Caritas Pirckheimer over geloofsvrijheid

In het kort

Wie? Caritas_Pirckheimer (21 maart 1467--19 augustus 1532)

Waar en wanneer?
Periode: Reformatie.
Context: X

Hoe?
Medium: Geschrift.
Positionering: Interreligieuze religiekritiek.
Stijlmiddel(en): X.
Genre: X.

Wat?
Voorwerp van kritiek: X.
Doel van de kritiek: X.
Grond(en) van kritiek: X.



Iedereen wil ons aan onze haren naar de hemel slepen.

Bron: Die Denkwürdigkeiten der Abtissin Caritas Pirckheimer, ed. Frumentius Renner, (1982) p.129.

Over Caritas Pirckheimer
Caritas Pirckheimer (1467-1532) was abdis van het St. Klara klooster te Neurenberg, ten tijde van de Reformatie. Aan het einde van het jaar 1524 kreeg dit klooster direct te maken met de gevolgen van de Reformatie. Het was Pirckheimer ter ore gekomen dat de Neurenbergse stadsraad van plan was de broeders van de orde der Franciscanen, die voor de nonnen van St. Klara preekten en de sacramenten verzorgden, de toegang tot het klooster te ontzeggen. De stadsraad zou vanaf dat moment lutherse geestelijken naar het klooster sturen om te preken, in de hoop de nonnen zo voor het nieuwe geloof te winnen. Na het “Religionsgespräch” van 3 tot 14 maart 1525 en het officieel kenbaar maken van de bekering van de stad tot het lutheranisme, volgden verschillende maatregelen. Het ging hier om veranderingen die essentiële elementen van het religieuze leven van de nonnen betroffen: de kloostergeloften, de clausuur en het uitdragen van de gemeenschapsgeest. Ook kwam er een verbod op het aannemen van nieuwe novices, waardoor het klooster uiteindelijk tot uitsterven zou zijn gedoemd. Caritas Pirckheimer streed hevig voor het behoud van haar klooster nadat vele kloosters door lutheraanse overheden hervormd of gesloten werden. In het manuscript Die Denkwürdigkeiten (vermoedelijk door haar geschreven) wordt uitvoerig verslag gedaan van haar strijd om het behoud van het kloosterleven.

Analyse
Toewijding aan God laat zich niet afdwingen. Afgedwongen religiositeit roept kritiek op. Het kloosterleven is een vrije keuze en brengt ook een andere opvatting over vrijheid met zich mee. Bovenstaand citaat komt uit een reactie van Caritas Pirckheimer op de lutherse theoloog Wenzel Linck.
De lutherse stadsraad dacht misschien wel mede te handelen in het belang van het zielenheil van de nonnen, maar de manier waarop dit gebeurde werd door de nonnen als ongewenst ervaren. Zij bedankten voor de ‘vrijheid’ die de lutheranen aan hen wilden opleggen, door hen van hun kloostergeloften en het habijt te ‘bevrijden’. De vrijheid waar de zusters naar verlangden was de vrijheid om hun religieuze leven te leven zoals zij dat verkozen.
De abdis levert dan ook kritiek op de manier waarop de nonnen tot het nieuwe geloof gedwongen worden: ‘Ik weet niet welk onderscheid er is tussen dwingen en niet toestaan, terwijl toch de Turken niemand dwingen hun geloof op te geven en een ieder toestaan te geloven wat hij wil.’ (Denkwürdigkeiten, ed. Frumentius Renner, (1982) p.111)
De religiekritiek die we in Denkwürdigkeiten aantreffen is te beschouwen als een reactie op de religiekritiek van lutherse zijde op het kloosterleven. Abdis Caritas Pirckheimer reageert hiermee op de aanhangers van de Protestantse Reformatie, die het kloosterleven tot een einde probeerden te brengen.
Het thema van geloofsvrijheid komt hier duidelijk naar voren. Pirckheimer stelt de Turken, die als tolerant golden tegenover de niet-moslims binnen hun gebied, als voorbeeld voor hetgeen de lutheranen nalieten: namelijk de nonnen de vrijheid te geven zelf te kiezen hoe zij hun geloof wilden belijden.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki