De Predikers

In het kort

Wie? Jan Siebelink ({geboren}--{overleden})

Waar en wanneer?
Periode: Heden.
Context: X

Hoe?
Medium: Geschrift.
Positionering: Interne religiekritiek.
Stijlmiddel(en): .
Genre: Particulier.

Wat?
Voorwerp van kritiek: Praktijken, Rituelen, Gebruiken, Regels, Opvattingen, overtuigingen, Menselijke levenswijze/houding.
Doel van de kritiek: Beoordeling.
Grond(en) van kritiek: Dogmatisme, Lust/vrijheid, Verinnerlijking, Vrees/bestaansangst.




“Margje kon niet zien of hij zijn ogen opende maar ze was opgestaan en hoorde hem fluisteren dat zijn ziel dor was, dat hij niets ervoer. Zijn hese, maar heldere stem klonk gelaten en wanhopig. Zij kwam tot bij de drempel van de sluitdeuren, maar werd door twee broeders tegengehouden. Taverne begeleidde haar terug naar de achterkamer. ‘Mevrouw, God houdt met zichzelf raad.’ Margje zei tegen de kinderen dat het een wonder mocht heten dat pappa nog zo vaak normaal was blijven doen. Het liefst hadden die kerels gezien dat hij alles in de steek gelaten had.”

Bron: Jan Siebelink, Knielen op een bed violen, De bezige bij, Amsterdam 2005, blz.437.

Jan Siebelink (1938) is een Nederlandse schrijver en essayist. Hij groeide op in een strenggelovig christelijk gezin. Hij werd leraar Nederlands en Frans en schreef verscheidene boeken en essays. Zijn bekendste boek is Knielen op een bed violen (2005) dat is geïnspireerd door zijn betrokkenheid bij de godsdienstige kring van zijn vader. Inmiddels schreef hij een vervolg: Margje (De bezige bij, Amsterdam 2015). Dit fragment speelt zich af als Hans Sievez op zijn sterfbed ligt. De predikers zijn aanwezig om hem naar zijn zielenheil te begeleiden en laten niemand anders de kamer binnen. Dit is het toppunt van het sociaal isolement waarin de predikers Hans plaatsen. Alleen zijn echtgenote Margje geeft expliciet aan dit een vreselijke gang van zaken te vinden.

Analyse
De sfeer die in deze scène geschetst wordt noemt Jan Siebelink zelf “onmenselijk”, een woord dat de impliciete religiekritiek in deze scene perfect weergeeft. De betrokken mensen, en dan met name de oefenaars en Hans zelf, zijn niet meer in staat een gewoon leven te leiden maar gaan geheel op in hun roeping. Onmenselijke religie is een geloofspraktijk die het hele menselijke leven in beslag neemt. Deze vervreemding en afstand hangt sterk samen met de piëtistische stroming waar de religieuze groepering in het boek van is afgeleid. Het piëtisme is van oorsprong al ascetisch van aard, maar de stroming die eind 19e en begin 20e eeuw in Nederland voorkwam had hier een sterk persoonlijke en individualistische inkleuring. Het geloof draaide bijna geheel om de vraag of je door God was uitverkoren of juist verworpen. Juist deze scherpe tegenstelling, alles of niets, laat geen ruimte voor het altijd veel rijker geschakeerde leven zelf, zo wil de auteur ons duidelijk maken.
Hans twijfelt er bijna het gehele boek aan dat hij inderdaad is uitverkoren, is constant bang om dit toch niet te zijn. Hij is er bijna zeker van dat de andere leden van zijn gezin niet uitverkoren kunnen zijn, en aangespoord door de predikers houdt hij hen hierom op een afstand. Omgang met mensen die sowieso al verworpen zijn zou Hans zijn eigen zielenheil in gevaar kunnen brengen. Dit blijkt uit het volgende fragment, dat zich ook tijdens de sterfscène afspeelt: “’Wij zitten hier maar,’smeekte Margje, ‘we doen niets, we mogen niets. Mag ik nu even naar hem toe?’ ‘Mevrouw, ik heb het u al eerder gezegd, ik kan geen toestemming geven. Een woord van u op het moment van sterven kan hem zijn heil kosten. (…)” (blz.434).

Lees het interview met Siebelink: http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1466521/2006/03/10/Lees-het-radio-interview-met-Jan-Siebelink.dhtml.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki