De Zeven Werken van Barmhartigheid

Naam
De Zeven Werken van Barmhartigheid
Auteur
Meester van Alkmaar
Periode
Zestiende eeuw

De Zeven Werken van Barmhartigheid
Afb. 1: Meester van Alkmaar, De Zeven Werken van Barmhartigheid, 1504, olieverf op paneel, 119 x 470 cm, Amsterdam, Rijksmuseum. Bron: Rijksmuseum. Bovenschrift: gheschildert anno 1504

Het veelluik De Zeven Werken van Barmhartigheid werd geschilderd door de Meester van Alkmaar in 1504. De schilder dankt zijn naam aan dit veelluik dat gemaakt werd voor opdrachtgevers afkomstig uit Alkmaar, vermoedelijk de gasthuismeesters van het Heilige-Geest-Hospitaal. Het is onduidelijk waar De Zeven Werken van Barmhartigheid zich oorspronkelijk bevond: in dit hospitaal (tot aan de sluiting daarvan in 1575) of in de Sint Laurenskerk (waar het veelluik tot grofweg honderd jaar geleden gehangen heeft). Vandaag de dag is het ongetwijfeld één van de topstukken van het Rijksmuseum in Amsterdam.

De Zeven Werken van Barmhartigheid werden geschilderd op zeven houten panelen, waarvan er zes gebaseerd zijn op de woorden van Christus volgens het Evangelie van Matteüs in het Nieuwe Testament.* Op het centrale paneel is het Laatste Oordeel weergegeven boven ‘het begraven van de doden’. Dit zevende werk wordt niet genoemd in de Bijbel, maar werd wel al in de dertiende eeuw toegevoegd aan de kerkelijke leer over goede daden. Onder ieder paneel werd op de lijst een tweeregelig vers geplaatst dat de hemelse beloning van dergelijke werken van barmhartigheid benadrukt.

Ten tijde van de Beeldenstorm, waarvan de eerste uitbraak in Alkmaar plaatsvond op 2 september 1566, werd het veelluik ernstig beschadigd. Toch werden hierbij slechts delen van het schilderij aangetast; het kunstwerk als geheel bleef intact. Bij de grootschalige restauratie, die van 1971 tot en met 1975 werd uitgevoerd in het atelier van het Rijksmuseum, werd De Zeven Werken van Barmhartigheid ontdaan van zijn latere retouches. Zo werd zowel de opgelopen waterschade als de doelgerichte verminking van de panelen blootgelegd, oftewel alles wat men in de loop van de eeuwen had proberen te verdoezelen.

Met behulp van scherpe voorwerpen werd in de zestiende eeuw op het veelluik ingehakt en de verf deels weggeschrapt. De geschilderde gezichten en de geschenken die de afgebeelde figuren vasthielden waren voornamelijk het doelwit van de aanvallen. Bovendien werd het veelluik in 1582 ‘deerlyk bedorven met een quast met zwarte verve’. Hoewel deze overschildering de volgende dag weer verwijderd werd, bleven kleine sporen ervan achter op verscheidene panelen. De gedeeltelijke vernieling van een veelluik dat aanspoort tot barmhartig handelen is opmerkelijk en lijkt ons iets te kunnen vertellen over de aard van de kritiek van de dader(s).

*Matteüs (25:35-36):
‘Want ik had honger en jullie gaven mij te eten,
ik had dorst en jullie gaven mij te drinken.
Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op,
ik was naakt en jullie kleedden mij.
Ik was ziek en jullie bezochten mij,
ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.’

There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki