David Hume

Naam
David Hume
Pseudoniem
{pseudoniem}
Geboren
7 mei 1711 te Edinburgh, Schotland
Overleden
25 August 1776 te Edinburgh, Schotland

Biografie
David Hume was een Schots Verlichtingsfilosoof met name bekend vanwege zijn kentheoretische en ethische werken. Hij wordt door velen gezien als een radicaal empirist en scepticus. Volgens Hume kan de mens enkel uit haar ervaringen kennis vergaren. Deze ervaringen deelt hij op in twee soorten: impressies en ideeën. De impressies zijn afkomstig uit de externe wereld, bijvoorbeeld het zien van een object. De ideeën zijn interne herinneringen aan bepaalde impressies, bijvoorbeeld de herinnering aan hoe het voelt om je te snijden. Hume stelt dat er geen objectieve rationele basis bestaat voor de ethiek. Oordelen over goed en kwaad zijn afkomstig uit wat mensen ervaren als nuttig en aangenaam. Zodoende is de grond van de ethiek ook niet de rede, maar het gevoel.

Hij heeft ook twee werken geschreven over religie. Het in 1757 uitgegeven The Natural History of Religion en het postuum (1779) uitgegeven Dialogues concerning Natural Religion. In zijn religiefilosofie zien we veel inzichten terug van zijn kentheorie en ethiek, echter kenmerkt het zich voornamelijk door ogenschijnlijke tegenstrijdigheden tussen de twee werken.

In The Natural History of Religion gaat Hume op zoek naar de oorsprong van de religie in de mens. Er is voor Hume een redelijke vorm van religie, het ‘ware Theïsme’. Deze religie vindt haar oorsprong in de ervaring van de wereld en de regelmaat die daar in te vinden is. Van hieruit wordt het bestaan van God geconcludeerd. Volgens Hume vinden we deze vorm van monotheïstisch religie echter niet terug in de geschiedenis van de mens. Hij vraagt zich dan ook af waar de ‘historisch-positieve’ religie vandaan komt. Het ‘historisch-positieve’ monotheïsme en polytheïsme vindt haar beginselen in de passies van de mens, volgens Hume. Hoop en vrees creëren ideeën van bovenmenselijke wezens die de mensheid helpen. Hij gaat vervolgens op zoek naar de ethische consequenties van de verschillende ontstaansgeschiedenissen van de religies. Hierbij beoordeelt hij het ‘ware Theïsme’ als moreel, het polytheïsme als barbaars en het ‘historisch-positieve’ monotheïsme als ethisch nog verderfelijker dan het polytheïsme. Ondanks dat het dichter bij het ‘ware Theïsme’ staat door haar geloof in slechts één God, zorgt haar ontstaan vanuit de passies voor verschrikkelijke wandaden volgens Hume.

In de Dialogues concerning Natural Religion onderzoekt Hume verschillende argumentaties voor het bestaan van God door middel van een dialoog tussen drie personages. ‘Demea’ de conservatieve orthodox, ‘Cleanthes’ die de ‘natuurlijke religie’, oftewel het in NHR benoemde ‘ware Theïsme’, voorstaat en ‘Philo’ de scepticus en volgens velen Hume’s eigen geloofsopvatting. In het werk laat hij ‘Philo’ door middel van de dialoog uitwerken dat er geen enkele rationele basis voor een geloof in God mogelijk is, ook niet het ‘argument from design’ welke de ‘natuurlijke religie’ als haar basis ziet.

Opvallend is hier natuurlijk dat Hume in Dialogues niet alleen de ‘historisch-positieve’ religie, maar ook de ‘natuurlijke’ religie bekritiseert, welke hij in NHR nog als onomstotelijk waar ziet. De ontvangstgeschiedenis door de eeuwen heen van Hume’s religiefilosofie kenmerkt zich dan ook door deze tegenstrijdigheid. Velen stellen dat de ware Hume naar voren komt in Dialogues welke hij al voor NHR schreef, maar bewust pas na zijn dood liet uitgeven uit angst voor vervolging door de Kerk. Echter, niet iedereen is het hiermee eens en afhankelijk van welk werk je als zijn primaire geschrift ziet, kun je verschillende visies vormen over hoe Hume nu werkelijk dacht over religie. Ondanks deze tegenstrijdigheden houden beide werken van Hume echter genoeg intrinsieke waarde en specifieke inzichten om ze de moeite van het lezen zeker waard te maken.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki