Het Derveni Papyrus

Naam
Derveni Papyrus
Auteur
Onbekend
Periode
Oudheid


Uitgebreide toelichting exemplum Derveni papyrus


Het citaat voor het exemplum is genomen uit een papyrusrol die in 1962 gevonden werd in de buurt van Derveni, een pas ten noorden van Thessaloniki. Auteur en titel van het werk zijn onbekend, en daarom wordt het gewoonlijk aangeduid als het Derveni Papyrus. De rol (die gedateerd wordt rond 340-320 v.Chr.) bevat een werk dat ergens in de 5e eeuw v.Chr. geschreven moet zijn. Na een inleiding, waarvan veel verloren is gegaan, geeft de auteur een uitleg van een gedicht op naam van Orpheus, de legendarische zanger uit de Griekse mythologie. Het hierboven weergegeven citaat geeft ons inzicht in zijn bedoelingen en in de context waarin het gedicht van Orpheus gebruikt werd. Blijkbaar werden hymnen van Orpheus gebruikt in een initiatieritueel, waarschijnlijk als onderdeel van de cultus voor de god Dionysos, de god van de wijn. Het citaat hierboven maakt onderscheid tussen twee groepen mensen: sommigen participeren in publieke ceremoniën, waarbij de hymnen van Orpheus gereciteerd worden. Anderen voeren de rituelen uit onder begeleiding van mensen die tegen betaling een uitleg bieden van de hymnen. Het zijn ‘rituelenkunstenaars’: letterlijk mensen die ‘de heilige handelingen als kunst (τέχνη) uitvoeren’, waarbij kunst zowel de bijbetekenis van ‘kunstje’, ‘trucje’ als van specialistische kennis heeft. De auteur laat zich fel uit over deze mensen, die geen werkelijk inzicht verschaffen aan hun klanten. Daartegenover staat zijn eigen geschrift, dat claimt wél de diepe betekenis van het gedicht van Orpheus te doorgronden.

Fysische interpretatie

Een voorbeeld van zijn eigen uitleg: in kolom 23 legt hij het vers ‘hij [Zeus] beraamde de grote kracht van de breed stromende Oceaan’ als volgt uit: “Dit vers is zo gedicht dat het misleidend is: het is voor de massa onduidelijk, maar voor degenen die de rechte kennis hebben is het overduidelijk dat ‘Oceaan’ de lucht is, en de lucht Zeus. Het was dus niet een andere Zeus die Zeus ‘beraamde’, maar dezelfde beraamde voor zichzelf ‘grote kracht’. Degenen die geen kennis hebben menen dat Oceaan een rivier is omdat hij (Orpheus) ‘breed stromend’ heeft toegevoegd. Maar hij duidt zijn eigen opvatting aan in alledaagse en gebruikelijke woorden. Want ook onder mensen zegt men over degenen die veel macht hebben dat ze ‘groot gestroomd hebben’ (vertaling en interpretatie naar Kouromenos, Parássoglou & Tsantsanoglou 2006). Het gaat dus om een fysische interpretatie, die mythische teksten betrekt op kosmologische processen. Uit zijn uitleg blijkt een soort natuurfilosofie die verwant is aan die van de voorsokratische filosofen, met name van Anaxagoras.

Waardering voor de Magiërs

Maar terwijl Anaxagoras wegens goddeloosheid veroordeeld is en in de oudheid als atheïst te boek is gesteld, stelt de auteur van het Derveni papyrus dat men ontzag moet hebben voor de zielen van overledenen en de demonen, zoals ook de magiërs de zielen van de doden eren en kwade geesten met rituelen bezweren. Hij keurt het dan ook af dat mensen de angsten voor de onderwereld afdoen als irreëel (kolom 5-6; cf. Ferrari 2011, 75). De ‘magiërs’, een aanduiding voor leden van de Perzische priesterkaste, maar ook voor andere religieuze specialisten die buitengewone expertise in rituelen en magie claimden, hebben hier een positieve connotatie. Het laat zien dat een in onze ogen rationaliserende en ontmythologiserende uitleg van een traditionele religie niet per se samen hoefde te gaan met een sceptische houding ten opzichte van religie in het algemeen.

De kritiek op de ‘rituelenkunstenaars’

De kritiek op de ‘rituelenkunstenaars’ die niet het inzicht bieden wat ze hun klanten beloven is dus interne religiekritiek: het gaat om rivaliserende claims over de juiste wijze van omgaan met de hymnen die tijdens rituelen gebruikt werden. Wat hij bekritiseert is het uitvoeren van rituelen zonder tot begrip ervan te willen komen: of men nu gewoon deelneemt aan de publieke rituelen, of betaalt voor een religieus expert maar zonder kritische vragen te stellen bij wat deze beweert, in beide gevallen zoekt men niet werkelijk tot begrijpen te komen; een begrip dat de auteur zelf wel aanbiedt. Dit begrip bestaat in het onderkennen van een diepere betekenis die voor de massa niet zichtbaar is. Bovendien lijkt hij kritisch te zijn op het feit dat de ‘rituelenkunstenaars’ geld vragen voor hun uitleg; daarin is de tekst verwant aan een passage uit de Republiek van Plato (364b5-365a3) waar deze afgeeft op bedelpriesters en zieners die langs de deuren van de rijken gaan om hun reinigings- en initiatieriten tegen vergoeding aan te bieden.

Conclusie

Door de fragmentarische overlevering van de papyrusrol is er intussen nog veel onzekerheid over wie de auteur nu precies is en hoe hij zich verhoudt tot de Orphische initiatiepriesters (Orpheotelestai), de magiërs en tot andere voorsokratische filosofen. Wel is duidelijk dat onze moderne scheidslijnen tussen filosofie en religie, en tussen religie en magie, bij teksten als het Derveni papyrus onhoudbaar blijken.

Voor verantwoording van de gebruikte bronnen en verdere bibliografie klik hier.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki