Verwoest: de Boeddha's van Bamyan

In het kort

De afkeer van beelden of van verbeelding kan ook voor afgoden of voor vreemde goden gelden: wat de zuiverheid van de eigen religieuze omgeving aantast, dient verwijderd te worden. Een vrij recent voorbeeld dat iconisch is voor deze vorm van religiekritiek is de vernietiging van de beelden van Boeddha’s van Bamyan. Ze stonden in de Bamyanvallei in Afghanistan en werden door de Taliban opgeblazen, een iconoclastische religiekritiek die een gewelddadige vorm aanneemt.



verwoesting Boeddha's
Afbeelding: De definitieve verwoesting van de Boeddha’s van Bamyan op 21 maart 2001. Bron: CNN.

Over de Boeddha’s van Bamyan
De Boeddha’s van Bamyan waren twee monumentale standbeelden die dateren uit de vijfde eeuw. Ze stonden in de Bamyanvallei in Afghanistan, een gebied dat sinds de elfde eeuw tot de Islam bekeerd is. In de lente van 2001 werden de Boeddha’s van Bamyan compleet vernietigd door de Taliban. Deze verwoesting werd in de Westerse media gepresenteerd als een daad van iconoclasme door de aanhangers van de Islam. Volgens die interpretatie is de actie op te vatten als de ultieme vorm van visuele religiekritiek, de godsbeelden werden immers van top tot teen weggevaagd. Maar komt dit wel overeen met de motieven van de daders?
Het is niet eenvoudig om de beweegredenen van de daders die de Boeddha’s verwoest hebben, volledig te achterhalen. Wat wel duidelijk is, is dat voorafgaand aan 2001 de beide Boeddha’s hun gezichten al verloren hadden. Desalniettemin bleven zij overeind staan tot aan het begin van de eenentwintigste eeuw, toen de Taliban de leiding over het gebied overgenomen had. In de acties die daarop volgden speelde Mullah Omar, de hoogste leider van de Taliban, de hoofdrol.

Analyse
Hoewel Mullah Omar in 1999 nog de opdracht gaf om het niet-islamitische erfgoed van het Islamitisch Emiraat van Afghanistan te beschermen, werd op 26 februari 2001 een bevelschrift uitgevaardigd dat de opdracht gaf om alle beelden en niet-islamitische heiligdommen te vernietigen.* Naast dit bevelschrift, dat toch zeer aan religiekritiek doet denken, deden er ook andere uitspraken en opvattingen van leden van de Taliban de ronde. Deze wijzen eerder op politieke en economische dan op religieuze motieven voor de verwoesting. In 1997, een jaar nadat de Taliban Kabul veroverd had, werd al voor het eerst gedreigd met de vernietiging van de Boeddha’s van Bamyan. UNESCO wist toen in samenwerking met de internationale gemeenschap dit tragische lot nog af te wenden. Destijds heeft het Metropolitan Museum of Art in New York aangeboden de twee standbeelden te kopen, tot grote woede van de Afghaanse bevolking. Dat er wel middelen beschikbaar werden gesteld voor cultureel erfgoed maar niet voor de heersende hongersnood in de regio werd als onacceptabel ervaren.
Daarnaast was er al eeuwenlang geen sprake meer van een verering van de twee Boeddha’s. Woordvoerders van de Taliban meenden daarom ook dat de verwoesting niets te maken had met religieuze intolerantie. Anderzijds werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om de actie te bestempelen als vergelding voor het vandalisme van de Hindu’s, waarvan de Taj Mahal en de Babri-moskee in India het slachtoffer waren geworden. Bovendien was de Taliban uit op internationale aandacht, die deze daad zeker heeft gebracht.
Uiteindelijk kostte het de Taliban meerdere weken om de Boeddha’s van Bamyan tot gruis te reduceren. Vandaag de dag herinneren alleen de twee kolossale lege nissen aan de beelden die daar eeuwenlang stonden. De verwoesting lijkt op basis van het in het Westen beschikbare bronnenmateriaal veelal een politieke daad gekleed in een religieus jasje. Daarmee zou het als instrumenteel iconoclasme gezien kunnen worden. Toch is het niet met zekerheid te zeggen welke beweegredenen aan de basis stonden van deze vorm van iconoclasme.
Indien men de verwoesting van de boeddha’s als een daad van iconoclasme beschouwt, kan zij worden opgevat als een vorm van kritiek op materiële verbeelding. De Boeddha’s van Bamyan beelden de leer van Boeddha uit. De islam verwerpt zelf de afbeelding van goddelijke zaken, zodat hier zeker ook sprake is van kritiek op de manier van afbeelden of op het feit dat er iets afgebeeld wordt dat in geen geval niet bemiddeld had mogen worden. In dit geval richt de aanval zich echter ook tegen het feit dat een andere God afgebeeld wordt dan de éne God die de Moslims aanbidden.

*Onofficiële Engelse vertaling van het bevelschrift:
"On the basis of consultations between the religious leaders of the Islamic Emirate of Afghanistan, religious judgments of the ulema and rulings of the Supreme Court of the Islamic Emirate of Afghanistan, all statues and non-Islamic shrines located in different parts of the Islamic Emirate of Afghanistan must be destroyed. These statues have been and remain shrines of unbelievers and these unbelievers continue to worship and respect them. God Almighty is the only real shrine and all fake idols should be destroyed. Therefore, the supreme leader of the Islamic Emirate of Afghanistan has ordered all the representatives of the Ministry of Promotion of Virtue and Suppression of Vice and the Ministries of Information to destroy all the statues. As ordered by the ulema and the Supreme Court of the Islamic Emirate of Afghanistan all the statues must be destroyed so that no one can worship or respect them in the future."
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki