Revision [1377]

This is an old revision of Een religieus gezichtspunt made by inhoudenvorm on 2015-01-04 19:56:45.

 

Een religieus gezichtspunt

In het kort

Wie? Ludwig Wittgenstein ({geboren}--{overleden})

Waar en wanneer?
Periode: Moderne tijd.
Context:

Hoe?
Medium: Geschrift.
Positionering: Intern.
Stijlmiddel(en): Dialoog, Onderbouwing.
Genre: Dialoog.

Wat?
Voorwerp van kritiek: Opvattingen, Overtuigingen.
Doel van de kritiek: Onderzoek (inzicht in religie).
Grond(en) van kritiek: Dogmatisme.




Plaats hier de exemplumtekst.

Bron: Rush Rhees (red), Ludwig Wittgenstein, Personal Recollections, Oxford: Oxford University Press, 1984, p. 94

Inleiding

De opmerking “I am not a religious man, but I cannot help seeing every problem from a religious point of view” is op het eerste oog paradoxaal. We kunnen hem begrijpen als uitdrukking van het specifieke soort fideïsme dat uit Wittgensteins latere werk spreekt. Aan dat fideïsme liggen twee kerngedachten ten grondslag. Ten eerste dat religie de uitdrukking is van een specifieke grondhouding ten opzichte van het leven, van een sterke verbondenheid met een referentiekader in plaats van instemming met een doctrine. Ten tweede de gedachte dat religie prerationeel is, en niet rationeel of irrationeel.

Wittgenstein vergeleken met andere fideïsten

Het Wittgensteiniaanse fideïsme wijkt af van dat van bekende fideïsten en christelijke apologeten als Blaise Pascal en Soren Kierkegaard. In tegenstelling tot Wittgenstein benadrukken zij het instemmen met een geïnstitutionaliseerde doctrine. Zij benadrukken en bevestigen een specifiek religieus referentiekader, terwijl Wittgenstein telkens benadrukt dat hij zo’n specifiek kader heeft. Wittgenstein probeert religie als fenomeen van buitenaf te begrijpen. Daarbij staat het begrijpen van hoe religie in elkaar zit en functioneert centraal. Wittgenstein probeert niet te beargumenteren waarom de ene leerstelling juist is en de andere niet, hij stelt niet dat willekeurig welke religie het bij het verkeerde eind heeft of dat zij onzinnig is.

Problemen ‘religieus’ bezien

Wanneer we ons rekenschap geven van het soort problemen waar Wittgenstein zich mee bezig hield en waar hij in bovenstaand citaat op kan doelen wordt de uitspraak begrijpelijker. Wittgenstein hield zich immers niet bezig met problemen rond vergeving, armoede of andere kwesties die vaak vanuit een religieus perspectief worden beantwoord. Wittgenstein hield zich bezig met ‘filosofische’ problemen. ‘Filosofische’, en niet filosofische, want Wittgenstein was er van overtuigd dat er geen waarlijk filosofische problemen bestonden. ‘Filosofische’ problemen ontstonden, in Wittgensteins woorden, waar ‘de taal op vakantie gaat’. Het waren schijnproblemen, veroorzaakt door een verkeerd gebruik of begrip van de taal. Filosofische problemen kunnen volgens Wittgenstein dan ook niet opgelost worden. Men moet ze laten verdwijnen door ze te ontwarren, door te laten zien dat er in werkelijkheid sprake was van een empirisch, een linguïstisch, een natuurkundig, een psychologisch of ander probleem, maar niet van een filosofisch probleem.

Wat kan het tegen die achtergrond bezien betekenen dat Wittgenstein zegt weliswaar niet religieus te zijn maar toch ieder probleem vanuit een religieus gezichtspunt te bezien? Het lijkt vruchtbaar, hoe contra-intuïtief het ook mag lijken, aan te nemen dat Wittgenstein een analogie zag tussen zijn ‘filosofische’ perspectief en een – volgens hem – waarachtig religieus perspectief.[1]

In Wittgensteins latere werk keert voortdurend het thema terug dat verklaringen (en redenen, argumenten, rechtvaardigingen) ergens moeten ophouden. Maar waar (of wat) is dat ‘ergens’? Wittgenstein heeft natuurlijk geen afkeer van verklaringen, als jonge ingenieur had hij ze hard nodig om allerhande technische problemen op te lossen. Hij waarschuwt er echter voor ze te zoeken waar ze niet zijn. Dat levert nu precies die vermaledijde ‘filosofische’ problemen op die voor zo veel ellende zorgen. In het geval van technische vragen is zoeken naar verklaringen volstrekt gerechtvaardigd. Anders is het bijvoorbeeld bij ethische kwesties en vraagstukken rond zingeving en betekenis. Daar leidt het almaar zoeken naar verklaringen tot ‘filosofische’ problemen, problemen die Wittgenstein vergelijkt met die van een vlieg die zijn weg maar niet uit een fles weet te vinden.

Wittgensteins omgang met verklaringen lijkt vergelijkbaar met het argument dat Gods wegen voor de mens ondoorgrondelijk zouden zijn omdat hij zijn handelen niet hoeft en niet kan rechtvaardigen met een verwijzing naar iets buiten hem? (Men leze het verhaal van Job in de bijbel, een vergelijking die Norman Malcolm naar voren brengt[2]). Het is juist het geloven in god dat de basis is. Religieus geloven valt volgens Wittgenstein te vergelijken met het hebben van een onwankelbare overtuiging die het gehele leven richting geeft en die alle andere overtuigingen en verklaringen stut.

Noten

[1] Norman Malcolm, Wittgenstein. A Religious Point of View?, Ithaca: Cornell University Press, 1994, p.2.
[2] Malcolm, Wittgenstein, p. 2-4.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki