Euripides

Naam
Euripides
Pseudoniem
geen
Geboren
485/4 v.C. te Salamis (?)
Overleden
407/6 v.C. te Macedonië


Euripides (485/4 – 407/6 v.Chr.) was de derde van de drie grote Atheense tragediedichters. Van deze drie verwerkt Euripides het meest filosofisch materiaal in zijn tragedies. Antieke bronnen beschouwen hem als leerling van Anaxagoras, Sokrates en de sofist Prodicus van Theon, maar dit is om chronologische redenen betwijfelbaar. Over zijn leven is weinig betrouwbare informatie overgeleverd. Hij leefde en werkte het grootste deel van zijn leven in Athene, maar verhuisde aan het eind van zijn leven naar het hof van Archelaüs, koning van Macedonië, waar hij stierf.

De tragedies van Euripides

In de oudheid waren er 92 titels van spelen van Euripides bekend. 18 spelen zijn bewaard gebleven. Opvallend is dat hij gedurende zijn leven slechts vier keer de eerste prijs won. Dit hoeft niet te betekenen dat Euripides niet populair was bij het publiek. Het feit dat hij steeds weer een koor gefinancierd kon krijgen voor zijn spelen, laat wel zien dat dit niet het geval was. Maar de competitie was groot: Euripides moest het opnemen tegen de 12 jaar oudere Sofokles, die zeer succesvol was en bleef gedurende Euripides’ hele leven (Sofokles stierf een jaar na Euripides).

Karakteristiek voor Euripides’ tragedies is zijn scherpe oog voor psychologisch detail, veel gesprekken in een wat meer alledaagse stijl dan zijn voorgangers en zijn inlevingsvermogen in zowel goede als slechte personages. Verder was hij innovatief in de metra (ritmische afwisseling van korte en lange lettergrepen) die hij gebruikte voor de lyrische passages.

Euripides als atheïst in de Oude Komedie

Door de komedieschrijver Aristofanes wordt Euripides neergezet als vrouwenhater, immorele schrijver en atheïst. Zo beschrijft hij in de Kikkers, geschreven niet lang na Euripides’ dood, hoe Euripides aankomt in de onderwereld en daar de competitie aangaat met de oude tragediedichter Aeschylos. De god Dionysos mag beoordelen wie van hen de Troon van de Tragedie waard is. Bij het begin van de wedstrijd roept hij hen beide op een gebed uit te spreken. Aeschylos bidt: “Godin Demeter, voedster van mijn geest / laat mij uw mystendiensten waardig zijn.” Dionysos spoort Euripides aan: “En u? Neem wierook en bid ook.” Waarop Euripides antwoordt: “Nee dank, ik bid tot andere goden dan u kent.” “Uw eigen goden? Soms een nieuwe druk?” “Zeer juist.” “Wel, roep die van uzelf dan aan.” “O Ether, voedsel mijn! O Tongerad! O scherp Verstand! O Neusgat fijn van reuk!” (Kikkers 886-895, vert. d’Hane-Scheltema). Op basis van dergelijke passages is Euripides ook in de biografische traditie als atheïst gaan gelden. Het moet echter voor het publiek van Aristofanes duidelijk zijn geweest dat hij een zeer vertekend beeld van Aeschylos en Euripides neerzette, dat tegelijk wel aansloot bij bepaalde kenmerken van hun tragedies.

Euripides’ religiekritiek in zijn tragedies

In Euripides’ tragedies is het ongetwijfeld zo dat personages de goden aanklagen vanwege aangedaan onrecht, of zich vertwijfeld afvragen wie de goden werkelijk zijn. Zo bidt Hecabe in de Trojaanse vrouwen, “U die de aarde draagt en op de aarde woont, / wie u ook bent, ondoorgrondelijk wezen, Zeus, / een wet van de natuur, of de menselijke geest, / ik bid tot u, die op uw tocht geruisloos / al wat sterfelijk is langs rechte paden leidt.” (Trojaanse vrouwen 884-888, vert. Koolschijn). Hiermee brengt Euripides duidelijk het ook onder filosofen verbreide thema van de onkenbaarheid van de goden op het toneel. Maar Euripides eigen visie op de goden is uit de verschillende uitingen van zijn personages niet eenvoudig af te leiden. Hij verwerkt allerlei filosofische ideeën in zijn werken, maar als toneelschrijver is hij er niet op uit één ware visie te presenteren, maar exploreert hij hoe deze ideeën werken in levens van mensen. Het is uiteindelijk vooral de mens waar Euripides in geïnteresseerd is, niet de goden.

Er zijn twee exempla van Euripides' religiekritiek opgenomen, één uit de Herakles en één uit de Bacchanten.

Voor verantwoording van de gebruikte bronnen en verdere bibliografie klik hier.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki