Revision [1777]

Last edited on 2016-02-08 11:38:12 by marinterpstra
Additions:
De religiekritiek die we in //Denkwürdigkeiten// aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen.
Deletions:
De religiekritiek die we in //Denkwürdigkeiten// aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen.


Revision [1776]

Edited on 2016-02-08 11:37:47 by marinterpstra
Additions:
De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (//Denkwürdigkeiten//, ed. Frumentius Renner, (1982) p.111)
De religiekritiek die we in //Denkwürdigkeiten// aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen.
Deletions:
De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (//Die Denkwürdigkeiten der Abtissin Caritas_Pirckheimer//, ed. Frumentius Renner, (1982) p.111)
De religiekritiek die we in //Die Denkwürdigkeiten// aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen.


Revision [1775]

Edited on 2016-02-08 11:36:48 by marinterpstra
Additions:
=====Caritas Pirckheimer over geloofsvrijheid=====
Bron: //[[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten der Abtissin Caritas Pirckheimer]]//, ed. Frumentius Renner, (1982) p.129.
==Over Caritas Pirckheimer==
[[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] (1467-1532) was abdis van het St. Klara klooster te Neurenberg, ten tijde van de Reformatie. Aan het einde van het jaar 1524 kreeg dit klooster direct te maken met de gevolgen van de Reformatie. Het was Pirckheimer ter ore gekomen dat de Neurenbergse stadsraad van plan was de broeders van de orde der Franciscanen, die voor de nonnen van St. Klara preekten en de sacramenten verzorgden, de toegang tot het klooster te ontzeggen. De stadsraad zou vanaf dat moment lutherse geestelijken naar het klooster sturen om te preken, in de hoop de nonnen zo voor het nieuwe geloof te winnen. Na het “Religionsgespräch” van 3 tot 14 maart 1525 en het officieel kenbaar maken van de bekering van de stad tot het lutheranisme, volgden verschillende maatregelen. Het ging hier om veranderingen die essentiële elementen van het religieuze leven van de nonnen betroffen: de kloostergeloften, de clausuur en het uitdragen van de gemeenschapsgeest. Ook kwam er een verbod op het aannemen van nieuwe novices, waardoor het klooster uiteindelijk tot uitsterven zou zijn gedoemd. Caritas Pirckheimer streed hevig voor het behoud van haar klooster nadat vele kloosters door lutheraanse overheden hervormd of gesloten werden. In het manuscript Die //Denkwürdigkeiten// (vermoedelijk door haar geschreven) wordt uitvoerig verslag gedaan van haar strijd om het behoud van het kloosterleven.
==Analyse==
Toewijding aan God laat zich niet afdwingen. Afgedwongen religiositeit roept kritiek op. Het kloosterleven is een vrije keuze en brengt ook een andere opvatting over vrijheid met zich mee. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van Caritas Pirckheimer op de lutherse theoloog Wenzel Linck.
De [[Maatregelen_van_de_Lutherse_stadsraad_tegen_het_klooster|lutherse stadsraad]] dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen.
De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (//Die Denkwürdigkeiten der Abtissin Caritas_Pirckheimer//, ed. Frumentius Renner, (1982) p.111)
De religiekritiek die we in //Die Denkwürdigkeiten// aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen.
Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. Pirckheimer stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.
Deletions:
=====Dwang en Geloofsvrijheid=====
</blockquote>
Bron: //Die Denkwürtigkeiten der Abtissin Caritas Pirckheimer//, ed. Frumentius Renner, (1982) p.129)
Toewijding aan God laat zich niet afdwingen. Afgedwongen religiositeit roept kritiek op. Het kloosterleven is een vrije keuze en brengt ook een andere opvatting over vrijheid met zich mee. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] op de Lutherse theoloog Wenzel Linck.
De [[Maatregelen_van_de_Lutherse_stadsraad_tegen_het_klooster|Lutherse stadsraad]] dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen.
De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]]der Abtissin [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]], ed. Frumentius Renner, (1982) p.111)
De religiekritiek die we in [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] reageert hiermee op de [[Maatregelen_van_de_Lutherse_stadsraad_tegen_het_klooster|aanhangers van de Protestantse Reformatie]], die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen.
Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. [[Caritas_Pirckheimer|Caritas]] stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.


Revision [1774]

Edited on 2016-02-08 11:26:17 by marinterpstra
Additions:
Bron: //Die Denkwürtigkeiten der Abtissin Caritas Pirckheimer//, ed. Frumentius Renner, (1982) p.129)
Deletions:
// (vert. van Die Denkwürtigkeiten der Abtissin Caritas Pirckheimer, ed. Frumentius Renner, (1982) p.129)//


Revision [966]

Edited on 2014-03-06 17:52:54 by inhoudenvorm
Additions:
Toewijding aan God laat zich niet afdwingen. Afgedwongen religiositeit roept kritiek op. Het kloosterleven is een vrije keuze en brengt ook een andere opvatting over vrijheid met zich mee. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] op de Lutherse theoloog Wenzel Linck.
De [[Maatregelen_van_de_Lutherse_stadsraad_tegen_het_klooster|Lutherse stadsraad]] dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen.
De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]]der Abtissin [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]], ed. Frumentius Renner, (1982) p.111)
De religiekritiek die we in [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] reageert hiermee op de [[Maatregelen_van_de_Lutherse_stadsraad_tegen_het_klooster|aanhangers van de Protestantse Reformatie]], die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen.
Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. [[Caritas_Pirckheimer|Caritas]] stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.
Deletions:
Toewijding aan God laat zich niet afdwingen. Afgedwongen religiositeit roept kritiek op. Het kloosterleven is een vrije keuze en brengt ook een andere opvatting over vrijheid met zich mee. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] op de Lutherse theoloog Wenzel Linck. De [[Maatregelen_van_de_Lutherse_stadsraad_tegen_het_klooster|Lutherse stadsraad]] dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen. De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]]der Abtissin [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]], ed. Frumentius Renner, (1982) p.111)
De religiekritiek die we in [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] reageert hiermee op de [[Maatregelen_van_de_Lutherse_stadsraad_tegen_het_klooster|aanhangers van de Protestantse Reformatie]], die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen. Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. [[Caritas_Pirckheimer|Caritas]] stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.


Revision [909]

Edited on 2014-03-06 15:24:39 by inhoudenvorm
Additions:
versie="anco_peeters"
context="X"
medium="Geschrift"
genre="X"
stijlmiddel="X"
positionering="Interreligieuze religiekritiek"
doel_van_kritiek="X"
voorwerp_van_kritiek="X"
gronden="X"
soorten_argumenten="X"
Deletions:
stijl=""


Revision [773]

Edited on 2014-01-28 14:10:29 by marinterpstra
Additions:
Iedereen wil ons aan onze haren naar de hemel slepen.
Toewijding aan God laat zich niet afdwingen. Afgedwongen religiositeit roept kritiek op. Het kloosterleven is een vrije keuze en brengt ook een andere opvatting over vrijheid met zich mee. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] op de Lutherse theoloog Wenzel Linck. De [[Maatregelen_van_de_Lutherse_stadsraad_tegen_het_klooster|Lutherse stadsraad]] dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen. De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]]der Abtissin [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]], ed. Frumentius Renner, (1982) p.111)
De religiekritiek die we in [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] reageert hiermee op de [[Maatregelen_van_de_Lutherse_stadsraad_tegen_het_klooster|aanhangers van de Protestantse Reformatie]], die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen. Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. [[Caritas_Pirckheimer|Caritas]] stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.
Deletions:
Iedereen wil ons aan onze haren naar de hemel slepen
De religiekritiek die we in [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] reageert hiermee op de [[Maatregelen_van_de_Lutherse_stadsraad_tegen_het_klooster|aanhangers van de Protestantse Reformatie]], die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen. De thema’s dwang en de vrijheid om het geloof naar eigen keuze te belijden, komen hierbij regelmatig terug. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] op de Lutherse theoloog Wenzel Linck. De [[Maatregelen_van_de_Lutherse_stadsraad_tegen_het_klooster|Lutherse stadsraad]] dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen. De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]]der Abtissin [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]], ed. Frumentius Renner, (1982) p.111) Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. [[Caritas_Pirckheimer|Caritas]] stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.


Revision [507]

Edited on 2013-02-20 15:34:00 by inhoudenvorm
Additions:
=====Dwang en Geloofsvrijheid=====
Deletions:
=====Exemplum=====


Revision [482]

Edited on 2013-02-20 14:56:36 by inhoudenvorm
Additions:
De religiekritiek die we in [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] reageert hiermee op de [[Maatregelen_van_de_Lutherse_stadsraad_tegen_het_klooster|aanhangers van de Protestantse Reformatie]], die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen. De thema’s dwang en de vrijheid om het geloof naar eigen keuze te belijden, komen hierbij regelmatig terug. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] op de Lutherse theoloog Wenzel Linck. De [[Maatregelen_van_de_Lutherse_stadsraad_tegen_het_klooster|Lutherse stadsraad]] dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen. De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]]der Abtissin [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]], ed. Frumentius Renner, (1982) p.111) Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. [[Caritas_Pirckheimer|Caritas]] stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.
Deletions:
De religiekritiek die we in [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen. De thema’s dwang en de vrijheid om het geloof naar eigen keuze te belijden, komen hierbij regelmatig terug. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] op de Lutherse theoloog Wenzel Linck. De Lutherse stadsraad dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen. De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]]der Abtissin [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]], ed. Frumentius Renner, (1982) p.111) Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. Caritas stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.


Revision [359]

Edited on 2013-02-12 18:10:36 by inhoudenvorm
Additions:
De religiekritiek die we in [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen. De thema’s dwang en de vrijheid om het geloof naar eigen keuze te belijden, komen hierbij regelmatig terug. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] op de Lutherse theoloog Wenzel Linck. De Lutherse stadsraad dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen. De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]]der Abtissin [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]], ed. Frumentius Renner, (1982) p.111) Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. Caritas stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.
Deletions:
De religiekritiek die we in [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen. De thema’s dwang en de vrijheid om het geloof naar eigen keuze te belijden, komen hierbij regelmatig terug. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] op de Lutherse theoloog Wenzel Linck. De Lutherse stadsraad dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen. De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] der Abtissin [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]], ed. Frumentius Renner, (1982) p.111) Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. Caritas stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.


Revision [358]

Edited on 2013-02-12 18:09:21 by inhoudenvorm
Additions:
De religiekritiek die we in [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen. De thema’s dwang en de vrijheid om het geloof naar eigen keuze te belijden, komen hierbij regelmatig terug. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] op de Lutherse theoloog Wenzel Linck. De Lutherse stadsraad dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen. De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] der Abtissin [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]], ed. Frumentius Renner, (1982) p.111) Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. Caritas stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.
Deletions:
De religiekritiek die we in [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen. De thema’s dwang en de vrijheid om het geloof naar eigen keuze te belijden, komen hierbij regelmatig terug. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] op de Lutherse theoloog Wenzel Linck. De Lutherse stadsraad dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen. De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] der Abtissin [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] , ed. Frumentius Renner, (1982) p.111) Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. Caritas stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.


Revision [330]

Edited on 2013-02-11 15:12:28 by inhoudenvorm
Additions:
auteur="Caritas_Pirckheimer"
werk="Die Denkwürdigkeiten"
periode="Reformatie"
Deletions:
auteur="[[Caritas_Pirckheimer]]"
werk="[[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]]"
periode="[[Reformatie]]"


Revision [329]

Edited on 2013-02-11 15:11:27 by inhoudenvorm
Additions:
auteur="[[Caritas_Pirckheimer]]"
Deletions:
auteur="Caritas_Pirckheimer"


Revision [328]

Edited on 2013-02-11 15:11:17 by inhoudenvorm
Additions:
auteur="Caritas_Pirckheimer"
Deletions:
auteur="[[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] "


Revision [327]

Edited on 2013-02-11 15:10:44 by inhoudenvorm
Additions:
auteur="[[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] "
werk="[[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]]"
periode="[[Reformatie]]"
De religiekritiek die we in [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen. De thema’s dwang en de vrijheid om het geloof naar eigen keuze te belijden, komen hierbij regelmatig terug. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] op de Lutherse theoloog Wenzel Linck. De Lutherse stadsraad dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen. De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] der Abtissin [[Caritas_Pirckheimer|Caritas Pirckheimer]] , ed. Frumentius Renner, (1982) p.111) Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. Caritas stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.
Deletions:
auteur="Caritas Pirckheimer"
werk="Die Denkwürtigkeiten"
periode="Reformatie"
De religiekritiek die we in [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen. De thema’s dwang en de vrijheid om het geloof naar eigen keuze te belijden, komen hierbij regelmatig terug. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van Caritas Pirckheimer op de Lutherse theoloog Wenzel Linck. De Lutherse stadsraad dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen. De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] der Abtissin Caritas Pirckheimer, ed. Frumentius Renner, (1982) p.111) Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. Caritas stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.


Revision [326]

Edited on 2013-02-11 15:09:37 by inhoudenvorm
Additions:
De religiekritiek die we in [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen. De thema’s dwang en de vrijheid om het geloof naar eigen keuze te belijden, komen hierbij regelmatig terug. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van Caritas Pirckheimer op de Lutherse theoloog Wenzel Linck. De Lutherse stadsraad dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen. De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] der Abtissin Caritas Pirckheimer, ed. Frumentius Renner, (1982) p.111) Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. Caritas stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.
Deletions:
De religiekritiek die we in [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen. De thema’s dwang en de vrijheid om het geloof naar eigen keuze te belijden, komen hierbij regelmatig terug. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van Caritas Pirckheimer op de Lutherse theoloog Wenzel Linck. De Lutherse stadsraad dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen. De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van Die Denkwürtigkeiten der Abtissin Caritas Pirckheimer, ed. Frumentius Renner, (1982) p.111) Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. Caritas stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.


Revision [325]

Edited on 2013-02-11 15:09:23 by inhoudenvorm
Additions:
De religiekritiek die we in [[Die_Denkwürdigkeiten|Die Denkwürdigkeiten]] aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen. De thema’s dwang en de vrijheid om het geloof naar eigen keuze te belijden, komen hierbij regelmatig terug. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van Caritas Pirckheimer op de Lutherse theoloog Wenzel Linck. De Lutherse stadsraad dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen. De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van Die Denkwürtigkeiten der Abtissin Caritas Pirckheimer, ed. Frumentius Renner, (1982) p.111) Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. Caritas stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.
Deletions:
De religiekritiek die we in Die Denkwürdigkeiten aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen. De thema’s dwang en de vrijheid om het geloof naar eigen keuze te belijden, komen hierbij regelmatig terug. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van Caritas Pirckheimer op de Lutherse theoloog Wenzel Linck. De Lutherse stadsraad dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen. De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van Die Denkwürtigkeiten der Abtissin Caritas Pirckheimer, ed. Frumentius Renner, (1982) p.111) Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. Caritas stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.


Revision [324]

Edited on 2013-02-11 15:06:43 by inhoudenvorm
Additions:
De religiekritiek die we in Die Denkwürdigkeiten aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van Lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen. De thema’s dwang en de vrijheid om het geloof naar eigen keuze te belijden, komen hierbij regelmatig terug. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van Caritas Pirckheimer op de Lutherse theoloog Wenzel Linck. De Lutherse stadsraad dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de Lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen. De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (vert. van Die Denkwürtigkeiten der Abtissin Caritas Pirckheimer, ed. Frumentius Renner, (1982) p.111) Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. Caritas stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de Lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.
Deletions:
Een van de speerpunten van de religiekritiek van Voltaire is zijn kritiek op bijgeloof. In het in 1764 verschenen [[Filosofisch_woordenboek|Filosofisch woordenboek]] staat op verscheidene plekken en in verschillende stijlen steeds weer hetzelfde standpunt verwoord: alle dogma’s en theologische standpunten naast het geloof in een één Schepper en de christelijke ethiek (‘houdt van uw naaste zoals u van uzelf houdt’) is bijgeloof. Bijgeloof is op zichzelf beschouwd ongevaarlijk, doch het ligt altijd ten grondslag aan fanatisme: het vermoorden van anderen omdat ze er niet dezelfde ideeën als jijzelf op nahouden.


Revision [323]

Edited on 2013-02-11 15:06:16 by inhoudenvorm
Additions:
auteur="Caritas Pirckheimer"
werk="Die Denkwürtigkeiten"
periode="Reformatie"
stijl=""
Iedereen wil ons aan onze haren naar de hemel slepen
// (vert. van Die Denkwürtigkeiten der Abtissin Caritas Pirckheimer, ed. Frumentius Renner, (1982) p.129)//
Deletions:
auteur="Voltaire"
werk="Filosofisch woordenboek"
periode="Verlichting"
stijl="Versleutelde boodschap"
Bedenk goed dat de meest afschuwelijke misdaden altijd zijn bedreven in tijden waarin het bijgeloof hoogtij vierde.
// (lemma ‘Bijgeloof’, p. 98)//


Revision [322]

The oldest known version of this page was created on 2013-02-11 15:04:37 by inhoudenvorm
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki