Scheiding kerk en staat

In het kort

Het beginsel van de scheiding van staat en kerk beoogt een politieke ordening in te stellen die geen voorkeur meer kent op godsdienstig gebied, maar tegelijk godsdienstige gemeenschappen vrijwaart van politieke ingrepen. Dat beginsel is echter niet zonder problemen: het gelijkheidsbeginsel en en de rechten van religieuze instellingen kunnen bijvoorbeeld in conflict komen. Kiezen voor het eerste, zo luidt de kritiek, is een verabsolutering van seculiere waarden en als zodanig strijdig met een grondwet die uitsluit dat de mens op de plaats van God gaat staan.



Als ik het oorspronkelijke wetsvoorstel bekijk, zie ik — het spijt me dat ik het moet zeggen — een werkstuk dat de status van een actiepamflet nauwelijks ontstijgt en dat nauwelijks serieus oogt. Het was een voorstel dat was ingegeven door de gedachte dat de grondrechtenbalans moest worden opgeschoven ten faveure van het gelijkheidsideaal, zonder enige uitzondering. De enkelefeitconstructie werd gewoon geschrapt, zonder enig alternatief te bieden. [...] De SGP vindt dat de scholen de vrijheid moeten houden om hun opvattingen over bijvoorbeeld seksualiteit, huwelijk en trouw herkenbaar in hun schoolpraktijk gestalte te geven. Het is juist de kern van artikel 23 van de Grondwet dat scholen zelf bepalen hoe zij hun personeelsbeleid inrichten, welke leermiddelen zij willen gebruiken enzovoorts. [...] Als getornd wordt aan die kernpunten van vrijheid van onderwijs, wordt de klassieke benadering van de grondwettelijk gegarandeerde vrijheid ondergraven.

Bron: Roelof Bisschop (SGP) in het debat in de Tweede Kamer over het annuleren van de enkelefeitconstructie in de AWGB (9 april 2014). Zie https://debatgemist.tweedekamer.nl/debatten/annuleren-enkelefeitconstructie-awgb

Over Roelof Bisschop en zijn oppositie inzake wijziging AWBG
Roelof Bisschop (1956) is sinds 20 september 2012 namens de Staatkundig Gereformeerde Partij lid van de Tweede Kamer. Hij is historicus van beroep en bekleedde ook functies in het onderwijs. In april 2014 opponeerde hij tegen een wijziging in de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB). De AWGB verbiedt discriminatie op de arbeidsmarkt. Godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke instellingen mogen een uitzondering maken onder strikte voorwaarden op grond van godsdienst, levensbeschouwing of politieke overtuiging. Die uitzondering mag niet enkel gebaseerd zijn op geaardheid, ras, geslacht, nationaliteit of burgerlijke staat. Er moeten ook relevante bijkomende omstandigheden zijn. Dat wordt omschreven als de enkelefeitconstructie. Door tegenstanders van deze constructie wordt gesteld dat hierdoor rechtsonzekerheid ontstaat omdat niet duidelijk is wat die bijkomende omstandigheden kunnen zijn. De indieners van het wetsvoorstel willen door het schrappen van de enkelefeitconstructie in de AWGB de rechtszekerheid van bijvoorbeeld homoseksuele leerkrachten in het bijzonder onderwijs (onderwijs op confessionele grondslag) aanscherpen en hun positie verbeteren.

Analyse
Grondrechten zoals vastgelegd in de Grondwet, kunnen botsen, zoals in dit geval artikel 1 (gelijke behandeling en discriminatieverbod), artikel 6 (vrijheid van godsdienst en levensovertuiging) en artikel 23 (openbaar en bijzonder onderwijs). Als een protestante school bij sollicitaties kandidaten ongelijk behandelt, kan een beroep worden gedaan op de vrijheid van godsdienst en de bijzondere positie van een confessioneel gekleurde school. De grondwet regelt niet welk artikel de doorslag geeft in geval van conflict. Tweede Kamer-lid Bisschop (SGP) stelt dat het juist van belang is om conflicten over botsende grondrechten te erkennen, en deze door de rechter te laten beslechten. De andere confessionele partijen, CU en CDA, zijn tevens voorstander van het behoud van de balans tussen grondrechten. Het is volgens Segers (CU) niet aan de wetgever om een hiërarchie in de grondrechten aan te brengen. Hij is bang dat dit wetsvoorstel een onderschikking in grondrechten teweeg zal brengen, waarbij de bijzondere scholen het onderspit zullen delven.
Bisschop is van mening dat door het voorstel om de enkelefeitconstructie te annuleren de balans tussen de verschillende grondrechten in het geding komt. Zo vraagt hij: “in hoeverre is het wenselijk om onder druk van de gelijkheid de vrijheid in te perken? De hele teneur van dit wetsvoorstel en de toelichting die we hier vandaag bespreken, laat zien dat de indieners meer met gelijkheid dan met vrijheid hebben”. Wat Bisschop hier probeert duidelijk te maken is dat het liberaal-seculiere gelijkheidsideaal niet boven andere grondrechten zou mogen prevaleren. Het is dus volgens hem niet aan de politiek om de idealen van de seculiere levensbeschouwing boven idealen van andere levensbeschouwingen te plaatsen. De seculiere levensbeschouwing wordt hierdoor gezien als een soort staatsreligie, waartegen de godsdienstvrijheid en het beginsel van scheiding van staat en kerk juist zijn gericht.
Bisschops religiekritiek sluit aan bij een bredere discussie die gevoerd wordt over de scheiding van kerk en staat. De plaats van religie in de samenleving is tegenwoordig regelmatig onderwerp van het maatschappelijk debat, in tegenstelling tot in de seculiere jaren tachtig en negentig. In confessionele kringen heerst het gevoel dat er sprake is van een verabsolutering van het eerste artikel van de grondwet. Het discriminatieverbod wordt door sommigen gezien als een soort supergrondrecht waardoor klassieke vrijheidsrechten, zoals vrijheid van godsdienst of onderwijs, het onderspit delven. In een rapport van de Guido de Brés-stichting, het wetenschappelijk bureau van de SGP, plaatsen zij het “dominante gelijkheidsdenken” van de Commissie Gelijke Behandeling in lijn met de in hun ogen toegenomen intolerantie tegen opvattingen van mensen en instellingen die niet stroken met de heersende, seculiere levensbeschouwing. Volgens het rapport is er namelijk sprake van discriminatie naar godsdienst of levensbeschouwing, omdat het seculiere gedachtegoed wordt bevoordeeld. De vraag die op de achtergrond sluimert is of de grondwet haar neutraliteit niet juist ontleent aan het openlaten van een uitleg en nadere toepassing.
Toenmalig minister van Justitie Donner stelt in een toespraak uit 2004 dat alle politiek levensbeschouwelijk is. Volgens hem berust het moderne mensbeeld op een geloof, ook al is dat geen godsgeloof. Confessionele opvattingen zijn in de politiek verwisseld voor het seculiere geloof in wetten. De Verlichting heeft het ene geloof voor het andere ingeruild. Er is dus geen scheiding van kerk en staat. Sommigen menen dat de seculiere wereldlijke levensbeschouwing in het maatschappelijk en politiek debat de overhand heeft. Seculiere levensbeschouwingen kunnen hiermee hun eigen seculiere waarden verabsoluteren. Hierdoor zouden zij op de plaats van God gaan zitten. De religiekritiek die hier gegeven wordt is gericht op het religieuze principe dat mensen niet mogen uitmaken wat het oordeel van God is. Door dit wetsvoorstel zou de balans tussen verschillende grondrechten verstoord worden. Volgens de CU zou de wetgever hierdoor al op voorhand bepalen dat het discriminatieverbod boven klassieke vrijheidsrechten staat. Mijns inziens stellen zij hiermee dat het niet aan de wetgever is om bepaalde waarden te verabsoluteren en daarmee de plaats van God in te nemen. Dit laat wel zien dat de spanning tussen seculiere en religieuze waarden nog niet verleden tijd is.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki