Revision [1729]

Last edited on 2016-02-01 11:44:22 by marinterpstra
Additions:
==Over Siebelinks duiding van religieus sektarisme==
==Analyse==
==Bronnen==
Deletions:
====Over Siebelinks duiding van religieus sektarisme====
====Analyse====
====Bronnen====


Revision [1728]

Edited on 2016-02-01 11:43:23 by marinterpstra
Additions:
“Had je niet willen opstaan om het uit te gillen: Laat me met rust. Niets wil ik meer met jullie te maken hebben! Hans Sievez, had je niet het gevoel dat tegen je beraamd werd, dat die zo wonderlijke verschijning op de tuin – wie kon daar aan tippen? – tegen je gebruikt werd, dat ze je wilden betrekken bij hun geheime spel waaruit ontsnapping menselijkerwijs gesproken niet meer mogelijk was? Steeg, met het donkere kloppen van het bloed aan je slapen, niet dat hele precieze, kinderlijke gevoel van afkeer en haat op dat je zo goed gekend hebt, en bij je draagt?“
Bron: Jan Siebelink, //Knielen op een bed violen//, De bezige bij, Amsterdam 2005, blz.197.
====Over Siebelinks duiding van religieus sektarisme====
Jan Siebelink (1938) is een Nederlandse schrijver en essayist. Hij groeide op in een strenggelovig christelijk gezin. Hij werd leraar Nederlands en Frans en schreef verscheidene boeken en essays. Zijn bekendste boek is //Knielen op een bed violen// (2005) dat is geïnspireerd door zijn betrokkenheid bij de godsdienstige kring van zijn vader. Inmiddels schreef hij een vervolg: //Margje// (De bezige bij, Amsterdam 2015). Dit citaat is afkomstig uit een korte monoloog van de verteller vlak na de ceremonie waarmee Hans Sievez officieel tot de religieuze gemeenschap behoort. Door het visioen dat hij kreeg hoort Hans volgens de predikers bij de uitverkorenen, en zij gebruiken dit als aanleiding om hem in de groep te initiëren. De verteller voert een innerlijk stem op die een contrast laat ontstaan aan de dwang waaraan de volwassen Sievez bloot staat en een kinderlijk oergevoel dat hem waarschuwt voor de stap die hij gaat zetten.
De predikers vormen een fictieve groepering in het boek, gebaseerd op een piëtistische stroming. Het piëtisme is een verzamelnaam voor een aantal protestantse bewegingen die voornamelijk in de 17e en 18e eeuw in Noordwest-Europa voorkwamen. De beweging ontstond uit onvrede met de veranderingen in de Reformatie, die volgens de piëtisten niet ver genoeg gingen. Er lag een sterke nadruk op het individu. Hierdoor lijkt er nauwelijks meer sprake te zijn van een gemeenschap van gelovigen. In //Knielen op een Bed Violen// komt – naast de verteller – enkel de hoofdpersoon en het verbrokkelde groepje predikers voor. Een ander speerpunt van het piëtisme is de nadruk op de genade van God en het al dan niet uitverkoren zijn.
De predikers betrekken Hans bij de groep en houden hem daar vanuit de twijfel en angst die Hans ervaart rond de vraag of het visioen inderdaad betekende dat hij door God is uitverkoren. De verteller heeft hier dus kritiek op het gebruik van religie als bron van angst, wat de reden was dat “ontsnapping menselijkerwijs gesproken niet meer mogelijk was”. De piëtistische stroming waar de religieuze groepering in het boek van is afgeleid draaide bijna geheel om de vraag of je door God was uitverkoren of juist verworpen – iets waar je zelf geen invloed op kon uitoefenen. (1) Het was echter wel mogelijk dat er aanwijzingen waren dat je was uitverkoren; Hans’ visioen in //Knielen op een Bed Violen// wordt door de predikers in het boek als zo’n aanwijzing geduid.
Hans twijfelt er echter bijna het gehele boek aan dat hij inderdaad is uitverkoren, is constant bang om dit toch niet te zijn. Hij twijfelt niet zozeer aan het visioen zelf, maar aan de betekenis die de predikers het hebben gegeven. Ook daarin komt weer naar voren dat deze religie en bron van angst en twijfel is voor Hans. Verder speelt ook het idee dat God Almachtig is en de mens Niets. Dit idee bezorgt Hans een enorm schuldgevoel, een gevoel dat hij nooit goed genoeg zal zijn in de ogen van God. Dit besef lijkt Hans constant te achtervolgen. Dit is hem al in zijn jeugd aangeleerd door zijn vader, die ook dergelijke gedachten aanhing, maar het verergert tot extreme hoogten onder invloed van de predikers. Rob Schouten verwoordt dit als “de bangmakende invloed van het piëtistische denken” (2) die Sievez in haar greep houdt, versterkt door de beangstigende preken van de predikers.
Het is vooral dit gevoel, de enorme angst en onmacht die Hans ervaart, waar //Knielen op een Bed Violen// over lijkt te gaan, en tegelijk is het boek er zeer negatief en afkeurend over. Hierin weerklinkt ook een deel van de kritiek op de manipulaties van de predikers. Zoals uit de hierboven geciteerde passage duidelijk wordt, stelt de verteller dat Hans’ visioen door de predikers misbruikt wordt om Hans bij de groep te betrekken. Zij draaien dit visioen, een voor Hans zeer positieve ervaring, om tot een bron van de angst die zij uitdragen.
Deletions:
“Had je niet willen opstaan om het uit te gillen: Laat me met rust. Niets wil ik meer met jullie te maken hebben! Hans Sievez, had je niet het gevoel dat tegen je beraamd werd, dat die zo wonderlijke verschijning op de tuin – wie kon daar aan tippen? – tegen je gebruikt werd, dat ze je wilden betrekken bij hun geheime spel waaruit ontsnapping menselijkerwijs gesproken niet meer mogelijk was?“
Bron: Jan Siebelink, //Knielen op een bed violen//
====Duiding====
Dit citaat is afkomstig uit een korte monoloog van de verteller vlak na de ceremonie waarmee Hans Sievez officieel tot de religieuze gemeenschap behoort. Door het visioen dat hij kreeg hoort Hans volgens de predikers bij de uitverkorenen, en zij gebruiken dit als aanleiding om hem in de groep te initiëren. Het citaat toont dat de verteller vindt dat de predikers Hans’ visioen misbruiken om hem bij de groep te betrekken.
De predikers betrekken Hans bij de groep en houden hem daar vanuit de twijfel en angst die Hans ervaart rond de vraag of het visioen inderdaad betekende dat hij door God is uitverkoren. De verteller heeft hier dus kritiek op het gebruik van religie als bron van angst, wat de reden was dat “ontsnapping menselijkerwijs gesproken niet meer mogelijk was”.
De piëtistische stroming waar de religieuze groepering in het boek van is afgeleid draaide bijna geheel om de vraag of je door God was uitverkoren of juist verworpen – iets waar je zelf geen invloed op kon uitoefenen.(1) Het was echter wel mogelijk dat er aanwijzingen waren dat je was uitverkoren; Hans’ visioen in Knielen op een Bed Violen wordt door de predikers in het boek als zo’n aanwijzing geduid.
Hans twijfelt er echter bijna het gehele boek aan dat hij inderdaad is uitverkoren, is constant bang om dit toch niet te zijn. Hij twijfelt niet zozeer aan het visioen zelf, maar aan de betekenis die de predikers het hebben gegeven. Ook daarin komt weer naar voren dat deze religie en bron van angst en twijfel is voor Hans.
Verder speelt ook het idee dat God Almachtig is en de mens Niets. Dit idee bezorgt Hans een enorm schuldgevoel, een gevoel dat hij nooit goed genoeg zal zijn in de ogen van God. Dit besef lijkt Hans constant te achtervolgen. Dit is hem al in zijn jeugd aangeleerd door zijn vader, die ook dergelijke gedachten aanhing, maar het verergert tot extreme hoogten onder invloed van de predikers. Rob Schouten verwoordt dit als “de bangmakende invloed van het piëtistische denken”(2) die Sievez in haar greep houdt, versterkt door de beangstigende preken van de predikers.
Het is vooral dit gevoel, de enorme angst en onmacht die Hans ervaart, waar Knielen op een Bed Violen over lijkt te gaan, en tegelijk is het boek er zeer negatief en afkeurend over.
Hierin weerklinkt ook een deel van de kritiek op de manipulaties van [[de predikers]]. Zoals uit de hierboven geciteerde passage duidelijk wordt, stelt de verteller dat Hans’ visioen door de predikers misbruikt wordt om Hans bij de groep te betrekken. Zij draaien dit visioen, een voor Hans zeer positieve ervaring, om tot een bron van de angst die zij uitdragen.


Revision [1158]

Edited on 2014-04-11 00:01:57 by inhoudenvorm
Additions:
voorwerp_van_kritiek="Opvattingen, overtuigingen, Menselijke levenswijze/houding, Heilsverwachting"
Deletions:
voorwerp_van_kritiek="Vertegenwoordigers, Praktijk"


Revision [1157]

Edited on 2014-04-11 00:00:56 by inhoudenvorm
Additions:
====Duiding====
====Analyse====


Revision [1156]

Edited on 2014-04-11 00:00:04 by inhoudenvorm
Additions:
De piëtistische stroming waar de religieuze groepering in het boek van is afgeleid draaide bijna geheel om de vraag of je door God was uitverkoren of juist verworpen – iets waar je zelf geen invloed op kon uitoefenen.(1) Het was echter wel mogelijk dat er aanwijzingen waren dat je was uitverkoren; Hans’ visioen in Knielen op een Bed Violen wordt door de predikers in het boek als zo’n aanwijzing geduid.
Verder speelt ook het idee dat God Almachtig is en de mens Niets. Dit idee bezorgt Hans een enorm schuldgevoel, een gevoel dat hij nooit goed genoeg zal zijn in de ogen van God. Dit besef lijkt Hans constant te achtervolgen. Dit is hem al in zijn jeugd aangeleerd door zijn vader, die ook dergelijke gedachten aanhing, maar het verergert tot extreme hoogten onder invloed van de predikers. Rob Schouten verwoordt dit als “de bangmakende invloed van het piëtistische denken”(2) die Sievez in haar greep houdt, versterkt door de beangstigende preken van de predikers.
====Bronnen====
(1). A. van Harskamp, Van onmacht, angst en… religie, Hans Sievez en de godsdienstsociologie van Peter Berger, in: E. Koster & W. Stoker (red.), Roman en Religie, bespiegelingen over godsdienst in ‘Knielen op een bed violen’, Uitgeverij Meinema, Zoetermeer, 2009, p. 25.
(2). Rob Schouten, En had de liefde niet, beschouwingen over knielen op een bed violen, De Bezige Bij, Amsterdam, 2006, p.159
Deletions:
De piëtistische stroming waar de religieuze groepering in het boek van is afgeleid draaide bijna geheel om de vraag of je door God was uitverkoren of juist verworpen – iets waar je zelf geen invloed op kon uitoefenen.[VOETNOOT: A. van Harskamp, Van onmacht, angst en… religie, Hans Sievez en de godsdienstsociologie van Peter Berger, in: E. Koster & W. Stoker (red.), Roman en Religie, bespiegelingen over godsdienst in ‘Knielen op een bed violen’, Uitgeverij Meinema, Zoetermeer, 2009, p. 25] Het was echter wel mogelijk dat er aanwijzingen waren dat je was uitverkoren; Hans’ visioen in Knielen op een Bed Violen wordt door de predikers in het boek als zo’n aanwijzing geduid.
Verder speelt ook het idee dat God Almachtig is en de mens Niets. Dit idee bezorgt Hans een enorm schuldgevoel, een gevoel dat hij nooit goed genoeg zal zijn in de ogen van God. Dit besef lijkt Hans constant te achtervolgen. Dit is hem al in zijn jeugd aangeleerd door zijn vader, die ook dergelijke gedachten aanhing, maar het verergert tot extreme hoogten onder invloed van de predikers. Rob Schouten verwoordt dit als “de bangmakende invloed van het piëtistische denken” [VOETNOOT: Bron: Rob Schouten, En had de liefde niet, beschouwingen over knielen op een bed violen, De Bezige Bij, Amsterdam, 2006, p.159] die Sievez in haar greep houdt, versterkt door de beangstigende preken van de predikers.


Revision [1155]

Edited on 2014-04-10 23:58:38 by inhoudenvorm
Additions:
=====De Ceremonie=====
genre="Monoloog"
stijlmiddel="Retorische vraag"
doel_van_kritiek="Veroordeling"
gronden="Autoriteit/autoritair, Humanisme, Lust/vrijheid, Onmacht, Vrees/bestaansangst, Waardigheid"
“Had je niet willen opstaan om het uit te gillen: Laat me met rust. Niets wil ik meer met jullie te maken hebben! Hans Sievez, had je niet het gevoel dat tegen je beraamd werd, dat die zo wonderlijke verschijning op de tuin – wie kon daar aan tippen? – tegen je gebruikt werd, dat ze je wilden betrekken bij hun geheime spel waaruit ontsnapping menselijkerwijs gesproken niet meer mogelijk was?“
Bron: Jan Siebelink, //Knielen op een bed violen//
Dit citaat is afkomstig uit een korte monoloog van de verteller vlak na de ceremonie waarmee Hans Sievez officieel tot de religieuze gemeenschap behoort. Door het visioen dat hij kreeg hoort Hans volgens de predikers bij de uitverkorenen, en zij gebruiken dit als aanleiding om hem in de groep te initiëren. Het citaat toont dat de verteller vindt dat de predikers Hans’ visioen misbruiken om hem bij de groep te betrekken.
De predikers betrekken Hans bij de groep en houden hem daar vanuit de twijfel en angst die Hans ervaart rond de vraag of het visioen inderdaad betekende dat hij door God is uitverkoren. De verteller heeft hier dus kritiek op het gebruik van religie als bron van angst, wat de reden was dat “ontsnapping menselijkerwijs gesproken niet meer mogelijk was”.
De piëtistische stroming waar de religieuze groepering in het boek van is afgeleid draaide bijna geheel om de vraag of je door God was uitverkoren of juist verworpen – iets waar je zelf geen invloed op kon uitoefenen.[VOETNOOT: A. van Harskamp, Van onmacht, angst en… religie, Hans Sievez en de godsdienstsociologie van Peter Berger, in: E. Koster & W. Stoker (red.), Roman en Religie, bespiegelingen over godsdienst in ‘Knielen op een bed violen’, Uitgeverij Meinema, Zoetermeer, 2009, p. 25] Het was echter wel mogelijk dat er aanwijzingen waren dat je was uitverkoren; Hans’ visioen in Knielen op een Bed Violen wordt door de predikers in het boek als zo’n aanwijzing geduid.
Hans twijfelt er echter bijna het gehele boek aan dat hij inderdaad is uitverkoren, is constant bang om dit toch niet te zijn. Hij twijfelt niet zozeer aan het visioen zelf, maar aan de betekenis die de predikers het hebben gegeven. Ook daarin komt weer naar voren dat deze religie en bron van angst en twijfel is voor Hans.
Verder speelt ook het idee dat God Almachtig is en de mens Niets. Dit idee bezorgt Hans een enorm schuldgevoel, een gevoel dat hij nooit goed genoeg zal zijn in de ogen van God. Dit besef lijkt Hans constant te achtervolgen. Dit is hem al in zijn jeugd aangeleerd door zijn vader, die ook dergelijke gedachten aanhing, maar het verergert tot extreme hoogten onder invloed van de predikers. Rob Schouten verwoordt dit als “de bangmakende invloed van het piëtistische denken” [VOETNOOT: Bron: Rob Schouten, En had de liefde niet, beschouwingen over knielen op een bed violen, De Bezige Bij, Amsterdam, 2006, p.159] die Sievez in haar greep houdt, versterkt door de beangstigende preken van de predikers.
Het is vooral dit gevoel, de enorme angst en onmacht die Hans ervaart, waar Knielen op een Bed Violen over lijkt te gaan, en tegelijk is het boek er zeer negatief en afkeurend over.
Hierin weerklinkt ook een deel van de kritiek op de manipulaties van [[de predikers]]. Zoals uit de hierboven geciteerde passage duidelijk wordt, stelt de verteller dat Hans’ visioen door de predikers misbruikt wordt om Hans bij de groep te betrekken. Zij draaien dit visioen, een voor Hans zeer positieve ervaring, om tot een bron van de angst die zij uitdragen.
Deletions:
=====De Predikers=====
genre="Particulier"
stijlmiddel="Ironie"
doel_van_kritiek="Verwerping"
gronden="Priesterdom, Dogmatisme, Zelfbehoud"
[Margje] vroeg zich zelfs niet af hoe de broeders die hem zover hadden gebracht zoiets voor zichzelf konden verantwoorden. Ze zouden hun praatjes wel weer bij de hand hebben en de slaande hand Gods aanhalen: tegenspoed was geen tegenspoed. God had geen lust de mens te kneuzen, maar het was goed voor de ziel, en meer van dat soort onzin.
Bron: Jan Siebelink, //Knielen op een bed violen//, p. 227.
===Duiding===
Hans had, op aanraden van een van de predikers, de verzekering opgezegd. Vlak hierna vernielt een hevige storm veel van het glas van de kassen van de kwekerij. Pas na deze ramp vertelt hans aan Margje dat ze niet meer verzekerd zijn. Bovenstaand citaat is haar reflectie op de predikers die Hans hebben overgehaald om de verzekering te annuleren.
====Analyse====
De meest expliciete religiekritiek in [[Knielen_op_een_bed_violen|Knielen op een bed violen]] richt zich op de predikers van de religieuze groepering waar Hans Sievez deel van uitmaakt: Jozef Mieras, Huib Steffen en Chris Ibel. De kern van de kritiek richt zich op de manipulatieve manier waarop zij Hans keer op keer over weten te halen. In dit geval gaat het om het opzeggen van verkeringen als teken van vertrouwen in God. Op eenzelfde manipulatie manier wordt Hans echter overgehaald om bijeenkomsten bij te wonen, de predikers toe te laten in zijn huis en te dure boeken te kopen.
Opvallend is dat de predikers altijd zeer beleefd overkomen. Dit is een klassieke manier van manipulatie. Doordat ze altijd beleefd blijven kan Hans ze niets weigeren zonder dat hij zelf onbeschoft overkomt. De predikers houden hem zielenheil voor, meestal als het gaat om het kopen van de boeken. Hierbij houden zij hem voor dat Hans zonder de boeken te kopen het zielenheil niet zal bereiken. Kritiek hierop wordt vooral geuit door Margje, maar ook door de verteller, die de predikers vaak 'colporteurs' noemen. Bijvoorbeeld op pagina 285: "Waar nu colporteur-discipel Chris Ibel ligt te snurken (...)"
De kritiek op de predikers komt ook naar voren in de beschrijving van hun uiterlijk. Allen worden ze beschreven alsof er iets zeer fundamenteels niet helemaal klopt. Ze gaan netjes gekleed, maar hebben stuk voor stuk toch iets wat ze afstotelijk maakt. Ze stinken, de een heeft een uitwas in zijn nek, de anders is erg klein.
Opvallend is dat deze kritiek, in tegenstelling tot de andere vormen van religiekritiek in //Knielen op een bed violen//, ook door de hoofdpersoon wordt geuit. Ook Hans vindt deze heren fysiek weerzinwekkend, hoe sterk hij zich ook aangetrokken voelt tot de ideeën die zij uitdragen: "Terwijl hij nog op de bakfiets zat zag hij Huib Steffen al op de rug. De uitwas in zijn hals, zo groot als een duivenei, werd opgestuwd door de strakke witte boord. De nek had dikke gladde plooien, leek daar ongewerveld. Hans voelde zich schuldig om zijn moeilijk te bedwingen afkeer van de man Gods. Maar hij wist dat die afkeer verdween als de oefenaar sprak."(p. 151).


Revision [1154]

The oldest known version of this page was created on 2014-04-10 23:55:43 by inhoudenvorm
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki