Aad de Haas

Naam
Aad de Haas
Pseudoniem
geen
Geboren
1920 te Rotterdam
Overleden
1972 te Limburg

Aad de Haas was een Rotterdamse kunstenaar die tijdens de oorlog in Limburg onderdook en daar zijn hele leven is gebleven. Hij genoot een katholieke opvoeding. In 1938 begon hij zijn opleiding aan de Rotterdamse kunstacademie waar hij zijn toekomstige echtgenote, Nel Koekman, ontmoette. Samen kregen zij zeven kinderen.
De bijbel is een grote inspiratiebron voor hem, maar ook de oorlog is in zijn werk terug te zien. De Haas exposeerde na zijn afstuderen in de Rotterdamse galerie Leen van Zanten. De kritische beelden over de bezetter die hij daar toonde werden opgepikt door de Sicherheitsdienst, zijn werk werd entartet verklaard en hij belandde de gevangenis in. Al na een half jaar werd De Haas om onbekende reden vrijgelaten. Wel was hij verplicht zich te laten omscholen om in dienst van de bezetter te werken. Om hieraan te ontkomen, trouwde hij met Nel en samen doken zij onder in Zuid-Limburg. Zijn vriend pater Gerard Mathot helpt hen aan een huis in het dorp Ingber. Na enkele weken werd het zuiden van Nederland bevrijd. Aad en Nel de Haas keerden na de oorlog echter niet terug naar Rotterdam, zij bleven in Zuid-Limburg.

Kritiek op kruiswegstaties
Er was op dat moment veel vraag naar kunstenaars die de kerken van een nieuw interieur konden voorzien. Toen de pastoor van het naburige dorpje Wahlwiller een kunstenaar zocht die de kerk van zijn parochie zou beschilderen, maakte Mathot hem attent op Aad de Haas. Pastoor Mullenders had zijn twijfels over het werk van De Haas, maar ging overstag. In de periode van 1946-1947 werkte de kunstenaar aan muurschilderingen en kruiswegstaties voor de Sint Cunibertuskerk te Wahlwiller. Deze kruiswegstaties, met verstilde en sobere figuren, weken behoorlijk af van de naturalistische neo-barok die in die tijd in de Limburgse kerken te zien was. Mullenders was hierover niet te spreken en liet een enquête uitschrijven onder de dorpelingen om te zien of de zij er ook zo over dachten. Hieruit bleek echter dat de meesten positief waren over de kruisweg. Toch werd De Haas bevolen om een andere kruisweg te schilderen. De schilderingen bleven echter gewoon hangen, totdat er iets gebeurde wat de bisschop van Roermond deed besluiten om de kruisweg te verbieden. Het boekje In Jezus' lijden, met lijdensmeditaties van Mathot en illustraties van De Haas, riep heftige reacties op. De katholieke journalist Albert Kuyle schreef spottend en kritisch over de illustraties, vanwege hun te profane karakter. Dit schrijven leidde ertoe dat Het Vaticaan het boekje verbood. Het werd meteen uit de handel genomen en de bestaande voorraad vernietigd. Na deze officiële afkeuring vanuit Rome verbood bisschop Lemmens van Roermond ook de kruiswegstaties. Op Goede Vrijdag 1949 haalde De Haas, met hulp van Mathot, zijn kruiswegstaties uit de kerk. Ze werden gekocht door prof. Timmermans, de directeur van het Bonnefantenmuseum.
Zijn relatie met de kerk bleef moeizaam, jaren na het voorval kon De Haas niet op opdrachten van kerkelijke kant rekenen. Toch schilderde hij in 1958 weer een kruisweg, ditmaal voor de kapel van het Sint Jozefziekenhuis te Heerlen. Deze kruisweg zag er heel anders uit dan de kruisweg in Wahlwiller. De sferische beelden van zijn eerste kruisweg hebben plaats gemaakt voor meer expressieve lijnen en kleuren, met duidelijke verwijzingen naar de oorlog. Voor De Haas was het lijden van Christus actueel door de aanwezigheid van Duitse soldaten.

Mening herzien
In de loop van de jaren 1950 veranderde de houding van de katholieke kerk ten aanzien van moderne kunst. De meditatieve waarde ervan werd erkend. In 1968 sprak bisschop Moors, de opvolger van mrg. Lemmens, over mogelijke terugplaatsing van de kruiswegstaties in de kerk van Wahlwiller. Het duurde nog zeker tien jaar voordat dit ook daadwerkelijk gebeurde. De Haas maakte dit zelf niet meer mee. In 1972 overleed hij plotseling aan de gevolgen van een hersenbloeding, op eenenvijftigjarige leeftijd. Eind jaren 1970 maakte bisschop Gijssen, mgr. Moors' opvolger, een grondige restauratie van de Sint Cunibertuskerk mogelijk, waarna de kruiswegstaties in 1981 terugkeerden naar de plek waarvoor ze gemaakt zijn. Vijfentwintig jaar na De Haas' dood, bood de huidige bisschop van Roermond, mgr. Wiertz, publiekelijk zijn excuses aan, aan de weduwe van De Haas, Nel de Haas-Koekman. Zo werden de kruiswegstaties postuum gerehabiliteerd.
There are no comments on this page.
Valid XHTML :: Valid CSS: :: Powered by WikkaWiki