Het exclusieve monotheïsme

In het kort

Wie? Jonathan Kirsch (1949--)

Waar en wanneer?
Periode: Heden.
Context:

Hoe?
Medium: geschrift.
Positionering: externe religiekritiek.
Stijlmiddel(en): historisch onderbouwde polemiek.
Genre: geschiedkundig werk.

Wat?
Voorwerp van kritiek: christendom.
Doel van de kritiek: kritische geschiedenis van het christendom.
Grond(en) van kritiek: intolerantie.



“Bij het polytheïsme staat een open en gemoedelijke instelling tegenover religieus geloof en religieuze handelingen centraal. De wil om het idee te accepteren dat er meerdere goden bestaan en dat er vele manieren zijn van deze te aanbidden. Bij het monotheïsme daarentegen staat de absolute zekerheid dat er slechts één god bestaat centraal. Het is de tendens om de eigen rituelen en handelingen te zien als de enige juiste wijze van deze ene ware god te aanbidden.”

Bron: Jonathan Kirsch, God Against the Gods. The History of the War Between Monotheism and Polytheism, Viking Compass, New York 2004, blz.2.

Over Jonathan Kirsch
Jonathan Kirsch is werkzaam als advocaat en tijdelijk hoogleraar aan het ‘New York University’s Professional Publishing Program’, maar bovenal is hij bekend als de schrijver van romans en boeken. Zijn boeken handelen veelal over religieuze zaken. Hij behaalde een bachelor in Russische en Joodse geschiedenis. Zie over Kirsch verder zijn website: http://www.jonathankirsch.com/bio.html

Analyse
In een betoog dat sterk polemisch is en weinig ruimte voor nuancering laat, wil Jonathan Kirsch laten zien dat het christendom aan de religieuze verdraagzaamheid in het Romeinse Rijk een einde heeft gemaakt nadat ze eenmaal door keizer Theodosius tot staatsgodsdienst was verheven. De vooronderstelling van deze religiekritiek is dat het monothëisme door het uitsluiten van andere goden onverdraagzaam of zelfs gewelddadig is. Het bestaan van meerdere goden en de verscheidenheid in de godendienst, samengevoegd met de binding van eredienst aan de lokale goden, zou daarentegen wijzen op verdraagzaamheid.
Kirsch stelt hierboven dat de intolerantie afkomstig is vanuit het geloof in de enige ware God. In zijn conclusie schrijft Kirsch dat de wereld misschien een vreedzamere wereld zou zijn geweest wanneer het christelijke monotheïsme niet de belangrijkste religie van het oude Romeinse Rijk was geworden. Aan het slot van zijn boek stelt Kirsch dat de monotheïstische godsdiensten ook belangrijke en waardevolle bijdragen aan de westerse cultuur hebben geleverd, maar dat hij hier vooral op de donkere kant van het monotheïsme heeft willen wijzen. Hij stelt dat de hedendaagse normen en waarden van multiculturaliteit en vrijheid van godsdienst echter vooral heidense waarden zijn, die verbonden zijn met een polytheïstische godsdienst. De stelling van Kirsch herneemt een gedachte die vooral in de achttiende eeuw veelvuldig te horen is bij critici van het christendom, zoals Edward Gibson in zijn Decline and Fall of the Roman Empire en iets genuanceerder David Hume.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki