een naam die zoveel betekent als “Jahweh is redding”), de zoon van Amoz, is een oudtestamentische profeet. Zijn vader is niet te verwarren met de profeet van het gelijknamige boek Amos. De profeet Jesaja werd geroepen door God in het jaar van het overlijden van de Koning Uzzia (Jesaja, 6:1) in het jaar 740 v. Chr. Het woord profeet is afkomstig uit het Grieks ( προφήτης) en betekent in het Grieks zoveel als uitlegger, waarzegger, verkondiger . In het Hebreeuws wordt een profeet navi (נְבִיא) genoemd, hetgeen nagenoeg hetzelfde betekent, de term navi komt van niv sefatayim, hetgeen letterlijk betekent ‘vrucht der lippen’ (uit Jesaja, 57:19)
Jesaja zou geprofeteerd hebben tijdens het bewind van de koningen Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia, allen koningen van Juda (Jesaja, 1:1). In het Bijbelboek Jesaja wordt uitvoerig verslag gedaan van zijn spreken en handelen. Jesaja was getrouwd met een profetes met wie hij twee kinderen kreeg (Jesaja, 8:3). Volgens de joodse overlevering en een waarschijnlijk vroegchristelijk pseudepigrafisch boek zou Jesaja tijdens het bewind van Menasse zijn gedood doordat hij in tweeën werd gezaagd. De Bijbel zelf refereert naar een soortgelijke gebeurtenis omtrent een profeet die niet met naam en toenaam wordt genoemd (Hebreeën, 11:37). Over het algemeen wordt het boek Jesaja gesplitst in drie hoofdgedeelten. Het voorbeeld hierboven komt uit het eerste deel, dat hoofdstuk één tot en met negenendertig omvat. Met betrekking tot het eerste deel van het boek Jesaja ( Hst. 1 - 39) zijn de meeste geleerden het er over eens dat het stamt uit de achtste eeuw voor Christus, de tijd van het rijk van de Assyriërs. Wanneer men hoofdstuk 1 leest dan valt meteen op dat de profeet niet zozeer refereert naar historisch traceerbare zaken of gebeurtenissen. De profeet geeft een beschrijving van het ‘morele landschap’ van Israël, Judah en Jeruzalem.

Analyse
In deze religiekritiek uit Jesaja zijn ongenoegen met de verwording van religieuze praktijken tot loze rituelen. Mensen doen alsof ze godsdienstig zijn, maar verwaarlozen de eigenlijke kern van de godsdienst: het goede doen en onrecht vermijden. Het negatieve oordeel van de profeet over het volk vinden we ook in andere verzen van het boek. Bijna geheel het volk is zondig geworden en begaat onrecht (1:2-4) en is nog net niet in de staat van Sodom en Gomorra geraakt (1:9).
In vers 10 worden vervolgens het volk en de oversten gesommeerd de wet te observeren. Uit de beschrijving van de profeet Jesaja kan men lezen dat het volk zich nauwgezet houdt aan de letterlijk uitvoering van de rituelen zoals deze in de wet beschreven zijn. Maar ogendienst, de schijn ophouden zodra de ander toekijkt, is niet wat God wil. Bij monde van de Jesaja wordt het volk erop attent gemaakt dat louter een vroom aangezicht en met ledigheid van harten de rituelen uitvoeren en de sabbat houden niet is wat God behaagt. Hij verlangt iets anders, namelijk een afkeer van onrecht en een toewijding aan goede werken en rechtvaardigheid. Hij verlangt een liefde voor het leven. En voor degenen die hier gehoor aan geven schuilt er een belofte van heil in, echter wanneer er geen gehoor aan wordt gegeven een veroordeling of straf (het zwaard). De bekering waartoe opgeroepen wordt, de wassing die hiermee gepaard gaat, de belofte en de bedreiging zijn een typisch beeld, dat we ook terugzien bij de oproep van Johannes de Doper, die een doop der bekering tot vergeving der zonden predikt in het evangelie van Lukas (3:3-14).
Op het eerste moment zou men denken dat de profeet het Woord, de profetie, richt tot de oversten van Sodom en het volk van Gomorra, maar niets is minder waar. De profeet Jesaja richt zich tot het volk Israël. De wijze van adressering zal door velen op z’n minst als aanmatigend zijn ervaren. Zelfs vandaag de dag herinnert men Sodom en Gomora als zondige steden die in het oordeel niet gespaard zijn; er gaat dus een dreigende waarschuwing van uit. De stijl is vermanend, maar ook stichtend ten aanzien van de welwillenden en het omvat een belofte voor de gehoorzamen, hetgeen bemoedigend en aansporend is. Negatieve beeldspraak en positieve beeldspraak zijn poëtisch in de boodschap verweven. De stijl van Jesaja kan aangeduid worden als positieve interne religiekritiek.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki