Filosofisch woordenboek

Naam
Filosofisch woordenboek
Auteur
Voltaire
Periode
Verlichting

Het Filosofisch woordenboek is een in 1764 gepubliceerd werk van Voltaire, waarin deze op encyclopedische wijze allerlei thema’s in de filosofie, theologie, psychologie en religie bespreekt. De onderwerpen die aan bod komen variëren van het christendom tot enthousiasme en van oorlog tot burgerlijke wetten. De meeste artikelen hebben echter op enigerlei wijze te maken met religie en waar Voltaire spreekt over religie, daar kan religiekritiek worden verwacht. In het Filosofisch woordenboek worden bijzonder veel kritiekpunten op religie geuit, maar de voornaamste kritiek is gericht tegen drie hoofdthema’s: bijgeloof, fanatisme en priesterbedrog.

Bijgeloof

In het Filosofisch woordenboek wordt op veel plekken de strijd aangebonden met het bijgeloof. Volgens Voltaire vallen onder bijgeloof zaken als dogmatiek, theologische waandenkbeelden, dweperij en, in feite, iedere leerstelling over God, Jezus Christus of enig ander religieus onderwerp die niet behoort tot de kern van de leer van Christus (‘geloof in één Schepper’ en ‘houdt van uw naaste zoals u van uzelf houdt’ – zie het lemma Voltaire voor een verdere uitwerking van diens eigen religieuze overtuigingen) en die tegen de rede indruist. De stelling dat Jezus de zoon van God is, is bijgeloof in het boekje van Voltaire, evenals iedere stelling over de paus als de vertegenwoordig van God op aarde, zo ook iedere leerstelling over de kerk als enige mogelijkheid tot verlossing en al wat dies meer zij.

Fanatisme

Bijgeloof wordt gevaarlijk, aldus Voltaire, wanneer het uitmondt in fanatisme. Onder fanatisme valt het vermoorden van anderen omdat ze er niet dezelfde ideeën als jijzelf op nahouden, maar ook het beïnvloeden van rechtspraak of het vervolgen van anderen omdat ze niet jouw geloof aanhangen. Het ‘medicijn’ tegen fanatisme, zo lezen we in het lemma ‘Fanatisme’, is de filosofie. De filosofie brengt namelijk de ziel tot rust, wat fanatisme, dat zich voedt aan innerlijke onrust, afremt.

Priesterbedrog

Als er bij een bepaalde groep mensen de meeste blaam wordt neergelegd in Voltaires religiekritiek, dan zijn het priesters. Dat wil zeggen: de priesters die zich niet (enkel) bezighouden met zielenheil en de verspreiding van het ‘ware’ christelijke geloof, maar die zich met aardse macht bezighouden. Die priesters, ook wel ‘charlatans’ genoemd, vergiftigen de zielen van de gewone mens en handelen daarmee nota bene regelrecht in strijd met de basisleer van het ‘ware’ christelijke geloof.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki