Armzalige verhalen over goden (Euripides)

In het kort

Wie? Euripides (485/4 v.C.--407/6 v.C.)

Waar en wanneer?
Periode: Oudheid.
Context: X

Hoe?
Medium: Theaterstuk.
Positionering: Intern.
Stijlmiddel(en): Paradox.
Genre: Dialoog.

Wat?
Voorwerp van kritiek: Godbeelden.
Doel van de kritiek: Onderzoek (inzicht).
Grond(en) van kritiek: Verbeelding, Inbeelding.



O, o. Dat zijn maar bijzaken bij mijn ellende. Zelf denk ik ook niet dat goden overspel voor lief nemen. En dat ze elkaar in boeien zouden slaan, vond ik niet bij hen passen en zal ik ook nooit geloven, of dat bij hen de een of de ander heerst. Een god mist, als hij echt een god is, niets. Dat zijn toch maar armzalige verhalen van de dichters.

Bron: Gerard Koolschijn (vertaling), Euripides. Verzameld werk 2. Smekende moeders. Elektra. Herakles’ waanzin. Trojaanse vrouwen. Ifigeneia op de Krim. Ion, Polak & Van Gennep, Amsterdam 2002, 1340-1346.

Over Euripides
Euripides (485/4 – 407/6 v.Chr.) was de derde van de drie grote Atheense tragediedichters. Van deze drie verwerkt Euripides het meest filosofisch materiaal in zijn tragedies. Antieke bronnen beschouwen hem als leerling van Anaxagoras, Sokrates en de sofist Prodicus van Theon, maar dit is om chronologische redenen betwijfelbaar. Over zijn leven is weinig betrouwbare informatie overgeleverd. Hij leefde en werkte het grootste deel van zijn leven in Athene, maar verhuisde aan het eind van zijn leven naar het hof van Archelaüs, koning van Macedonië, waar hij stierf.

Analyse
De kritiek van Xenofanes op de traditionele verhalen over de goden, die hen allerlei immorele daden toedichtten, vond in Athene in de 5e eeuw v.Chr. weerklank bij de intellectuele elite, waaronder Plato. De tragediedichter Euripides dramatiseerde deze kritiek op indrukwekkende wijze in zijn tragedie Herakles. De halfgod Herakles, verwekt bij Alkmene door Zeus, wordt het slachtoffer van de jaloezie van Hera, de goddelijke echtgenote van Zeus. Zij maakt dat Herakles in een vlaag van verstandsverbijstering zijn eigen vrouw en kinderen doodt. Wanneer Herakles bij zinnen komt, is hij hevig verontwaardigd: “Dat soort godin, welk mens kan haar aanbidden?” (1307-1308). Theseus, de koning van Athene die zojuist door Herakles uit de onderwereld is bevrijd, antwoordt dat goden nu eenmaal net als mensen de fout ingaan. Ook Herakles moet zijn lot aanvaarden en de vreselijke gebeurtenissen achter zich laten. Theseus biedt hem gastvrij onderdak aan in Athene, waar zijn roem groot zal zijn. Het boven weergegeven exemplum is Herakles’ reactie op de woorden van Theseus. Hij besluit resoluut dat de verhalen over immorele goden maar verzinsels van de dichters zijn. Een echte god is volmaakt. Zo’n god is echter ook volstrekt onpersoonlijk. Herakles neemt zich voor zich niet bij de wisselvalligheden van het lot neer te leggen en met Theseus mee te gaan naar Athene.
Deze vorm van religiekritiek is bijzonder krachtig omdat de toeschouwer de verontwaardiging van Herakles over het optreden van Hera meebeleeft. Zelfs de gepersonifieerde Waanzin die bezit neemt van Herakles, vindt de opdracht die ze heeft gekregen onrechtvaardig (843-874). Op het hoogtepunt van deze groeiende verontwaardiging suggereert Euripides dan het filosofische antwoord hierop: de goden zijn niet zoals de mythen ze voorstellen. Dit staat in aperte spanning met het mythische kader waarin de tragedie zich afspeelt, maar dat verhoogt de effectiviteit van de kritiek slechts. Hoe zijn de goden dan wel? Euripides zegt daar niet zoveel over in deze tragedie, maar benadrukt wel de onontkoombare kracht van het lot, dat onpersoonlijk is en amoreel. De goden verliezen in zo’n deterministisch wereldbeeld veel van hun betekenis. De mens zal, net als Herakles, op eigen kracht zijn weg moeten vinden in de wisselvalligheden van het leven.

Oorspronkelijke tekst:
οἴμοι• πάρεργα <μὲν> τάδ’ ἔστ’ ἐμῶν κακῶν• ἐγὼ δὲ τοὺς θεοὺς οὔτε λέκτρ’ ἃ μὴ θέμις στέργειν νομίζω δεσμά τ’ ἐξάπτειν χεροῖν οὔτ’ ἠξίωσα πώποτ’ οὔτε πείσομαι οὐδ’ ἄλλον ἄλλου δεσπότην πεφυκέναι. δεῖται γὰρ ὁ θεός, εἴπερ ἔστ’ ὀρθῶς θεός, οὐδενός• ἀοιδῶν οἵδε δύστηνοι λόγοι.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki